Een vloerkleed voor Marie / Week 34

‘Weet je wat wil wel nog graag zou willen?’ zei ik tegen Man, terwijl ik peinzend onze woonkamer bekeek.
Man keek op van zijn laptop. ‘Hm?’
‘Een vloerkleed. Hier. Bij de bank. Lekker warm en knus.’
Man krabde eens op zijn hoofd.
‘Ik denk dat onze Marie daar heel blij mee zou zijn,’ zei hij uiterst serieus.
Marie kwispelde verwachtingsvol bij het horen van haar naam.
Marie houdt wel van warm en knus aan de pootjes.
En ja, zoals dat dan gaat, zo gingen wij op vloerkledenjacht.
Hoogpolig, laagpolig, kelim, sisal, dingen, gedoe.
Er zijn heel veel vloerkleden op deze wereld.
Ik wist van gekkigheid niet meer waar ik moest kijken.
‘Hier, deze met die flufjes, dat zou Marie wel lekker vinden,’ opperde Man bij een pluizig exemplaar.
Ik grinnikte.
En toen, toen zag ik hem.
Geen twijfel mogelijk. Dit was hem. HET kleed!
Een driehoekenkleed!
Een kleed dat matcht met mijn tas!
‘Dat wit is wel eh… wit,’ probeerde Man nog voorzichtig.
Maar ja. Er was geen houden meer aan.
We legden het ding in de kamer en nog voor het geheel goed en wel recht lag, zat Marie er al pontificaal op.
Lekker aan zijn smerige moddernek te dabben.
Krtsj krtsj krtsj.
Ach ja.





In week 34 the girls still have holiday and Wouter and I don’t. Our nine year old stays over at her grandparent’s place for two nights and I and our little one have some quality time together. The corn is in bloom everywhere and my hay fever is killing me, I’m short of breath, have head aches and sleep terrible, meh. The weather is cold and unpredictable, we stay at home and I enjoy my little succulents in their vintage cans. At thursday Wouter and I go shopping for a rug, we find a beautiful one with black and white triangles. Marie is the first one who in full feather takes possession of it, of course.

Instant zomergevoel / summer feeling

We zijn hier ten huize allemaal ontzettende waterratten.
Als de kinderen niet in ons kleine riviertje liggen te spartelen dan zijn we even verderop in het prachtige buitenbad aan de bosrand.
Mijn vader ging daar al zwemmen als jongetje. Toen was het nog geen mooi blauw bad met tegeltjes hoor, maar een bospoel met modder op de bodem.
(Ik ben niet zo van modder op de bodem, ik vind dat vies. Wie weet wat daar allemaal in verborgen zit. Blubber. Beesten. Dingen met schubben. En dat je er dan tot je taille in staat en dat je dan niet naar de bodem kunt kijken want het water is bruinig. En dat er dan iets langs je been strijkt, niet hard of zo, maar je voelde toch echt wat. Iets slijmerigs. Horror.)
Hoe dan ook, het leek me zo leuk om een middagje zwembad vast te leggen, maar ik wilde toch echt niet mijn Nikon meenemen.
Daarom kocht ik bij de Hema een wegwerp-onderwatercameraatje, kostte nog geen zeven euro.
Hij was meteen kapot, natuurlijk.
De doordraaiknop deed het niet goed en ik stond me zo vreselijk op te winden aan de zwembadrand dat ik er bijna van uit mijn bikini knapte.
Druipend kwam ik bij Man die pierenbadjesdienst had met de kleuter.
Hij frunnikte hier en daar wat en daar was de klommel gemaakt. Erg veel vertrouwen had ik er niet meer in maar ik knipte toch maar het rolletje vol.
Zonder duikbril.
Was niet handig.
Vandaag haalde ik de foto’s op en nou jaaa zeg, ze zijn zowaar gelukt.
Instant zomergevoel.
Ik vind het geweldig.





I bought a little disposable underwater camera because I really wanted to to make some visible memories of one of our favorite family-things, swimming. I took it to our beautiful swimming pool in the woods on a bright and sunny day. The water was blue, the girls splashed around like little dolphins and I forgot to take my goggles. Smart. But the photos turned out marvelous, instant summer feeling!

De tijd gaat altijd vooruit / Time is passing by

Ik probeer wat te werken met mijn kleuter naast me.
Braaf zit ze rond te kijken terwijl ik een ingewikkeld mailtje typ.
‘Mama!’ roept ze ineens opgewonden. ‘Mama! De wijzers van de klok zijn veranderd!’
Ze staart vol ontzetting naar de klok in de woonkamer.
‘Ik snap er niks van, deed de klok dat altijd al?’
Ik kijk haar wazig aan. ‘Ja liefje, dat is de tijd, die gaat altijd vooruit.’
Ze is even stil, haar ogen vastgehaakt aan de wijzers.
‘Doen alle klokken dat?’ vraagt ze dan.
Afwezig tik ik snel mijn bericht af.
Ik druk bijna op verzenden als ik nog op het nippertje zie dat ik Hoerbij heb geschreven in plaats van Hierbij.
Ik vraag me vertwijfeld af hoe vaak ik in mijn leven al begeleidende mailtjes heb verstuurd met Hoerbij erin.
Maakt dat eigenlijk iets uit?
Dan leg ik mijn ipad weg, en neem mijn meisje op schoot.
‘Mama, ik ben bijna vergeten hoe Engeland eruit ziet, zullen we de foto’s nog eens bekijken?’ vraagt ze, twee warme armpjes in mijn nek.
Dat doen we.








Some more photo’s of our British holiday. Our little girl was amazed bij the moving clock arrows this week, she never noticed before that time is passing by. And actually I tend to forget that too, busy with work and daily life. So we took a moment together and watched our holiday pics again.

Het vettige beest / Week 33

Als de vakantie voorbij is krijg ik altijd een onstuitbare drang tot het poetsen van ons huis.
‘Ik ga beneden stofzuigen en jullie gaan je kamer opruimen,’ zeg ik tegen de meisjes, terwijl ik ijverig alle rondslingerende schoenen naar de bijkeuken draag.
De Grote Dochter staart me lodderig aan en Het Kleine Meisje fronst haar wenkbrauwen.
‘Dat kan nu even niet, mama, want ik heb eh, ik heb enórme voetpijn,’ antwoordt ze dan.
Ze zet er een klaaglijk stemmetje bij op.
‘Naar boven! NU!’ brul ik.
Ze schieten schielijk de trap op en een uurtje later zijn er warempel twee nette kinderkamers en een frisse benedenverdieping.
Opgewekt drinken we thee aan een schone keukentafel.
Dan gaat de bel.
De buurtman.
‘Marie stond bij ons voor de deur en ze is heel vies,’ verklaart hij wat hulpeloos.
Nog voor ik er erg in heb rent de vieze Marie langs me heen de kamer in.
Ze was uit de grote poort ontsnapt en is in de kattenpoep in het grasveldje iets verderop gaan rollen.
Poep in de nek.
Poep in de woonkamer.
Poep aan de bank.
‘MARIE GETVERDEMME VETTIG BEEST!’ bulder ik.
En als ik het mormel buiten heb afgesopt rent ze vrolijk naar binnen om zich daar met modderpoten eens lekker uit te schudden.
Kortom.
Zo ziet u maar weer.
Het is nergens goed voor, dat gepoets.
Het is toch zo weer smerig.

Gelukkig heb ik mijn Moleskine-agenda nog.
Weektekening 7 alweer. Ik vind dat heel knap van mij.

Fijn weekend, lieve bloglezers!
(Zonder viezigheid:)

Drawing number 7 in my dear red Moleskine weekly diary. About my little girl who went for a sleep over at her aunt’s place for the first time, about my two girls who made beautiful paintings for their grandparents and about me, studying the designs of a famous Dutch furniture maker for some illustrations. Have a nice weekend, dear blogreaders!

Zeeland / the seaside

‘Tien dagen zon en hitte in Engeland, dat kan natuurlijk niet,’ zei ik tegen Man.
Man schudde lijdzaam zijn hoofd.
We hadden ons gewoon ingesteld op regen, snapt u?
Daarom besloten we deze week nog maar een kampeertripje naar Zeeland eraan vast te plakken.
Nou, als het dáár niet lukt met de regen, dan lukt het nergens.

We reden het smalle dijkje op richting de camping en klats, daar hoosde het.
Gelukkig maar.

Die middag luierden we op het grote caravanbed.
‘Waarom hebben opa en oma jou eigenlijk Octavie genoemd?’ vroeg onze kleuter.
Ze speelde met mijn haren en keek me peinzend aan.
‘Dat vinden ze een mooie naam,’ antwoordde ik.
‘Papa noemt jou heel vaak Oc,’ voegde ze er nadenkend aan toe.
Ik knikte.
‘Ik weet waar Oc vandaan komt, dat komt van Oksel,’ stelde ze uiterst serieus vast.
‘Hahaha!’ bulderde Man.
Mag u raden hoe ik de rest van de vakantie werd genoemd.
Ach, maar kijk, daar werd het alweer droog.
Dat heb je in Zeeland. Opentrekkende luchten.

Hoe dan ook.
De ochtend na de regen gingen we wandelen op de Kalmthoutse Heide, de nevels hingen nog tussen de bomen, daar was het wondermooi.




En natuurlijk gingen we naar zee.

En aten de lokale cuisine.

We brachten onze Grote Dochter als totale verrassing naar een camping in Breskens, waar ze twee nachten bij haar liefste vriendin mocht gaan logeren.
We vonden onszelf hele leuke ouders op dat moment.




En toen was het daar dan, dat moment.
Het echte einde van de vakantie.
Ik heb er nog een beetje moeite mee om het te geloven.

We spent some days at the seaside in the Netherlands, on a small camp site in the middle of nowhere. The weather was now and then rainy but we had sunny days too on which we went swimming in the sea. Our little girl ate some salted herring with onions, we went to a beautiful forest and then there was this moment we all tried to deny the past few days: the very last day of our holiday.

Kent en East Sussex (3)

Na een week in Engeland zei de kleuter heel keurig Denkjoe tegen alles en iedereen. In de winkel, tegen de mevrouw van de camping en inmiddels ook tegen ons.
Fascinerend hoe zo’n kinderbreintje werkt, ze stond er zelf niet eens bij stil dat ze dat deed, het ging volledig automatisch.
Ook fascinerend vind ik wat ik noem De Engelse Tegenstelling.
De winkeltjes, de stadjes, de tuinen, de inrichting van de tearooms, alles in Engeland is even schattig. Roosjes, bloemetjes, pastels, het kwelerige Cath Kidston, van gordijnen tot tassen, de winkels liggen vol met zoet en kneuterig en eh ja, truttig.
Maar kijk je naar het straatbeeld, naar de mensen die er rondlopen, dan zie ik louter de Nessa-look, van Nessa uit Gavin & Stacy.
Dik zwartgeverfd haar in een botte bobijn, zware make-up, donkergestifte lippen, een dikke tatoeage, leren minirok.
Daar is niks schattigs aan.
Ik vraag me nu af: wie koopt die roosjesgordijnen? Die bloemetjestassen? Die pastelbehangetjes?
Nessa toch niet?
Fascinerend.

Hoe dan ook. Daar was het alweer zondag.
Wat doet een mens op een rustige zondagmiddag in Engeland?
Dan gaat een mens bootjevaren.
We huurden een roeiboot bij het Royal Military Canal, Dat is een kanaal dat is gegraven om de Franse vijand tegen te houden en dat nu vooral dienst doet om het van oorsprong moerassige Zuidoost-Engeland droog te houden.

En ja. Als je zo dichtbij bent, dan moet je je kinderen Londen laten zien.
Ik was er al vaker geweest, maar de meisjes nog niet.
We namen de hogesnelheidstrein en werden in amper een half uur de stad in gekatapulteerd. Binnen Londen namen we de metro naar Covent Garden en van daaruit liepen we een stuk, eerst naar de Thames en later naar Trafalgar square.
Eerlijk gezegd vond ik het niks, zo’n metropool met een kleuter.
Ze likte de stoeltjes af in de underground, dweilde over de vloerbedekking van de trein, raakte net niet kwijt en kiepte een glas limonade om op een duur terras met een glibberige ober.
Maar vooruit, we deden het, ze zijn er geweest en ik ben maar tien jaar ouder geworden deze dag.



Er zijn twee soorten stranden aan de kanaalkant van Engeland; de gewone zandstranden en de karakteristieke kiezelstranden.
De kiezelstranden zijn ontzettend onpraktisch. Je kunt er niet met blote voeten op lopen en de zee wordt er heel snel heel diep.
Maar het water is er zo prachtig helder en van de allermooiste kleur die ik ooit zag: opaal.



Op het uiterste uitsteekpuntje van dit gebied ligt het plaatsje Dungeness. Dit stukje Engeland groeit nog steeds aan, het kanaal blijft hier grind afzetten, ze hebben al twee keer een nieuwe vuurtoren moeten bouwen omdat het land aanwast.
Door de continue afzetting is er een vreemd gebied ontstaan van alleen maar grind, er groeit amper iets. ‘De woestijn van Engeland’ noemen ze het ook wel.
Het is een van de bizarste landschappen die ik ooit zag.
Mijn brein wilde niet begrijpen wat mijn ogen zagen.




En dat was het dan.
Na ons bezoek aan de woestijn gingen we nog één keer naar zee, toen klapten we de voortent in en de volgende dag reden we vroeg naar Dover.
Dag lief, lief Engeland.


In the second part of our holiday we went boating on the Royal Military Canal, a canal that was originally made to protect the British from French invasions. And of course we visited London. Well, London with a four-year-old, it was definitely not my hobby. She almost got lost, she licked the chairs in the underground, she mobbed the floor of the train with her trousers. But we did it, we all survived and let’s just decide not to do it again any time soon. The last day of our Great Britain trip we went to what’s called ‘England’s desert’. In Dungeness the channel keeps putting down shingles, the land is extending here. On these shingles nothing will grow, the landscape is really bizarre. There are a few houses but mainly it is abandoned and it feels kind of dreary. After visiting the desert we went to the beach for one final time and the next day we left for Dover very early in the morning. We took the ferry and waved to the white cliffs. Bye bye sweet, sweet England!

Kent en East Sussex (2)

Nu hadden we al van meerdere mensen gehoord dat als we in de buurt van East Sussex waren, we naar Rye moesten.
‘Rye, you have to go to Rye,’ drukte de campingmevrouw me op het hart terwijl ik smeltend haar nieuwe puppy knuffelde.
‘Daar zijn we toch al?’ grinnikte Man, en hij wees met een breed gebaar om zich heen, de camping lag midden in een zee van goudgeel koren.
Enfin. Op dinsdag ondernamen we een expeditie naar het plaatsje Rye.

We aten Engelse taartjes bij Simon the pieman omdat ik vond dat je zoveel humor in je naamkeuze moest belonen met goede klandizie, we bezochten de kerk en het kasteeltje. We liepen het middeleeuwse stenenpaadje langs de Tudorhuizen.
Er was een hoop schattigheid in Rye.

Ik verbaasde me over de Britse volksaard en hoe prettig ik me bij de Engelsen op mijn gemak voelde. Correct, netjes, beschaafd, daar hou ik van. Geen onnodige aanrakingen en overdrevenheden. Hou ik ook van.
Alleen die vloerbedekking overal.
Wat is er in hemelsnaam met die vloerbedekking overal?
Tot op de WC, mensen!
De WC!
Volstrekt onhygiënisch.



De tuinen in Kent zijn overal even prachtig.
Er wordt met militaire precisie bewaterd en gegrasmaaid. De hanging baskets op de camping werden iedere dag nauwkeurig verzorgd.
Ik werd al moe als ik ernaar keek.


Achter de camping liep een paadje, zo het graan in.
Aan het einde van een warme dag aan zee of in een stadje liepen we nog even de zonsondergang tegemoet in het weidse Engelse landschap.



Tweedehands is een ding in Engeland. In ieder klein dorpje zag ik wel één of meer tweedehands winkels. The Pilgrims Hospices, The red Cross, vlooienmarkten voor het goede doel, je struikelt erover.
Toen we nietsvermoedend het stadje Hythe bezochten en de winkelstraat aldaar volledig uit tweedehands winkeltjes bestond, hapte ik even naar adem.
‘Ieder winkeltje is hier tweedehands!’ wapperde ik opgewonden, en ik rende haastig een snoezig kledingzaakje in.
‘Ik wacht wel even buiten,’ zuchtte Man.
Ik kocht binnen een half uur een rok en een jurk.
Op dat moment hield ik heel erg veel van Engeland.


Een van de redenen dat ik heel graag naar Kent wilde, was Canterbury.
Vanwege de Canterbury tales.
Meteen na aankomst in de stad zochten we de beroemde kathedraal op.
Hij is immens. Imposant. Overweldigend. We zetten ons even in het eerste deel van de kerk om het gebouw op ons in te laten werken.
Meteen nadat we waren gaan zitten verscheen er een pastoor op de kansel. Ze (Anglicaans, dan mag dat) schraapte haar keel. Ze vertelde. Over geluk en verdriet. Over rampen in de wereld.
Haar heldere, zachte stem was wars van sentiment en haar verhaal was universeel maar het raakte mijn wortels.
Ze riep op tot gebed.
Ik prevelde het onze vader, denkend aan alle zielen op een verlaten Oekraïens veld.
En veegde een traan van mijn wang.

Op zaterdag was er een Country Fair in het kleine dorp vlakbij onze camping, met bijbehorende parade.
We waren de enige niet-Britten op de camping en ook in de streek, op het strand en in de kleine dorpen zagen we weinig toeristen. Na een week in Engeland voelden we ons dus al helemaal één met de lokale gemeenschap.
We gingen langs de hoofdweg staan, nieuwsgierig wachtend op wat zo’n parade dan wel in zou houden.
De meisjes kregen vlaggetjes van een oude Engelse mevrouw en wapperden ongeduldig.
‘Het is een soort carnaval zonder verkleedkkleren,’ vatte De Grote Dochter het geheel treffend samen.
En daarna gingen we naar het grote grasveld in het dorp waar de fanfare speelde, de dansmarietjes dansten en Het Kleine Meisje op een oude carrousel ging.


The first week of our British holiday we visited Rye, a lovely little town with old Tudor houses and a castle, we went to Hythe to go thrifting and Canterbury to see the beautiful cathedral. When we sat down in the cathedral a priest started a prayer about happiness and sadness, about disasters in the world. I thought about the plane crash in the week before in which almost 200 Dutch people were killed and I found myself crying. On saturday we attended the country fair and parade in the little village near our camp site and we almost felt like a real British family. (The one thing we’ll never get used to is the British habit of carpeting everything. Everything. Even the toilet. Really. The toilet.)

De camping waar we verbleven was Romney Farm, vlakbij New Romney.
We stayed on camp site Romney Farm, near New Romney.

Kent en East Sussex (1)

Hoewel we beiden weinig met muziek hebben, en het idee van verering van een band of popster tamelijk belachelijk vinden, luisterden mijn mens en ik de afgelopen maanden avond na avond opnieuw naar Keane; Sovereign light café.
Dan zetten we de clip erbij aan, en als we dan eigenlijk ons brood voor de volgende dag moesten smeren, of een was in de machine moesten stoppen, vonden we onszelf weer terug voor de mac, onze ogen in de trage Britse beelden getrokken.
Ik kreeg er een vlindertje van in mijn maag. Dat strand. De vlaggetjes, subtiel in beeld. De Engelse huizen. Het fanfare-orkest.
Liefde voor het land.
‘Misschien moesten we deze zomer…’ begon ik aarzelend, ‘Naar Engeland,’ vulde mijn man aan.
En dat deden we.

En zo namen wij op een zondagochtend in juli de boot naar Dover.
Dat was nog even fris op dat schip.

We legden aan en reden de boot af richting de camping. En daar kwam de mist, de gruwelijke mist. Geen hand voor ogen zagen we.
‘Aan welke kant van de weg rijd je nou?’ gilde ik in gierende paniek, midden op een rotonde.
‘Ik heb geen idee!’ brulde Man terug.
‘Waarom moest jij nou zo nodig naar dat hele Engeland?’ schreeuwde ik.
Maar gelukkig, daar trok de mist al op.
En kwamen er slagregens voor in de plaats.
Met de hele onderkant van de auto zwiepten we door een diepe laag water op de snelweg.
‘Hadden we in vredesnaam naar al die mensen geluisterd die zeiden dat het in Engeland altijd rotweer is!’ jammerde Man.
Maar we kwamen heelhuids bij onze kampeerplek aan. En daar scheen de zon en was het 27 graden.
Tien verrukkelijke dagen lang.
We sprongen op dag één in de zee en kwamen er niet meer uit.
(Natuurlijk deden we nog veel meer dan in zee liggen, maar dat leest u in de volgende delen.)



The husband and I don’t like music very much, but we were both moved bij Sovereign light café, by Keane. It was that particular song which made us decide to travel to Great Britain this summer, and especially to the beach. ‘Don’t go to England, it has a terrible climate!’ people warned us. But we had ten beautiful days of sun, sea and a warm British summer.

Een lief snuitje / a beautiful little face

Marie stond in de schuur te blaffen.
Tegen een paar oude planken.
Tja.
Nu is onze Marie niet het allergrootste lampje dat er op aarde rondloopt, dus we besteedden er niet zoveel aandacht aan.
‘Er zit vast een muis,’ zeiden we, en we haalden onze schouders op.
Maar ja, na een half uur gemekker uit de schuur gingen we toch maar eens kijken.

En zowaar, achter de planken zat geen muis, er zat een klein prikkelballetje.
Ach toch. Dat snuitje!
Lieve lezers, ik wens u een hele fijne zomer!


Our dog Marie discovered a little hedgehog in our shed. It has such a beautiful little face. We took it gently to the back of our garden, behind the henhouse, under the big cherrytree.
Dear blogreaders, I wish you a lovely summer!

Week 28

De laatste week voor de grote vakantie.
Het liefste vriendje van ons Kleine Meisje kwam nog eens spelen, ik vraag me af hoe ze elkaar zes weken lang moeten gaan missen, het zijn net broertje en zusje.

Verder hobbelden we wat door. De meisjes maakten schilderijtjes af afscheidscadeau voor hun juffies. De kleuter in een hysterische Dada-stijl, De Grote Dochter maakte twee allerliefste portretjes. Ze tekent weinig thuis, maar als ze dan tekent dan zie ik mijn hand, mijn kleuren, mijn stijl. Ontroerend vind ik dat.

Ik werkte en werkte. Drukdrukdruk.


En het regende en regende. Natnatnatnat.
Ons riviertje was veranderd in een kolkende, woeste Amazone. Het halve weiland, waar we normaal picknicken, was nu overspoeld door water. Na een dag in de hete zon was het overigens wel lekker opgewarmd, sauna aan je voeten.


Een broeierige, hete dag na al die regen. Met aan het einde een zinderende kletterbui.
‘Ik ga buiten douchen,’ kondigde De Grote Dochter aan.
Ze keek nog even voor de zekerheid of dat wel mocht, haar ogen zochten die van mij.
Ik haalde mijn schouders op. ‘Doe maar lekker.’
En daar ging ze.

It was a busy week. A lot of work, making presents for my daughters teachers, almost summer holiday. It kept raining for two days in a row, our little fairytale river flooded like I’ve never seen before. Yesterday the rain had stopped, a tropical, moist day it was. And in the end a downpour. My eldest opened the backdoor and took off her clothes. ‘I’m taking a shower,’ she said, and so she did. Wonderful summer.