Januarisneeuw/ january snow

Sneeuw in januari is anders dan sneeuw in december.
In december is sneeuw een warme wollen deken waar je onder weg kruipt. Een vroeg of laat sprookjeskerstcadeautje, glinsterend in de gloeiwarme lichtjes van de laatste dagen van het jaar.
Sneeuw in januari is een onbeschreven witte vlakte. Striemend en koud, hard en meedogenloos. Het is de onaangeraakte blanco toekomst die over de rand van je laarzen kruipt, door je wanten trekt.





Snow in january is of a different kind than snow in december. December snow is like a warm duvet in which you can wrap yourself. A fairytale christmas present, glimmering in the glowing lights of the last days of the year. January snow is a blank white page. Whipping and cold, severe and fierce. It’s the untouched future that creeps in your boots, imbues your mittens.

Het was geen fluitje van een cent / It was not a piece of cake

Ik had bedacht dat ik in de stammetjes die ik gebruik als waxinelichthouder ook plantjes kon zetten. Schattige vetplantjes in een noeste boomstam, goed plan.
Het gat zou dan iets groter moeten, beetje extra uithollen, maar dat zou een fluitje van een cent zijn.
Was het niet.
Het was nogal een gedoe. Mijn vader moest er zelfs aan te pas komen met zijn werkbank. Nou, dan weet je het wel. Er kwam een hoop oud-Limburgs gevloek aan te pas.
Maar goed, hoe meer gevloek tijdens het arbeidsproces, hoe meer men kan genieten van het eindresultaat.
(Maar misschien is dat wel een mentaal proces, bedenk ik me nu. Dat je van jezelf moet genieten, ook al vind je het hondslelijk. Als een soort zelfbescherming. Hm.)
Hoe dan ook.
Ik vind ze mooi.
Hoewel ik denk dat ik ze net zo mooi had gevonden als ik er minder toestanden mee gehad zou hebben.
Of ja, dat hoop ik dan maar.


I use little trunks as candlesticks, but now with spring on it’s way I came up with a plan to put succulents in them. The only thing I had to do was to enlarge the hole, how easy would that be. It wasn’t. At all. My father had to help me out, there was a lot of cursing involved. Luckily I believe in the idea that the more you curse during your working process, the more you can enjoy the final result.

Mijn Limburg in de winter / Winter

Ik hou van mijn Limburg in de winter.
Als alles kaal en dor lijkt, bruin en grijs, de aspergebedden afgekalfd door de eeuwige regen. Het slappe gras platgeregend.
Dan zie ik hoe het was, in de zomer. Brede, malse grassprieten met helder dauw, het ragfijne kant van de aspergepanten, bloemen, glanzende pruimen in de boom, gespartel in het beekje.
Dan zie ik hoe het weer wordt.
Winter is het seizoen van het stille afwachten.
Van het in jezelf kruipen in het genot van een veilig gerustzijn.
Straks zal alles weer vol leven zijn, geluid, kleur, opwinding.
Maar nu mag het nog even stil zijn.




I love winter. Everything seems brown and grey, withered. But I see how it was and how it will be again. Lively and vivid, fresh green grass, flowers, fruit in the trees and floundering in the rippling creek. Winter is the season of a still waiting. Of snuggling up in yourself in a peaceful tranquility. Later on, everything will be full of life again, with noise, color, excitement. But for now it may be still.

Kanaliseren / Channelling

Ik kanaliseer mijn schrijven. Ik werp dijken op, bouw een dam, stuur het water als een afgekaderde stroom naar een verre, onbekende monding.
Ik vind het moeilijk. Soms is er geen stroom maar alleen maar moeras. Ik hoos, ik filter, ik probeer me uit de zuigende modder te trekken en op hoger gelegen land te komen zodat ik het verloop van de rivier kan zien. Maar het enige dat ik kan doen is zitten en zeven, ieder onderdeeltje van het moeras in mijn handen nemen en er droge grond van maken.
De gedachte dat ik het niet goed doe verlamt me, ik voel mijn tekortkomingen, ontbrekend bewustzijn. Maar ik geloof dat iedere omissie in je leven, dat wat je ontbreekt, ieder gat, er is zodat je erin kan struikelen. En als je er eenmaal in gestruikeld bent, kun je het opvullen, met aandacht en toewijding. En uiteindelijk ontstaat er dan misschien een glooiende heuvel, van waaruit je alles kunt zien, de stroom, de rivier, de monding.
Misschien.

I’m channelling my writing. I’m building dikes and draughts, make the water flow like a current to a far and unknown estuary. It’s hard. Sometimes there’s no stream, but only swamp. I bail the water out, I percolate, I try to pull myself out of the sucking mud in order to get to higher land to see the course of the river. But the only thing I can do is to sit down and sift. To take every little part of the swamp in my hands en make dry land of it. The thought that I am not doing well paralyzes me, I feel my shortcomings and failing consciousness. But I believe that every omission in ones life, everything that misses, every hole, it’s there so you can stumble in it. And when you stumbled in it, you can fill it, with all your regard and dedication. And finally there might arise a hill, from where you can see everything, the stream, the current, the estuary. Maybe.

Düsseldorf

Düsseldorf is groot. Als een stad een metro heeft en een tram is het voor mij groot.
Zoals veel Duitse steden die ik ken heeft het twee gezichten; een rijke, dure kant met marmer en parfum en tengere vrouwen op hoge hakken met fijne lamswollen jassen. En een rauwe kant, met modderige bouwplaatsen, jongens met linnen tasjes en grauw uitgeslagen achterafstraten. De Königsallee met alle Dior en Prada, daar kom ik niet. Ik word wee in mijn maag van glimmende etalages met een strak geüniformeerde beveiliger bij de deur en even verderop een zigeunervrouw die huilend ligt te bedelen. Ik loop liever langs de Rijnkade, met uitzicht op de Fernsehturm. Het is grijs en het regent, de stubes zijn open, op zaterdagmiddag gaan de Düsseldorfers graag wat drinken. Het ziet er zo gezellig uit, ik zou willen dat we erbij konden gaan zitten, niet zomaar als vreemden maar gewoon, voor het echt. We lopen over de Heinrich-Heine-Allee. Hoge gebouwen aan weerszijden, iedere twee minuten een tram en even verderop de Grabbeplatz.







Düsseldorf is a big city. It has both an underground and trams and to me that means that a city is big. Like many German cities I know Düsseldorf has two faces; a rich, expensive side with marble and perfume and petit ladies in fine lambswool coats. The other side is rough, with muddy construction sites, boys with eco tote bags and dreary little streets. I don’t go to the Königsallee with all it’s Prada and Dior. My stomach aches by the sight of the shiny windows with uniformed guards and a whining gypsy woman begging for money just around the corner. It’s a rainy day, the pubs are open, on saturday afternoon the inhabitants of Düsseldorf like to go out for a drink together. I wish we could join them, not as strangers but for real. We walk along the Heinrich-Heine-Allee. High buildings, every two minutes a tram and after a while we reach the Grabbenplatz.

2014/3 Een jaar in het gezinsleven / a year in family life

Ik schrijf een terugblik op 2014 in drie delen: een deel gewijd aan schrijverschap, een deel over mijn tekenwerk en een deel over gezinsaangelegenheden.

In 2014 postte ik minder familieblogs dan voorheen. De nadruk kwam meer op schrijven en tekenen te liggen. Enerzijds was dat een natuurlijk verloop, ik werkte veel en zodoende was er ook veel over te bloggen. Anderzijds was het ook een bewuste keuze. Vooral De Grote Dochter kwam weinig meer voor in beeld en tekst, met haar bijna tien jaar vond ik de tijd daar om haar wat meer in de luwte te laten figureren.
Het was een jaar vol picknicks, museumbezoek, gedoe met onze krakkemikkige auto, Bonn, veel plezier op school, werken in de moestuin, schapen scheren, een sprookjesachtig Sint Jansfeest aan de Maas, een eenhoornpak, douchen in de regen, een fantastische zomer in Engeland, Zeeland, het appelvrouwtje, een nieuwe garderobekast, toneellessen, Luxemburg, De Starfish Collecteweek, walnoteninkt maken en zwemles. Ik schreef over veel dingen uit mijn privéleven, maar over nog meer schreef ik niet.
Wat ik hier deelde, deelde ik met ontzettend veel plezier en ik wil jullie bedanken voor het lezen, voor de vele e-mails, twitter- en facebookberichtjes die jullie me stuurden. Ergens dit jaar schreef ik What is joy when it’s not recorded? Wat is vreugde als het niet wordt vastgelegd? Ik kan hier alles vastleggen, maar het is een echo in de leegte als niemand het tot zich neemt en in zijn ziel verankert.
Ik wens je een fantastisch 2015!


I write a review of 2014 in three parts; a part about authorship, a part about my illustration work and a part about my family life.

In 2014 I blogged less about my family than ever. I more and more emphasized on writing and illustrating. On the one side this had a natural cause; I worked a lot so there was a lot to blog about. On the other hand it was a deliberate choice. Especially my eldest daughter I tried to keep away as much as possible from photo’s and text because of her age, she’s nearly ten years old. It was a year of picnics, visiting museums, car trouble, Bonn, fun at school, working in our veggie garden, shaving the sheep, a magic Saint John’s fest at the riverside, a unicorn onesie, taking a shower in the rain, a marvelous summer in Engeland, the Dutch seaside, the old apple lady, a new closet, acting classes, The Starfish Week, making ink out of walnuts, swimming classes. I wrote about a lot of things in my private life, but about even more I didn’t write at all.
I was very happy to share things with you and I want to thank you for reading, for the many e-mails, twitter- and facebookmessages you sent me. Somehere this year I wrote What is joy when it’s not recorded? I can record a lot of things here on my blog, but it’s an echo in a void when there’s no one to anchor it in his soul.
I wish you a wonderful 2015!

2014/2 Een jaar in tekenwerk/ A year in illustrating

Ik schrijf een terugblik op 2014 in drie delen: een deel gewijd aan schrijverschap, een deel over mijn tekenwerk en een deel over gezinsaangelegenheden.

In 2014 tekende ik meer dan ooit tevoren. Ik schreef en tekende iedere week een beeldcolumn in opdracht, ik tekende heel veel strips in opdracht, en ik tekende in de tweede helft van het jaar iedere week trouw twee pagina’s vol in mijn Moleskine-dagboek, voor mezelf. Mijn tekenwerk is op te delen in drie soorten; als eerste is er het vlugge, aanstekelijke werk waarbij ik me zuiver gelukkig voel als ik het maak. Ten tweede zijn er de wat abstractere, minder toegankelijke tekeningen waarbij ik teken uit vrijheidsdrang en intuïtie en ten derde is er het werk dat op dit moment de meeste spanning vergt: de olieverfschilderijen.
Voor het eerst in jaren was ik in controle over mijn werk, ik was de baas over mijn tekeningen en mijn pen en tot op zekere hoogte ook over mijn penselen, de onzekerheid van de beginjaren was grotendeels naar de achtergrond gezakt. Ik had het onherbergzame gebied met veel geploeter ontgonnen, ik had seizoenen lang gezaaid, geoogst en weer gezaaid, ik had de grond leren kennen, de gewassen, de natuur en het weer. Ik stond sterk in mijn schoenen en kon me mede daardoor flexibel en autonoom opstellen op opdrachtgebied. Maar het was ook daardoor dat ik op een gegeven moment kon besluiten dat ergens een balans zoek was geraakt en dat ik me daar niet fijn bij voelde. En misschien was het wel hierdoor dat ik aan het einde van het jaar een nogal rigoureus besluit nam.
2014 was het jaar van ontelbare tekeningen, strips, van de rode Moleskine-agenda, van oefeningen in portrettekenen, van olieverfschilderijen en van de Zsazsalmanak 2015.


I write a review of 2014 in three parts; a part about authorship, a part about my illustration work and a part about my family life.

In 2014 I’ve drawn more than ever before. I made a illustrated column every week on commission, I made a lot of comics in commission and in the second half of the year I illustrated daily life on two pages in my little red Moleskine, just for me. My illustration work can be divided in three types: at first there’s the quick work which makes me feel purely happy when I’m doing it, second there is the kind of abstract illustration which I draw out of freedom and intuition and then there is the oil painting. For the first time in years I was in total control of my work, my insecurity had faded away over the years. I was feeling strong and because of that I could be flexible and autonomic while working on assignments. And it was also because of that that I could decide that I had somewhere lost balance and that I needed other things. It made me change my direction radically at the end of the year.
2014 was the year of countless illustrations, comics, the red Moleskine, practicing portrait drawing and oil painting.