Category: default
08 03 10 - 13:09
De Limburgers koesteren hun dochters
Ik geloof in de stelling dat een taal iets zegt over het volk dat haar spreekt.
Dus dat als Eskimo's werkelijk driehonderd woorden voor sneeuw zouden hebben, dat dat dan zou betekenen dat deze mensen een soort van geobsedeerd zouden zijn door sneeuw.
Hetgeen ik persoonlijk best zou kunnen begrijpen.
Vooral als 295 van deze 300 woorden scheldwoorden zouden zijn.
Onlangs was ik zo wat aan het peinzen over deze stelling en dan specifiek met betrekking tot mijn moedertaal, het Limburgs.
In het Limburgs gebruik je voor het vrouwelijke persoonlijk voornaamwoord
Zij, bij een vrouwspersoon op jonge leeftijd, het onzijdige
Het. En als bijbehorend bezittelijk voornaamwoord gebruikt men het mannelijke
Zijn*.
Okee, dat was een lastige zin als u uw ontleedlessen alweer een poos achter u hebt liggen. Voorbeeld.
Het heet zien zök nog neet aan. (Jong meisje)
Sie heet heur zök nog neet aan. (Vrouw)
In het Nederlands vertaalt men beide zinnen met:
Zij heeft haar sokken nog niet aan.
Ter vergelijking, bij mannen, jong of oud, zonder onderscheid, zegt men altijd:
Hea heet zien zök nog neet aan.
Dus, wat zien we hier?
1. Ten eerste zien we dat er een onderscheid wordt gemaakt tussen jonge meisjes en vrouwen.
2. Ten tweede zien we dat dat onderscheid niet wordt gemaakt tussen jongens en mannen.
3. Ten derde zien we dat jonge meisjes als onzijdig worden gezien.
Over punt 3 pieker ik nog even door. Is het woordje
Het wel werkelijk onzijdig?
Is het hetzelfde
Het als in het Nederlands? Het Limburgs kent immers niet het standaard Nederlands als ontstaansbron (het werkte natuurlijk andersom), maar meer het Oud-Duits en het Oud-Frans.
Waar in het Nederlands het woord
Het meestal vrij lui als een soort van
Hut wordt uitgesproken, daar zeggen de Limburgers, toch geen sterren in een duidelijke pronunciatie, in de context van het jonge meisje een zeer duidelijk
Hèt.
Dat zou duiden op een totaal ander woord dan het Nederlandse
Het. Ergo, het zou duiden op een heel ander woord in het algemeen.
Dus dan zou er in het Limburgs een aparte, niet te vertalen, aanduiding bestaan voor
Zij, in de betekenis van jong meisje.
Als we nu weer terug gaan naar de beginstelling dat een taal iets zegt over het volk dat haar spreekt, wat concluderen we dan?
Mits ik in het bovenstaande een juiste gedachtengang heb bewandeld, dan zijn kleine meisjes bij de Limburgers iets bijzonders. Iets waarvoor je een apart persoonlijk voornaamwoord gebruikt. Ze worden niet over één kam genoemd met andere vrouwelijke figuren, maar staan los daarvan. Mocht het nu zo zijn dat het gebruik van
Het toch op onzijdigheid duidt, dan zou dat duiden op een soort sekseloosheid van jonge vrouwspersonen. Niettemin, het verschil tussen jonge en oudere vrouwen blijft, in welke verklaring dan ook, bestaan, waarbij kleine jongetjes daarentegen staan al op jonge leeftijd gelijk aan de mannen waar tot ze opgroeien.
Wellicht is het verschil tussen het Limburgs en het Nederlands te verklaren uit het verleden, het Limburgs is een oertaal die de geschiedenis weergeeft. Bij de ontwikkeling van het Nederlands is het verschil tussen jonge meisjes en vrouwen misschien verloren gegaan omdat het niet meer nodig was om het onderscheid te maken.
Hoe het ook zij, op dit moment gebruiken de Limburgers dus een aparte aanduiding voor jonge meisjes terwijl dat in het standaard Nederlands niet wordt gedaan.

*Ik ga in een ander stukje nog wel eens in op dit verschijnsel, dat misschien ook samenhangt met het mannelijk gebruik (
Hem) van het persoonlijk voornaamwoord voor
Haar:
Ich goan 'm oet sjool hoale / Ik ga haar uit school halen.
Category: default
05 03 10 - 14:33
Er werd een taartje gemaakt...
...dus er zal wel iemand jarig zijn vandaag.
Category: default
03 03 10 - 17:09
Een ontblote knie en gefilosofeer over planning

Weertje hè.
Nou.
Poehpoeh.
Ik snoeide in het zonnetje de braam en nam en passant even mijn maillot mee.
Groot rafelend gat ter hoogte van de knie.
Hoe is het toch in hemelsnaam mogelijk.
Ben ik daar nou de enige in?
Zeg me dat het niet zo is.
Nu ja. Kon mijn ontblote knie net nog even wat zon meepikken, zo door dat gat.
Ondertussen rolden twee kleuters door de modder in de wei. Zökske en Trui bokten van gekkigheid wat in het rond en Fien en Hennie fladderden druk om mijn benen.
Hè.
Fijn.
O ja. Tekenen deed ik ook nog, de afgelopen dagen.
Lekkere klusjes, om er weer een beetje in te komen na mijn verlof.
Tijdens het tekenen piekerde ik wat over planning.
Tekenen is voor een groot deel plannen. Bij mij althans. Als je ergens drie figuurtjes vlakbij elkaar tekent moet je eerst goed bedenken wie voor wie staat, welk mannetje je dan eerst tekent, waar alle ledematen komen zonder in de knoop te komen en nog zowat van die dingen.
Maar on the other hand komen bij mij de creatieve ideeën pas vaak als ik lang en breed bezig ben met tekenen, dus ongepland. Dus dan bedenk ik ineens iets waanzinnig grappigs, maar snotdorie, moet ik dwars door een been gaan zitten knoddelen.
Nu heb ik er doorgaans niet veel moeite mee hoor, dwars door iets heen tekenen. Ik vind het vaak al gauw goed genoeg.
Zo ben ik dan ook wel weer.
God, wat loop ik toch weer te zeveren.
Weet u wat?
Ik copypaste hier evekens wat van mijn recentste foddelarij neer en dan ga ik subiet koken.
Jongejonge.
Gat in maillot.
Planning.
Hoe durf ik me nog te vertonen, zeg.
Category: default
28 02 10 - 15:52
Schmuck, goud en diamanten
Category: default
25 02 10 - 10:30
Een gemoedelijk elfje
Zeg, hallo, wat staat u daar allemaal gretig te wachten. Met zo'n puppy-achtige, hoopvolle blik in de ogen of er nog een logje komt.
Ik probeer te wérken hier hè.
U houdt me allemaal vreselijk van mijn arbeid.
Ik moet nog zoveel doen. Er ligt al dagen een schilderijlijstje naar me te gapen. Het passe-partout sneed ik al met veel vloekerij op maat, maar nu wil het ding nog gevuld worden met iets leuks. Een guitig prentje. Iets origineels. Drama.
En... nou ja. Nog veel meer. Gedoe met mijn huis en foto's en een tijdschrift en dat ik de hele dag sta te wachten, mijn Nikon in de aanslag, op een straaltje zonlicht. En dat als dat straaltje zich aandient, ik alles uit mijn handen laat vallen, tot de baby aan toe, om de juiste foto te nemen, vanuit de juiste angle, you know. En dat Man me dan vindt, liggend op de grond onder het bed, mijn lichaam in een zeer onnatuurlijke hoek gebogen, de camera voor me uitstekend.
Hoe dan ook.
Speaking of baby's, hoe gaat het eigenlijk met Het Kleine Meisje?
Nou. Geweldig.
Nee ja nee ja, ik kan er niks anders van zeggen. Het is gewoon zo.
Dat geweldige hangt in zeer grote mate samen met het feit dat de diva van 's avonds zeven tot 's ochtends acht slaapt.
Kijk, al zou ze verder de godganselijke dag liggen krijsen, dan nog zou ik vinden dat het tamelijk geweldig gaat, puur omdat ik zo lekker aan mijn nachtrust kom.
Maar goed, gedurende de dag wordt verder ook niet gekrijst.
Eigenlijk krijst het wicht nooit.
Ja, als ze honger heeft, dan wil het snaveltje wel eens opensperren. Maar dat kunnen we hebben hè.
Ach ach, het is zo 'ne lekkere. Een uiterst vriendelijk meisje. Ze lacht met haar hele lijfje gekronkeld van plezier als ze me ziet.
En kraaien, dat kan ze ook. Heel hard. Net een parkietje.
En volop in de orale fase, hè, dat krijg je. Probeert nu zelf speeltjes te pakken en in haar mond te stoppen. Dat lukt niet ofzo, met die uitermate lompe motoriek, maar toch, de intentie is er.
God ja. Zo leuk, zo'n baby'ke in huis. We zijn er zo verguld mee.
'Dit wordt 'ne gemoedelijke,' zei ik al, toen ik zwanger was, wrijvend over mijn buik.
En zie eens aan.
Ik had gelijk.
Een gemoedelijk klein elfje.
(Dat heel nors kan kijken, maar dat is slechts schijn.
Oh en die fleecetrui, dat is ook alleen maar schijn. Die heb ik niet echt aan, dat ziet u verkeerd.)

Category: default
20 02 10 - 14:39
The sjappie-few en hoe ik Hiawatha ergens naar binnen wilde schuiven
'Mama, ik heb pijn aan mijn voeten,' had mijn oudste schatje al een paar keer klaaglijk gezegd.
En dat had ik steevast keer op keer heel vakkundig genegeerd.
Tot ze ging aanwijzen waar ze dan precies pijn had en daarbij en passant ook nog even het zooltje uit haar schoen peuterde. Aan de zweetafdruk kon ik zien dat er geen ontkennen meer aan was.
Als ik geen klein klompvoetchineesje wilde creëren dan moest er nu actie komen.
En zo togen wij vanochtend naar de stad. Kleuter mee, baby mee, Man mee, de hele mikmak. Op schoenenmissie. Op het randje van de uitverkoop met de nieuwe voorjaarscollectie al schreeuwend in de winkels.
De voorjaarscollectie, u kent ze wel; de open ballerina's en de witte sneakertjes. Echt schoeisel om eens lekker door die laatste restjes zwarte sneeuw mee te baggeren.
Nee, ik had er zin in.
Op het einde van het liedje, na 345 roddelende winkeldames, 289 voetopmeetapparaten en 984 ugly uitverkoopresten, een jammerende baby, vreemde kotsvlekken op mijn maillot en een apathische Dochter die niet meewerkte, kwamen we aan in winkel 367 en was mammie niet meer zo amused.
Sterker nog: mammie was bereid om iedere schoen te kopen die zich aandiende. Ugly of niet en in een lekker grote maat en fiks op de groei.
En ja.
In winkel 367 stond dus de meest lelijke kinderschoen op dees' aard. Van het type Hiawatha. Een laag moccasinnetje met van die fraanjelen. Aan het begin van dit seizoen nog zeer koddig, nu vooral gereserveerd voor de sjappie-few of us.
'Ik wil die best wel,' zei Dochter bedeesd, enigszins op haar hoede voor mijn licht ontvlambare humeurtje.
Ik kreunde.
Maar het mormel paste en Dochter liep er fluks en ook een beetje gretig op weg.
De winkeleigenaar keek tevreden en bij de kassa vroeg hij mysterieus of ik niet nog een andere schoen had gezien.
'Watte?' spuugde ik, niet begrijpend.
'Was er nog een ander paar van ongeveer dezelfde prijs?' herhaalde hij, met een betekenisvolle knipoog.
En hij goochelde wat met de doos en de schoentjes.
'Ik begrijp er niks van, wat bedoelt u?' mopperde ik ongeduldig.
Ik was tamelijk geneigd om Hiawatha persoonlijk en zeer hardhandig bij de beste man naar binnen te schuiven.
Wat bedoelde die knakker? Had ik de verkeerde maat uit het rek genomen?
'Pak nog een ander paar en dan krijg je die voor nihiks,' brulde de schoenenverkoper.
'Huh?' deed ik.
Waarop Man het niet langer kon aanzien, een tweede paar ugly fraanjele-Hiawathas uit het rek griste en op de toonbank gooide.
Kijk eens aan.
Dus nu heeft Dochter niet één paar van de lelijkste schoenen op aarde.
Nee.
Twee.
Thank the lord.

Category: default
14 02 10 - 12:03
Boek
Ik geniet van alle opdrachten die ik doe.
Soms is het de kunst om de druk van het geld uit te schakelen -ik word soms een beetje nerveus van het idee dat bedrijven voor mijn geklieder betalen- maar als dat eenmaal gelukt is, vlot het werk doorgaans als vanzelf.
Toch is het soms fijn om eens iets zomaar te doen. Voor de leuk. Om niet. Dan gaat de creativiteit zo lekker stromen, mag ik lekker allerlei geks doen en nieuwe dingen uitproberen, want hee, er is toch niemand die ervoor betaalt.
Het aller, allerliefst doe ik dan verrassinkjes maken. Voor mensen die ik heel goed ken en die me na staan. Gevoel omzetten in creativiteit, dat tekent het lekkerst. En ik kan er fijn zoveel grapjes instoppen en lekker uit mijn dak gaan.
Vorige week tekende en schreef ik op turbospeed een heel boek in elkaar. Tussen het kokhalzen door.
Een cadeau voor een
zomaar-feestje van de schoonzuster en schoonbroeder.
Voor en over drie heel bijzondere kleine meisjes; Dochter en haar twee nichtjes.
Een boek waarvan je weet dat het met de jaren waardevoller wordt.
Ik liet er twee exemplaren van drukken, zelf wil ik het natuurlijk ook graag voorlezen aan Dochter.
Het werd met gepast gejank ontvangen.
En zo wordt zo'n cadeau voor een ander uiteindelijk een cadeau voor jezelf.
Category: default
11 02 10 - 14:04
Kobolden, gnomen en Sjiek is miech dat
Sjiek is miech dat, lalalalalaaalaalalalaa.
Oh. Sorry. Bent u daar al?
Zat even lekker voor me uit te zingen.
Mezelf onbespied wanend.
Je bent ook nooit alleen hè, op zo'n weblog.
Nou vooruit dan. Een verhaaltje. Een kleintje. Omdat u zo aandringt.
Waarover?
Ehmmm... de vastenavond. Want het is bijna zover. Oeioeioei. Maak me gek. Zaterdag is het Sjtasiefestasie im stad. Und ich bin dabei, lalala.
En iedereen die ik ken. Susy natuurlijk. Die altijd heel hard moppert dat ze er niks aan vindt, maar uiteindelijk weer vooraan staat als er bier in iemands kraag gegooid moet worden. En Nicolekebolleke. En Iben. En Marlieke. En Rosalie. Ja, zeg maar heel Zuidelijk Logland.
En de loglozen, die zijn er natuurlijk ook. Stijlgoeroe J (J, je komt, hoor je me! Je komt! Basta!) en KimT en nou ja. Nog zo'n paar duizend andere mensen, zeg maar.
Op de bühne hebben we dit jaar De Schintaler en mijn persoonlijke held Dieter Koblenz en Beppie komt ook. En Fabrizio. Oehlala, Fabrizio.
En dan eten we balkenbrij en zult en nonnevotten en drinken we bier tot we heel jolig worden en we tegen iedereen aan gaan zwegelen.
Kortom: we luisteren naar muziek die u wanstaltig vindt, eten voedsel dat u aan het kokhalzen maakt, ja, we hebben zeg maar een heel leuk feestje met onszelf hier in de kolonie.
Misschien moet u maar snel een van uw zure dominees sturen om ons te bekeren met een hoop hel en verdoemenis.
Ach nee, doe ook maar niet.
We zijn toch niet meer te redden.
Wilt u nog een aardig en diepzinnig stukje horen over de achtergrond van de carnaval?
Wacht, ik typ even een stukske voor u over uit
De Jaarfeesten van Bock:
De uitgelaten stemming die in de carnavals- en vastenavondtradities naar voren komt, stamt uit hele oude tijden. Wanneer rond de winterzonnewende de ziel van de aarde zich het diepst binnen in de aarde terugtrekt, wekt zij daar hele legers van gnomen, kobolden en andere elementaire wezens tot activiteit, die in de materie van de aarde werkzaam zijn. Tot in de middeleeuwen stond de mens nog helemaal open voor het natuurgebeuren; hij liet de werkingen die daarvan uitgaan rechtstreeks op zich inwerken en gaf zich over aan de dans en de roes waartoe hij zich aangezet voelde. In het Romeinse Zuiden ontstonden daaruit de gebruiken van de Saturnalia en in Noorden-Europa de Joeltijd. De Rooms-Katholieke kerk wees deze gebruiken niet af maar loet ze op christelijke bodem verder ontwikkelen. Maar wanneer het spel van de kobolden het wildst werd gooide de Middeleeuwse kerk het roer om en loet ze met aswoensdag de vastentijd beginnen.
Interessant, nietwaar?
Machtig, maar hee, dat ben ik. Noem het woord Kobold en je hebt me. Ik vind Kobold een heel erg Ronja de Roversdochter-achtig woord.
Ach, eigenlijk kan ik nog maar één ding zeggen.
Sjiek is miech dat.
Alaaf.
(Wat is dat toch, met dat Sjiek is mich dat? Nou,
Dit.)
Category: default
09 02 10 - 13:51
De God van de illustratiewereld en enige uitmelkerij omtrent het Abbajurkje
'En weet je wie ooooook komt?' krijste ik luidruchtig tegen Man.
'Nou?' zei Man, rustig wie immer.
'Charlotte Dematons!
Charlotte Dematons!' tjirpte ik.
'Oh!' zei Man, hij probeerde heel blij voor me te klinken.
Om er toen heel voorzichtig aan toe te voegen: 'Ehm, wie is dat?'
Ik hapte naar adem. 'Charlotte Dematons is zeg maar God in de illustratiewereld!' brulde ik, verbaasd over zoveel onwetendheid.
Man knikte.
En ik hijgde nog even na.
Want ik ga dus workshops geven. In de kinderboekenweek. In de schouwburg. Met kinderen en dingen en gedoe en tekenen.
En Charlotte Dematons komt dus ook. Maar dat had ik geloof ik al gezegd.
En dan ga ik dus met haar praten.
Hee, misschien kan ze nog iets van me leren.
En verder. Verder is het ABBA-jurkje dus af.
Ja, ik had het wel door. Dat u mijn ABBA-project niet zo zag zitten. Ik ken mijn pappenheimers wel. Ik kan wel tussen de regels van mijn reactiebox doorlezen.
Maar nu heb ik u allemaal mooi even tuk.
Want het jurkje is in drie lettergrepen: ge-wel-dig geworden.
We hebben een gigantische hoop stof verwijderd, de lampenkapjes van de mouwen gesloopt en mijn moeder heeft alles weer keurig dichtgenaaid.
En What do you know: er is zoveel over dat er ook nog een kleedje voor Dochter af kan.
Hebben we straks alle twee dezelfde jurk!
Ik hoor Man al kreunen.
En u ook. Van jaloezie.

Category: default
06 02 10 - 15:01
Het abba-jurkje en nog veel meer
'Ik moet eruiuiuit,' siste ik, werkelijk heel kalmpjes, tegen Man.
Dochter smeerde net pannenkoekenbeslag in haar haar en Het Kleine Meisje had zojuist over mijn laarzen gekeukt.
Het huis was een troep en het zag er niet naar uit dat het zichzelf binnen aanzienlijke tijd ging opruimen.
Eruit. Dat moest ik. Al acht weken lang zit ik aan mijn baby geplakt en nu is het klaar.
Mammie heeft wat qualitytime met zichzelf nodig.
'Doe maar lekker,' zei Man, en hij pakte mijn hoofd tussen zijn handen en gaf een zachte kus.
Dus toen fietste ik in het zonnetje naar de kringloopwinkel.
Ja mensen, weer op de fiets! De eerste keer sinds zes maanden huisarrest. En zonder pijn.
Hoe zoet kan het zijn. Heel zoet.
En het werd ja nog zoeter!
De kringloopwinkel had een gigantische collectie carnavalskleren. Normaalgesproken mijd ik de kledingafdeling van de kringloop als de pest want daar hangt alleen maar afgedragen Miss Etam-troep. Niks geen mooie oude jurken. Maar met de carnaval denkt de kringloopdirectie: ach, laten we alle gekke omajurken er maar bij hangen, misschien is er nog een gek die er met de vastenavond in wil lopen.
Dus dan is de carnavalsafdeling ineens een walhalla van seventiesjurken.
Hoe! Haa! Hebbenhebbenhebben!
Dus zo vond ik een geweldig oer-oud lichtblauw ABBA-kleedje. Wel op seventies-lengte, dus daar zal mijn moeder aan te pas moeten komen om het danig in te korten. Maar hee, een kniesoor die daarop let.
En verder. Verder waren er nog meer seventies-heerlijkheden. Briljante kopjes, een bruinlederen tasje en een theepot uit Denemarken.
En Deens is altijd goed. Onthou dat, dat pikt u hier weer even mee. Deens is altijd goed in serviesland.
Helemaal gelukkig kwam ik weer thuis.
Ik deed het ABBA-jurkje meteen aan om het trots aan Man te showen.
'Dat is voor de carnaval hè,' zei Man wat onzeker.
'Nee voor zo,' zei ik glimmend. En ik trok de boel wat op om te laten zien hoe het er ingekort uit gaat zien.
'Ja ja,' aarzelde Man.
Hij keek er wat ongelukkig bij.
Hij zal er nog even aan moeten wennen, denk ik.
Aan zo een hippe ABBA-vriendin.
Maar dat komt vast goed.