Category: default

27 03 09 - 17:27

Een fris kazuifel, de droom van elke vrouw

'Het is Godsgeklaagd,' fluisterriep ik naar Man.
'Wat?' fluisterde Man terug.
'De pastoor!' gebaarde ik, richting altaar.
Man keek tussen alle net gekapte hoofden door, langs het geknielde bruidspaar. Twee ijle meissjesstemmen zongen vanaf het balkon á capella en kippenvellerig Ik geloof ik geloof ik geloof ik geloof. In jou en mij.
Met opgetrokken wenkbrauwen keek Man weer naar mij.
'Wat dan?' zeiden zijn lippen geluidloos.
Hij begreep het echt niet.
'De pastoor! Die is superknap! Hooguit dertig! Blond, lang, een fris kazuifel, de droom van iedere vrouw!' tierde ik.
Misschien iets te hard. Ja, misschien.
Man keek gegeneerd voor zich uit, terwijl mijn nichtje van zeventien in een lachstuip schoot.
'Nou, ik vind het zonde,' protesteerde ik nog even door.
'Hij was precies iets voor Zuster geweest.'
Ondertussen las de knappe pastoor zijn preek. En terwijl hij zijn blauwe ogen over de kerkgangers liet dwalen, in het kleurige licht van de kleine kapel, waar ik als kind zo vaak kwam, luisterde ik.
Een vrolijke preek, voor een vrolijk bruidspaar.
De kerk lachte.
En de zorgvuldig gekozen symboliek raakte me.
En ik bedacht dat ik dan misschien geen echte Katholiek ben, recht in de leer en devoot.
Maar de kerk is de moeder die me gevoed heeft. Het fundament waarop ik mijn eigen geloofje, een gezellig en wanordelijk boeltje met een beetje gnostiek, een beetje antroposofie, een beetje katholicisme, een stukje wetenschap en vooral veel symboliek, gebouwd heb. Dat is waar ik het mee doe in dit leven. Waar ik over nadenk, mee speel en om me heen drapeer als een warme deken. Tegen kou van buitenaf.
Misschien komen er nog meer dingen bij, er is nog zoveel te ontdekken, te lezen en te leren.
De preek was afgelopen.
'Amen,' zei de knappe pastoor.
En ik deed hetzelfde.


Category: default

25 03 09 - 15:29

Gargamellensnot

Ik ben zo'n retromeisje, ach, ik ben zo'n retromeisje.
En dus maakte ik vandaag smurfensnot met mijn dochter.
Afwasmiddel op, waspoeder all over de keukentafel, stinken, mensen, stínken. Deed het dat vroeger ook al?
Maar toen het klaar was, was er pret. Het meisje was in haar nopjes met haar zakje snot.
Althans, voor even dan.
'Gaan we nu Gargamellensnot maken, mama?'
Like not.



Category: default

24 03 09 - 10:20

Wat ik vorige week deed toen ik geen kevers tekende

Ben ik weer. Hallihallo! En vandaag geen kevers, I promiss. Wat dééd ik toch allemaal vorige week? Nou, in ieder geval niet de was. Of stofzuigen. Of iets wat maar op schoonmaken leek. Wat ik wel deed? Een gênante stofvlok van het maillotje van Dochters vriendinnetje vegen, onder het toeziende oog van de moeder. En meer hoor, meer. Ik mailde Sarahke. Of ze 19 mei toevallig iets te doen heeft, want ik kan een lift naar Antwerpen-city krijgen van mijn lieftallige eega. Hoihoi! brulde Sarah terug. Want ja, wie is er nou niet blij om mij weer eens te zien. En ik neem lekker mijn tekenspulletjes mee, gaan we misschien wel samen eh ja, tekenen dus. Oh, dat lijkt me zo leuk.
En verder. Was MarliekeOnline lekker auf den Thee. Logsgewijs heeft ze misschien wel een break, theesgewijs natuurlijk niet. En Miss Iben was op de koffie. We zaten in de zon, rookten een sigaretje (Iben) en praatten over dat je best dure jasjes mag kopen voor je kind (ik). En over dat Iben op Frans Pollux is.
Daarnaast schreef ik weer eens wat webteksten. Lang geleden man! Lang geleden! Het ging over spanten en kuubs en renovatie met behoud van authentieke elementen en het was wel weer eens lekker om te doen.
Maar ik ben toch blij dat ik tegenwoordig vooral mag tekenen.
Oja, en ik ging ook nog met Marie naar school. Marie was natuurlijk de allerknapste van de hele hondenclub. Iedereen was vertederd.
'Wat een leuke hond! Wat een schátje!' zei de juf van de hondenschool die er verstand van heeft.
'Het is écht een mooie Bordercollie!' riep ze extatisch.
'Het is geen Bordercollie, het is een Stabij,' zei ik voorzichtig.
Je wil zo iemand tenslotte niet voor het hoofd stoten.
'Oh,' zei de juf.
Zo, en nu moet ik verder. Er moet nog een Heidi op de muur van Dochters nieuwe kamer geverfd worden. En ik gok dat ik daar Man niet voor kan laten opdraaien.
Hm, en misschien toch nog een heel klein kevertje doen? Om het af te leren.
Ah, vindt u niet erg hè.
Nee, vast niet.




Category: default

20 03 09 - 14:15

Zevertje het kevertje (Slot)




Category: default

19 03 09 - 09:56

Zevertje het kevertje (III)




Category: default

18 03 09 - 11:08

Zevertje het kevertje (II)




Category: default

16 03 09 - 11:59

Zevertje het kevertje (I)




Category: default

12 03 09 - 11:41

Het ware schone (Filosofisch, lang en moeilijk)

Voor alle vaardigheden die kinderen moeten leren op hun weg naar volwassenheid, zijn er kritische fases. Een kritische fase is een fase waarin je extra ontvankelijk bent om iets te leren. Het betekent dat je rijp bent om je een vaardigheid eigen te maken. Er zijn kritische fases voor alles. Voor de simpelste dingen als leren lopen of fietsen*. Maar ook voor moeilijkere dingen. Voor de kunst om je te hechten aan mensen, iets heel gevoeligs. Of juist voor een bijzonder talent. Zo is er de kritische fase voor bijvoorbeeld muziek. Als je op een bepaalde leeftijd, net als je brein er open voor staat, de juiste prikkels krijgt aangeboden, kun je een absoluut muzikaal gehoor ontwikkelen. Dat betekent dat je als je een noot hoort, bijvoorbeeld omdat iemand die aanslaat op een piano, je ongezien kunt zeggen of het een sol of een fa is.

Ook is er een kritische fase voor taal. Die duurt heel lang, wel tot je 12e, met uitloop naar je 18e, en is weer te verdelen in meerdere subfases. Tot een bepaalde leeftijd is de subfase van de taalverwerving dominant, en wil je vooral grammaticale structuren leren. Daarna, als de syntaxis is aangelegd, wil je vooral je vocabulaire uitbreiden. Ergens tussendoor, die fase zal rond het zesde levensjaar liggen, is de subfase schrijven aan de beurt. En is precies dat vakje in je hoofd geopend om alle interhersenlijke, gesproken en beluisterde woord-, zin-, en grammaticakennis om te leren zetten in een schriftelijke variant. En ergens zit er ook nog een kritische fase waarin je extra open staat om creatief met taal te kunnen leren omgaan.

Of en hoe absoluut je muzikale gehoor wordt, of hoe goed je wordt in taal, is niet alléén afhankelijk van of je de juiste prikkels krijgt aangeboden in de juiste tijd. Het is ook afhankelijk van de staat van je brein. Van de genen, zeg maar. Als je de cruciale hersensnoertjes mist om ooit een absoluut muzikaal gehoor te ontwikkelen, kun je prikkelen als een gek, je kind op pianoles doen, hem dwingen vijf keer per week te oefenen, muziek laten luisteren, of zelfs vriendelijk: laten spelen met muziek, als het er niet in zit, zal het kind geen of amper absoluut gehoor ontwikkelen. En dat is natuurlijk met taal hetzelfde. Niet alle hersenen werken hetzelfde. Bij niet iedereen komen de prikkels even goed binnen.

Waarom vertel ik dit allemaal?
Ervan uitgaande dat er voor het hele bundeltje van vaardigheden, talenten en basiszaken die ons maken tot de mens die we zijn, kritische fases doorlopen, vroeg ik me iets af.
Is er ook een kritische fase voor esthetiek? Voor gevoel van schoonheid? Bestaat er, net als een absoluut muzikaal gehoor, ook een absoluut gevoel voor esthetiek?

Dat is moeilijk.
Want wat is esthetiek?
Wat is mooi?
Is mooi alleen maar een kwestie van smaak?
Of bestaat er een allesoverstijgend mooi?
Een mooi dat losstaat van hip, van smaak van trend.
Schoonheid is onmeetbaar. Toch?
Dat is het verschil met muziek, je kunt checken of iemand een absoluut gehoor heeft door hem noten te laten horen. Maar, aan de andere kant, taal is weer minder meetbaar. Je kunt wel tot op bepaalde hoogte meten of iemand meer taalgevoel heeft dan een ander, maar er is ook een erg groot grijs gebied. Taalcreativiteit is minder meetbaar en zelfs deels subjectief.

Laten we nadenken over de volgende hypothetische onderzoeksvraag.
Zet tien kinderen, vanaf hun geboorte, tien jaar lang opgesloten in een klasje. Die tien kinderen krijgen tien jaar lang exact dezelfde esthetische prikkels. Dus ze zien allemaal tegelijkertijd hetzelfde schilderij, dezelfde kleuren, dezelfde wolkenluchten door het raam, ze kijken naar dezelfde meubels, dezelfde prentenboeken, televisieprogramma’s.
Na tien jaar mogen ze uit het klasje en laat je ze los in een winkel vol schilderijen waar ze er allemaal eentje mogen uitkiezen.
Hebben die kinderen na tien jaar exact dezelfde smaak?
Zullen ze allemaal voor hetzelfde schilderij kiezen of kiest de een voor het huilende zigeunerjongetje en de ander voor een Vermeer? Kiest de een voor realistisch en de ander voor abstract?

Laten we nog even verder gaan met nadenken.
Want wat is gevoel voor esthetiek eigenlijk? Staat dat wel op zich?
Ik denk dat gevoel voor esthetiek een combinatie is van meerdere talenten. Enerzijds is er gevoel voor verhoudingen. Anderzijds is er gevoel voor kleur. Dan is er nog het vermogen om, zoals ik dat noem, ‘plat’ te kunnen kijken. Een bijzonder talent van echte, meestal realistische kunstenaars, is dat ze zich kunnen ontdoen van de driedimensionale ballast in hun hoofd en een model plat kunnen zien. Kijken als kunst. En dan. Die gevoelens en dat talent kun je wel hebben, maar het is een aparte kunst om er iets mee te doen. Om een schilderij op doek te krijgen.

En nu komen we bij de kern.
Wat is kunst dan? Wat is dat Ware Schone? Het Werkelijke Esthetische?
Met als onderliggende vraag, wat behelst precies die kritische fase om het kunsttalent te prikkelen? Welk vakje in je hoofd moet open staan om dit talent te kunnen ontwikkelen?

Ware kunst staat los van alles.
Ware kunst is geen wereldkunst maar zielekunst.
Ware kunst denkt, ik braak even, out of the box, of liever: into the soul.
Heeft geen zichtbare of onzichtbare draadjes met de rest van de wereld, met, om het simpel te zeggen: alles wat hip is, of alles wat al bestaat.
Kan dat?
Ware kunst is ontstaan vanuit het allerdiepste donkere van de mens.
Die de kunst verstaat om zich in te graven in zijn eigen zijn. Niet in zijn ik, de ik bestaat niet eens, op die plek waar de kunstenaar graaft. Het is het diepste wezen.
Dat is de kunst die raakt, die nieuw is.
Dat is de Ware, Werkelijke Kunst.
Dat is het absolute gevoel voor schoonheid.
Dat niet per se een creëer-talent te zijn, het kan ook een belevingstalent zijn.

Dus.
De Ware Esthetiek, dat absolute gevoel voor schoonheid, bestaat uit meer componenten.
Enerzijds de basistalenten als gevoel voor kleur, verhoudingen en kijkvermogen.
Anderzijds de kunst van het los van alles in de ziel kunnen duiken.

Zijn daar kritische fases voor?
Ik denk het wel.
En net als met alle kritische fases zal niet ieder brein even vatbaar zijn voor de prikkels. Dus nee, de tien kinderen uit het hypothetische onderzoek zullen niet allemaal na tien jaar dezelfde smaak ontwikkeld hebben.
Maar het Ware Esthetische bestaat.
En is te herkennen. Zij het dus niet door iedereen even goed.
Kunst uit de ziel.
Ik gun het u dat u het kunt zien.
En dat u, toen uw tijd rijp was, de juiste prikkels hebt gekregen.


Wat gebeurt er als je geen hulp krijgt bij het leren lopen in de kritische fase voor lopen? Blijf je dan voor altijd zitten? Leer je het dan nooit? Het is een beetje onduidelijk en de meningen lopen er wat over uiteen, maar aangenomen wordt dat je ook na het verstrijken van de kritische fase nog wel een vaardigheid kan leren, maar dat het dan meer moeite kost. Dit geldt ook voor alle andere vaardigheden, zoals bijvoorbeeld hechten. Een kind dat een verstoorde hechting heeft, kan, als de verstoring niet al te erg is, ook na de kritische fase, dus op latere leeftijd leren hechten. Maar dat kost wel moeite. Het is van belang dat een kind in de juiste fase de juiste prikkels krijgt. Leert een kind rond de zes niet lezen en schrijven, dan zal de kritische fase onzichtbaar voorbij gaan en verliest het kind de ontvankelijkheid. Leren schrijven na de kritische fase kan wel, maar kost, wederom, meer moeite. Overigens, niet bij ieder mens liggen de kritische fases in dezelfde leeftijd. Sommige kinderen zijn pas na hun zesde rijp om te leren lezen en schrijven, sommigen iets eerder.


Dit stuk is mede tot stand gekomen dankzij mijn darling Zuster Eline, ’s werelds beste kinderpsycholoog. Heeft u vragen over de technische kant van dit verhaal, over kritische fases, of u uw kind van 4 al kunt leren schrijven, waarom uw dreumes van anderhalf nog niet loopt en of u zich zorgen moet maken, dan verwijs ik u door naar haar deskundigheid. Mag in de reactiebox.


Category: default

10 03 09 - 09:53

Woepie

Mailtje van Finse vriendin A.
En ja hoor, daar kwam de langverwachte naam.
Hij is eh, heel erg Fins, zeg maar. Ik snap er niks van, mijn etymologie-orgaan beukt aan alle kanten er op los maar krijgt er niks uit. Hij heet in ieder geval niet Matti, Mika of Jari. Dat leek me een goed teken.
Maar enfin, er kwam nog meer feestelijks in het mailtje.
Finse vriendin A. komt weer naar Nederland! Wah! Plah!
Samen met haar ouders en baby. Moeder L. wil dolgraag nog een keer de tulpenvelden zien. En ik kan daar geen grapje over maken aangezien ze een hardnekkige kanker heeft die nooit meer weggaat. Mensen met akelige kankers gun ik tulpenvelden als geen ander. Sterker nog: die leid ik ongeveinsd vrijwillig rond in de Keukenhof met een ijzeren smile op mijn gezicht.
Hoe dan ook, ze moeten ergens logeren. Liefst in Emsterdem.
En als u me nou eens even gaat helpen om een fijne accommodatie te organiseren.
Want u komt allemaal uit Amsterdam en zo, en u weet van de hoed en de rand, the places to be, het puikje van de hoofdstedelijke hotelletjes.
We zoeken: een fijn, gemoedelijk hostel/hotel/appartementje met minimaal twee slaapkamers en een koelkast. Niet te duur en geen junks onder het raam, Finnen zijn als de dood voor alles wat met droks te maken heeft. Aiaiai, en dat is echt. Het lijkt me handig als het niet te ver van het station af ligt, in verband met kinderwagen en gedoe en ze snappen niks van trams en dan zit je daar met zo'n baby die in het Fins ligt te huilen en die niemand verstaat. Heel ellendig.
En het zou mooi zijn als de Man, de Dochter en ik in hetzelfde hostelletje kunnen overnachten, want wij gaan mee, dolle boel.
Tips gaarne in de reactiebox!
Ge zijt alvast vriendelijk bedankt.
Oja. En als u me dan ook meteen even een Ouessant-ooi (geen ram, lam mag, hoeft niet) kun fiksen, zal ik echt, eeuwig en voor altijd de lof zingen over dat hele logland.
Nee, maar echt.
Nee! Maar écht!


Category: default

08 03 09 - 14:43

Twee wonderen

Vroeger maakte bakte wijlen mijn oma zo rond pasen altijd krollemollen voor ons. Dat waren gevlochten broodjes van vast, zoetig deeg. Ze werden door mijn tante geserveerd op een immens dienblad, met een beetje boter en soms met kaas. Ik was er erg gek op en heb al meederde keren geprobeerd om het recept te googelen maar kon niks vinden wat erop leek. Het enige resultaat voor krollemollen dat ik vond, zei dat het appeltjes in een jasje zijn. En dat is niet zo.
Vandaag bakte Man poezenbroodjes met Dochter, een receptje uit een bakboek voor kinderen. Dochter showde het resultaat trots. Ik ohde en ahde plichtsgetrouw, nam een poesje van de plaat en voelde het meteen: vast deeg. Het zou toch niet? Ik smeerde boter op het broodje en belegde het met kaas, hopend dat het misschien wel zou smaken als een krollemulke van vroeger.
En oh.
Dat deed het.
Deze pasen vlecht ik krollemollen.
Net als mijn oma.

De zon, ze scheen al een paar keer een beetje, heeft u het gezien?
Dat betekent dat er met de handen in de grond gezeten moet worden. Weer een beetje aarden na een lange binnenwinter.
In een oude bestekbak zaaiden we sla, tomaten, broccoli en pompoenen. Piepkleine zaadjes die na drie dagen al ontkiemden. Met een beetje weer gaat de bestekbak naar buiten, als het regent staat hij voor het raam in de bijkeuken. Ik vind het iedere keer weer een wonder. Een zaadje van een halve millimeter groot dat aan het einde van de zomer een manshoge tomatenplant is.
Ieder jaar kijk ik in maart ongelovig naar het zaad, en schud ik mijn hoofd.
No way dat dit korreltje over een paar maanden vruchten zal geven.
En iedere augustus pluk ik volle, rode tomaten.
En schud ik mijn hoofd.
No way dat deze struik ooit zo'n piepklein korreltje was.



Category: default

05 03 09 - 09:37

Jarig!




Category: default

02 03 09 - 11:45

Taal zonder gezicht

Hoe klinkt taal als je niet kan lezen en schrijven?
Als je geen wetenschap hebt van een structuur van een taal, van hoe letters woorden vormen, van de logica en grammatica. Als je geen woordbeeld hebt als je praat of luistert.
Klinkt het als een brij?
Herken je letters in een gesproken woord? Herken je woorden in een zin?
Soms zou ik wel eens terug willen naar de tijd voordat ik kon lezen en schrijven. Gewoon om te voelen hoe taal klinkt als je er geen beeld bij hebt.
Ik denk wel eens aan de taalpsychologische onderzoekjes die ik in mijn studieboeken las.
Noem een heel lang woord zegt de onderzoeker tegen een kind van drie.
Trein zegt het kind.
Ik deed laatst een testje met Dochter (4 jaar, 2 maanden). Drie kwartier aan één stuk praatte ik alleen maar Frans tegen haar, tijdens de thee. Eerst wachtte ik op de reactie mama, praat nu eens gewoon tegen me. Die kwam niet. Een kind van vier is er aan gewend om continu woorden te horen die het niet kent. Ze zijn er op gebouwd om steeds maar weer betekenissen toe te kennen aan vreemde woorden, het zit in hun natuur, dat is wat ze de hele dag doen. Er ontstond een spelletje, op haar initiatief, waarbij ze me steeds blokken liet zien met afbeeldingen erop. Ze vroeg me de afbeeldingen te benoemen. De nieuwgeleerde woorden nam ze feilloos over. Ze had wel door dat ik anders dan normaal praatte, want in plaats van Nederlands ging zij op den duur een soort murmeltaaltje spreken, buiten de nieuwe woorden om. Dus als ik over een bepaalde blok had gezegd: c'est un garçon, liet zij hem mij een poos later zien met de mededeling humhum garçon.
Het lijkt mij er dus op dat analfabeten, want dat is Dochter, mijn kleine analfabeetje, ik koester het nog twee jaar, wel woorden horen in de taalbrij.
Ik gok dat dat een mechanisme is voor begrip.
Het bedradingssysteem in je hoofd dat het taalgebied vormt, zal wel een zeefje hebben dat (bepaalde, zelfstandige naam-, opvallende, voor begrip noodzakelijke?) woorden uit de stroom filtert. Het taalvergiet.
Als ik een mevrouw op het nieuws Russisch hoor praten, voor mij een onherkenbare stroom keelklanken, ga ik onbewust letten op herkenbare woorden. Als ik een taal hoor, en vooral een taal die niet uit een taalfamilie komt die ik ken, dan ben ik voortdurend bezig om te proberen scheidingen aan te brengen om hem begrijpelijker te maken. Indelen in brokjes. Volgens mij is dat ook een basismechanisme van de mens. Scheiden.
Dat moet haast wel, daar zal de grammatica ook wel vandaan komen. Die hebben we tenslotte zelf gecreëerd.
Twee mechanismes dus: woorden filteren en scheiden, waarbij het een natuurlijk in het verlengde ligt van het ander. Twee oerdingen die we, hoe oud we ook zijn, blijven doen. Heel Darwinistisch, het is een overlevingsstrategie: je wil anderen die je niet snapt leren begrijpen. Als je niet weet hoe je op de Franse camping een baguette moet bestellen, ga je dood van de honger.
Voor mensen die niet kunnen lezen en schrijven zal taal wellicht klinken als een brij maar wèl met duidelijk herkenbare delen en stukken.
Analfabeten in een gebied dat bestaat uit geschreven taal (in de rimboe van de Amazone is het natuurlijk een heel ander verhaal) zullen zich bovendien zeer bewust zijn van het bestaan van een systeem in de taal, al zullen ze het niet herkennen. Weten dat taal een gezicht heeft maar het niet kunnen zien.
Ik stel me voor dat het is als muziek.
Ik kan een beetje noten lezen, maar het is verwaarloosbaar. Ik heb geen benul van de taal van muziek, van maten, van composities, van partijen en arrangementen.
Als ik luister en kijk naar het orkest waarvan mijn zuster hoboïste is, en ik zie alle mensen tegelijkertijd op hun instrument spelen, samen een melodie voortbrengend, dan kan ik niks anders dan me laten onderdompelen in de golf die me overspoelt.
Ergens hoor ik een fluitsolo, dan weer een sax, dan weer een hoorn, dan weer alles samen.
Maar ik zie geen structuur, ik hoor de achtergrond niet, de regels. Ik hoor alleen maar wat ik hoor.
En als je alleen maar hoort wat je hoort, krijgt je hoofd vrijheid.
Als je geen regels ziet, hebben je hersenen ruimte voor beelden, voor beelden en gevoel en kleuren.
Mijn hersenen althans.
Heel soms kan ik het jammer vinden dat het is zoals het is in onze wereld.
Dat taal niet is als muziek voor mij.
Hoeveel zou ik kunnen voelen in taal als ik niet werd afgeleid door het gezicht.
Ik zal het nooit weten.