Paleis Soestdijk / Royal palace Soestdijk

Ik verdeel mijzelf soms stiekem in een verleden-ik, een nu-ik en een toekomst-ik.
Dan heeft de nu-ik geen zin om ‘s avonds de keukentafel af te ruimen maar dan doe ik het toch omdat ik eens aardig wil zijn voor de toekomst-ik die morgenochtend voor het ontbijt anders de opgedroogde spaghetti-slierten van de tafel moet krabben.
Hm. Dat klinkt een beetje vreemd eigenlijk.
Maar verder ben ik tamelijk normaal hoor.
Hoe dan ook.
Ergens half februari maakte ik deze foto.
Een pagina over Paleis Soestdijk maakte ik.

Het is gek, als ik ergens mee bezig ben dan zit ik daar helemaal vol van, maar tegen de tijd dat mijn rubriek uit komt, ben ik het doorgaans alweer zo’n beetje vergeten. Dan zit ik weer met mijn hoofd bij nieuwe dingen.

Deze week, de week voorafgaand aan koningsdag, kwam de pagina uit.
Ik vind dat altijd nogal een toestand.
Alsof ik ineens met andermans ogen naar mijn werk kijk. Gottegot, weet u wel hoe akelig dat is?
Ik scheur het cellofaan van de Libelle altijd met een mengeling van haast en afkerig uitstel open.
En dan hoop ik heel hard en met mijn ogen dicht dat ik nog steeds mooi vind wat de verleden-ik meer dan twee maanden geleden maakte.
En dan neem ik me heel ernstig voor om met het maken van de volgende pagina heel lief te zijn voor mijn toekomst-ik.
Maar ja.

For Libelle I always work 2,5 months in advance. So in february I made this section about Soestdijk, the royal palace where our former queen grew up. This week the Libelle with Soestdijk fell on my doormat. And the doormat of a zillion readers. In the 2,5 months between making and publishing, I totally forget about what I made. So when I open the new Libelle I feel a mix of rush and averse delay. And then I hope really hard that I still like what I made in the past.

Zalig pasen / happy easter

We verfden de eieren zoals ieder jaar met uienschillen (diep donkerrood), koffie (glanzend bruin) en kurkuma en vergaten zoals ieder jaar dat de kurkuma niet goed pakt op de bruine eieren van onze eigen kippen.
En dus zat ik, zoals ieder jaar, de vaalgele kurkuma-eieren vol te tekenen met vredige paastaferelen, want ja, zo’n kaal ei, dat is maar niks.
Ik wens u heel fijne paasdagen!


We color our eggs every year with the shell of onions (beautiful dark red), coffee (deep brown) and turmeric, and every year we forget that the brown eggs of our own chicken never get real yellow of the turmeric. So every year I find myself drawing peaceful easter illustrations on the pale yellowish turmeric eggs, because I just don’t like bald eggs. Happy easter to all of you!

Harvey-schoenen / Harvey-shoes

We zitten momenteel in een Suits-periode, de mens en ik.
Dat is een serie. Over twee advocaten in mooie pakken.
Hm ja, dat klinkt tamelijk stompzinnig, besef ik.
Hoe dan ook. We spenderen onze tijd voornamelijk met bekvechten wie nu de leukste advocaat is. Harvey. Mike. Harvey. Mike. Nee, toch Harvey.
Manmanman. Bloem der natie, dat zijn wij. Met ons kun je de oorlog winnen ja.
Ondertussen bestelde ik een paar nieuwe schoenen.
Ze waren eigenlijk net iets te duur vond ik, dus ik hoopte heel erg dat ze bij aankomst heel lelijk bleken te zijn. Of slecht zouden passen, zodat ik ze terug zou moeten sturen.
Maar dat was niet zo.
Als gegoten. Voor mij ontworpen. Goddelijk.
‘Dat zijn precies Harvey-schoenen,’ vond Man.
Wel een beetje ja.
Tien punten voor Harvey.



My husband and I love to watch Suits and quarrel about which lawyer we like best: Harvey or Mike. Or Harvey. Or Mike. That’s how we spend our evenings. Intelligent people, that’s us. Anyhow, in the meantime I ordered new shoes. They were a little too expensive so I hoped that they would turn out really ugly so that I would have to send them back. But they didn’t. They’re divine. ‘They look like Harvey-shoes,’ my husband remarked. Harvey is winning now.

Hallo, Bert hier / Hello, here’s Bert

Aan de omvang van mijn wenkbrauwen kun je zien hoe druk ik het heb.
Hoe groter de unibrow, hoe vetter de deadlines, dat somt het wel zo’n beetje op.
Ziet er niet uit.
Ik loop voor schandaal.
Overigens gaat die regel niet helemaal feilloos op. Toen ik zwanger was had ik ook nogal wat wenkbrauw.
En weinig tot geen deadlines.
Of, nou ja, het is maar net hoe je het bekijkt. Zo’n bevalling is natuurlijk nog best een eindpunt.
Nou ja. Toen ik lag te bevallen van ons Kleine Meisje en ik in hevige pijnen verkeerde, meende Man daar iets over te moeten opmerken.
‘Allemachtig, Oc, je had eigenlijk best je wenkbrauwen even mogen epileren.’
Ja.
Dat zei hij.
Mijn fijnbesnaarde mens.
Viel niet in goede aarde.
Dat is zo’n zinnetje dat nog altijd naar boven komt in bepaalde eh situaties.
Hoe dan ook.
U wil nu mijn wenkbrauwen zien hè.
Ja.
Nou.
Komen ze.

Och, keek ik net weg.
Jammer.

Oeh. Alweer.
Sorry.

When I’m busy with my work I usually forget to take proper care of myself. The bigger the deadlines, the bigger the eyebrows. Or should I say, unibrow. When I start taking selfies from the side, you already can guess how bad it is. So. Busy. That quite sums it up.

Ik hou gewoon heel erg van gordijntjes / yet another curtain story

Ze wilde ook een gordijn bij haar bed, net als haar grote zus, ons Kleine Meisje.
En dan het liefste dat gordijn met die bloemetjes, mama. Die zwarte.

Ze bedoelde het gordijn dat ik op mijn werkkamer wilde ophangen maar dat op vreemde wijze al een half jaar op de vensterbank lag en maar niet tot voor het raam had kunnen komen.
Ik zuchtte eens. Ach ja. Voor je kind heb je alles over hè.
Ik naaide het wat korter, reeg het aan een oude gordijnrails en vond dat ik echt ontzettend goed en handig bezig was.
Maar toen moesten de bevestigingshaakjes eraan gemaakt en dat was toch echt een beetje te veel van het goede.
Ik werd daar heel erg moe van.
Gelukkig heb ik een ontzettend handige man.
Met een ontzettend goed georganiseerd arsenaal aan klusbenodigdheden.
Gottegottegot.

Hoe dan ook, daar hing het gordijn.
In tien minuten.
Nou.
Hoe moeilijk was dat nou.

Dat ik daar toch een half jaar over heb moeten doen, zeg.

Our little one wanted a curtain next to her bed, just like her big sister has. And she was pretty sure about which curtain it had to be: my vintage, thrifted black flowery one, which I had saved for my study. For, well, a half year or so. I saved it very good, on the window-sill, catching dust. Yes, that curtain was very dear to me. But oh well, a mother has to bring sacrifices and I sewed the curtain to the right size, put it on the curtain rail and was really very pleased with myself. But then I got a little stuck in all my handiness and I handed the whole shebang over to my dear husband. Who fixed it in ten minutes.

Je moet niet alles willen weten / ignorance is bliss

Ik leef nogal onder het motto: je moet niet alles willen weten.
Heel lang geleden zag ik eens een hele wetenschappelijke documentaire over de viezigheid van het menselijk wezen.
Dat we continu van alles afscheiden en uitsproeien en van ons af schilferen. De makers van de film vonden het nodig om in detail te laten zien wat ze bedoelden, ze hadden beelden gemaakt die ontzettend uitvergroot waren en heel close up gefilmd: een man die niesde en waarbij je zag hoe een waas van ragfijne druppeltjes tot in de verre omtrek in de lucht explodeerde, een man die op zijn arm krabde en waarbij je zag hoe een stuifwolk van huidschilfers omhoog zweefde.
Getverdemme.
Sindsdien houd ik heel neurotisch mijn adem stiekem in als ik naast iemand op een bankje zit die ergens begint te krabben.
Ik wil niet andermans stukjes dode huid inademen.
Nee.
Maar ja, nu zit ik daar dus mee. Ik had er prima mee kunnen leven als ik die documentaire niet had gezien, dan had ik gewoon altijd lekker kunnen doorademen en zo.
Maar goed. Hoe dan ook. Over menselijke viezigheid gesproken, we ruimen op, mijn mens en ik. Ik de zolder, hij het schuurtje.
Dat was vreselijk nodig, we groeiden dicht.
Nu is het zo dat er een soort hiërarchie heerst in onze troep. Op zolder zijn alle dingen terechtgekomen die ‘misschien nog wel een keer bruikbaar zijn’. Dingen die we niet zomaar weg konden doen. Op de zolder heerst de emotie, zeg maar. In de schuur heerst vooral eh ja, smerigheid.
Maar enfin, het ging prima, het hele opruimgebeuren, ik zat er lekker in en ploegde me een weg door stapels babykleertjes, studieboeken en peuterspeelgoed.
‘Ah nee, dat hobbelpaardje doe je toch niet weg!’ riep Man ontsteld toen ik met een nieuwe lading troep beneden kwam.
‘Dat stoeltje, dat moeten we bewaren, hoor!’ mekkerde De Grote Dochter.
‘Ik wil die knikkerbaan houden,’ zeurde Het Kleine Meisje.
Ik zuchtte.
Zoals ik al zei.
Een mens moet niet alles willen weten.
Morgen stuur ik iedereen de deur uit en ga ik lekker alleen uitmesten.

(Wat ik wel nog terugvond, na honderd jaar: een prent die ik kocht toen ik voor het allereerst in Parijs was, op mijn zeventiende. Ze vroeg zich af of ze zich niet alles ingebeeld had. Nah.)

We’re cleaning up our attic and shed, it’s just terrible, the mess we make. The husband takes care of the shed, I’m plodding along in the attic, through massive piles of baby clothes, toddler toys and old books. Sometimes I come downstairs with my arms full of junk and then the entire family starts to oh and ah and screams that I can’t throw that adorable rocking horse/giant ugly Winnie The Pooh away. Now it happens that one of my life slogans is: a person doesn’t have to know everything, so I guess I kick everyone out of the house tomorrow morning and start cleaning up all by myself. Can’t wait.
(And look what I found, after like hundred years, a print I bought when I first visited Paris, at age 17. Is says: She wondered if she had imagined everything. Well. Kind of miracle-ish.)

Ik dacht dat het niet bestond / I thought it didn’t exist

Iedere dag werk ik met zo ontzettend veel plezier aan mijn wekelijkse pagina in Libelle.
Dat ik mag schrijven en tekenen, dat ik precies dat mag doen waar ik altijd van dacht dat het niet bestond. Als iemand mij wel eens vroeg wat ik later wilde gaan doen dan wilde ik altijd antwoorden: mooie dingen maken. In mijn hoofd zat een vaag, niet te verwoorden beeld van tekeningen, tekst en compositie. Maar dat zou niemand vast begrijpen. En dus zei ik maar niks.
Maar het kwam allemaal goed.



Some of my work in Libelle, every week I make a section about tourism in The Netherlands. I love it so much, every morning I wake up excited, my mind full of new drawing plans and text ideas. I was a child who had a vague image of the future. I never knew what to do as a profession, I liked writing, I liked drawing and I liked composing those two to a new whole, but as far as I knew, such a job didn’t exist. And it probably didn’t, till now. I am so lucky.

Na kinderbedtijd / past children’s bedtime

De hele middag buiten spelen, in een kort broekje of een blote zomerjurk.
Een bruin gezichtje onder witte haren.
En dan na het avondeten nog heel eventjes naar het bos tot het eigenlijk al kinderbedtijd is geweest.




Summertime continues, this spring. Our little girl loves to be outside, she plays in the garden all day long. Her face looks tanned beneath her white hair. And after dinner we go for a little walk in the woods, although it’s past children’s bedtime already.

De reuzenfamilie gaat op picknick / the giants take a picknick

‘Dat is geen hond, dat is een bever,’ moppert Man.
Marie probeert uit alle macht een tak door te knagen die in de beek ligt en het is een heel gedoe met rondvliegende stukken hout en gespetter.
Ik heb mijn armen onder mijn hoofd gevouwen en mijn ogen dicht. ‘Hm,’ zeg ik.
Vandaag is de officiële opening van ons picknickseizoen.
Op onze rode stippendeken, aan de oever van een klein Duits kronkelriviertje net over de grens.
‘Och, kijk dan,’ zei ik, als ik de foto’s na afloop terugkijk, ‘onze kinderen worden zo…gróót.’
Man knikt. Onze grote dochter reikt al tot mijn schouder.
‘Nog even en ik ben met mijn 1,76 meter het onderdeurtje van de familie,’ zeg ik benauwd.
Ik zie zo’n enorme reuzenfamilie voor me, met van die belachelijke voeten en dat ik dan van die idiote vijfliterpannen vol stamppot moet koken.
Man slaat een arm om me heen.
‘Zullen we dan nog steeds zo gaan picknicken?’ vraagt hij zich hardop af.
We zwijgen even.
‘We dwingen ze gewoon,’ zegt hij dan.
Het klinkt een beetje strijdvaardig.
We kijken elkaar aan.
Ja. We dwingen ze gewoon.








Today we officially opened our picknick-season. We took our blanket to a little German river, just on the other side of the border. After our trip I took a look at the photo’s I took and I saw to my astonishment that my eldest daughter is so tall already, she reaches my shoulder. She probably has her fathers genes; he’s over 2 meters tall. It made us think about the future, some day I’ll be the shorty in our household of giants. Everybody will have enormous feet and I will be cooking gigantic pans full of kale. But the main question is: will our children still go on picknick trips with us by then? We sure hope so.