27-51

In week 27 begon ik met het tekenen in mijn Moleskine, op maandag 30 juni precies. Dat is nu 25 weken geleden, bijna een half jaar.
Ik heb iedere week getekend, maar nu stop ik ermee. Voor een tijdje toch zeker.
Soms doe je iets zo lang dat het lijkt opgenomen in je lichaam, ingekapseld, je merkt bijna niet meer dat het er is. Als een geur die je alle dagen ruikt. Je hoeft niet meer te vechten, en als je niet hoeft te vechten is er ook geen verheugen meer.
Het is tijd voor iets nieuws.
(Voor een tekenproject van een tijdje geleden, klik hier.)

I stop drawing in my Moleskine, at least for a while. I lost the fire and the freshness. The past 25 weeks I’ve drawn every week, week 27 till 51. I’ve loved every second of it, but now it’s time for something new and different. (For a drawing project of my home, click here.)



Hierboven staan de laatste pagina’s die ik nog niet gepubliceerd had en hier onder staat het complete overzicht van alle 25 weektekeningen.
Je kunt op de plaatjes klikken voor groter beeld.
The complete summary of all the weekly drawings. Click to enlarge, have fun!

Zondagochtend / Sunday morning

We lijken ontzettend op elkaar, mijn zuster en ik. Vroeger werd ons wel eens gevraagd of we een tweeling waren, terwijl we toch vier jaar in leeftijd schelen.
Onze humor, scherp en ad rem, waarmee we onze ouders soms tot wanhoop drijven, onze gevoeligheid en empathie, onze liefde voor verhalen en onze creativiteit.
Maar zoveel als we op elkaar lijken, zo verschillend zijn we ook.
Alles wat bij mij visueel is, is bij haar auditief, alles wat bij mij druk is, is bij haar rustig, alles wat bij mij vol is, is bij haar leeg.
Ze is bedachtzaam waar ik me overal instort, ze kan eeuwig twijfelen terwijl ik dat zelden doe, ze bezint vooraf, terwijl ik altijd alles achteraf moet verteren.
We gingen samen naar het bos voor een zondagochtendwandeling.
‘Ik wil wel een beetje vroeg gaan,’ zei ik vooraf.
Er kwam licht gekreun over de telefoonlijn.
In het leven van mijn zuster bestaat het woord Vroeg niet.
We kwamen tot een compromis-tijdstip.
‘Ah, zo ziet het bos er ‘s morgens dus uit,’ merkte ze droogjes op, terwijl we door de slierten ochtendnevel wandelden.
Het petekindje kraaide opgetogen bij het zien van het kronkelende riviertje.
De zon brak na een half uurtje voorzichtig door de mist, alleen vlak boven de grond hing nog een sprookjesachtige waas.
Het water leek te stomen.
‘Prachtig,’ zuchtten we tegelijkertijd.








We went on a sunday morning walk, my sister and I. I love early mornings, but my sister really doesn’t. We came to an agreement somewhere in the middle and went to the woods reasonably early. The fog was still hanging between the trees and above the little river. It was amazing, it looked like a fairytale. My little godson also enjoyed our walk. A beautiful start of our sunday.

Alles kan / Everything is possible

Laatst vroeg iemand wat mijn levensmotto is.
Ik vind het woord levensmotto een beetje kazig klinken. Het klinkt naar houvast willen hebben als dat helemaal niet kan. En misschien ook naar alsof je een gedwee mens bent dat braaf andermans mantra volgt.
Maar na lang denken kwam er dan toch een zinnetje bovendrijven.
Iets waarvan mijn leven doordrenkt is. Niet zozeer iets waaraan ik me vasthoud, maar iets waarin ik geloof.
Alles kan.
‘Als klein meisje kon je al geen genoegen nemen met het zinnetje Dat kan niet,’ vertelt mijn moeder vaak. ‘Als ik dat wel eens tegen je zei, dan keek je me aan en dan las ik in je ogen al dat je me niet geloofde en dat je het ooit wel ging doen. En was het niet vroeg dan was het laat, maar je deed het.’
Ik werkte een tijdje aan dit schilderij.
Er staat een verhaal op over een meisje dat in haar dromen volledig vrij is en gelooft in alles, maar bij het wakker worden is ze het allemaal vergeten. En toch is er overdag soms een sprankje, een vonk, onzichtbaar maar voelbaar, dan wordt de wereld plotseling vluchtig en kan ze heel even weer alles.
Je kunt het niet najagen, dit motto. Je kunt er niet naar leven om het waar te maken.
Het enige dat kan is de mogelijkheden herkennen.

Someone interviewed me lately and asked what my life motto is. I really don’t believe in motto’s very much. They sometimes feel like you have to do something in a special way to make your life a succes. That if you live up to someone else’s mantra, you will lead a good life. It makes me feel unpleasant. But after some thinking I came up with a sentence that reflects the way I live: everything is possible. It’s not something I cling to, it’s more like a belief. I made this painting and while I was working on it, this story about a girl came into my mind. I wrote it down: it’s about a girl who is totally free in her dreams and beliefs everything when she is asleep, but when she wakes up, she forgets about it right away. And yet, during the day, there is a spark, a little glittering, the world becomes volatile for a little while and for a second she can do everything.
It’s not a motto one can chase. You can’t live up to it to make it come true. The only thing you can do is recognize the possibilities.

Zo gaat dat, bij ons in de stad / In the city

Ik woon aan de rand van een kleine stad. De wijk waarin onze laan ligt is eigenlijk van oudsher een dorpje, met een eigen kerk en een pleintje met wat winkels, maar in de jaren zestig is de boel met veel deftigheid ingelijfd bij de stad. Dat was misschien ergens wel logisch, het stadscentrum is heel dichtbij, het zal vast gemakkelijker zijn geweest qua bestuur en paperassen. Toch blijft het leven in de wijk dorps. De oorspronkelijke bewoners en hun nazaten zijn nogal hardnekkig in het verkondigen dat het dorp dorp moet blijven en in de straten staan nog oude boerderijen met grote poorten. Op onverwachte plaatsen hebben de oude huizen diepe, boerse tuinen van waar vroeger boomgaarden lagen. Iedere ochtend wandelt een oude mevrouw met haar pony’s over straat en als je net voorbij ons huis de weg oversteekt, loop je zo tussen de weilanden en het oneindige water.
Iedere dag rijdt er een klein, vervallen, smerig tractortje door onze laan. Erin zit een vettig boertje dat stuurt alsof zijn leven ervan afhangt. De tractor knarst en hijgt van de roest en ik heb altijd het gevoel dat zijn voorwielen harder willen dan de achterwielen kunnen bolwerken. Gisteren liep ik een eindje met de hond toen de tractor me krakend en grommend inhaalde. Haastig nam hij de bocht op de rotonde, een beetje onhandig, ik zag het boertje scheef hangen. Bam, klonk het toen. Het onvermijdelijke was gebeurd, de as klapte op de grond en het voorwiel rolde vrolijk hupsend langs de tractor, langs mij, over de weg en kwam tollend tot stilstand. Geschrokken keek ik naar de boer. Die keek wat onnozel terug, lachte en reed door. Met de ijzeren as schrapend over het asfalt. Dikke klonten klei liet hij achter.
Dikke klonten klei en een tractorwiel.
Zo gaat dat, bij ons in de stad.

I live in a little city, in a neighborhood that used to be a separate village. Somewhere in the sixties the city incorporated the village but the authentic character of the village is hard to eliminate. There’s a church and a square with some shops and when you look closely you see some farms, an old lady who walks in the streets with her ponies and the old houses sometimes have large gardens where used to be orchards. Every day I see a very old tractor driving in our street. It’s rusty and rickety, it grates and grinds and the farmer who’s driving it looks filthy. Yesterday I was walking the dog when the tractor passed me. He drove too fast on the roundabout and then the inevitable happened: the front wheel broke down and rolled away. The tractor hit against the ground with it’s axle. The iron squeaking on the road. I looked startled at the farmer. He looked back, laughed and drove on. Without his wheel.
That’s how life rolls, in the city.

Kerstmarkt in het dorp / A christmas fair in the village

Ik ben gek op december, op de donkere dagen voor kerst, op frisse vrieskou en heldere luchten, op het adventtafeltje met de vier kaarsen, op legaal onder dekentjes te mogen kruipen overdag, op het idee van een grote kerstmarkt, met peperkoekenharten en rood-wit gestreepte zuurstokjes in dennengroen.
Zo’n kerstmarkt valt in het echt altijd vies tegen, het is er groot en druk en meestal regent het, en het ruikt er naar braadworst.
Ik vind braadworst smerig.
Gelukkig wordt op het pleintje in ons dorp ieder jaar een piepklein kerstmarktje georganiseerd. Voor de gezelligheid. Er zijn een paar kraampjes met onder andere handgemaakte spulletjes, de kinderen kunnen knutselen, er worden liedjes gezongen en de harmonie speelt. Ondertussen kun je de kerk in om naar de kerststal te kijken en de regionale herder loopt met zijn kudde een rondje langs het plein en door het dorp. En er is geen braadworst.
Ik maakte de posters om het geheel een beetje sfeervol aan te kondigen.
Ik kan me ieder jaar weer verheugen om kerstbomen, Christmas pudding, een roodborst en een koortje te tekenen.
Alleen dat maakt mijn december al zalig.


I love december. The dark days before Christmas, crisp air, blankets to snuggle up in, the idea of big Christmas fairs. In the centre of our little village there’s a tiny Christmas fair every year. With a few stands, the children can do some crafting, there’s a little orchestra and the church is open to take a look at the nativity scene, and the shepherd comes by with his herd. Very cosy. I made the placard to announce the fair in all the shops. I’m always happy to draw christmas trees, red robins and Santa Claus.

ZsaZsalmanak Editie Octavie 2015

Hij is af, hij is af!
De ZsaZsalmanak Editie Octavie is af.
Dat was hij eigenlijk drie uur geleden al, en niks zo lekker als iets waar je weken aan hebt gewerkt met een grote bevredigende klap op het internet klatsen, en dat wilde ik nét gaan doen…maar toen was hier ineens alles uit de lucht.
AAARGH!
En dus printte ik hem zelf maar even uit en liet het geheel bij gebrek aan publiek maar aan Man zien.
‘Kun je wel zien dat ik er heel hard aan gewerkt heb?’ vroeg ik voor de zekerheid.
‘Mwah,’ zei Man, en hij bladerde door de pagina’s. ‘Het ziet er eigenlijk een beetje uit alsof je alles zo maar Lalala gemakkelijk erop getekend hebt.’
Moeilijke blik van mijn kant.
Lalala?
‘Maar dat is gewoon jouw stijl, schatje!’ haastte Man zich te zeggen. ‘Dat vind ik juist zo leuk aan jouw werk!’
Hm.
Ach, het maakt ook allemaal niks uit, voilà, hier is hij dan, helemaal voor u en voor niks: DE ZSAZSALMANAK EDITIE OCTAVIE 2015.
(Klik voor de printversie.)
Printen, paar gaatjes erin perforeren, touwtje erdoor, hupsakee.
Ik vind het geweldig. Ik wens u heel veel plezier ermee.
Met de groeten van de madame zelf.

Pusje / Week 47 and 48

Het Kleine Meisje is ziek.
Sommige mensen lijden in stilte als ze een griepje hebben. Het Kleine Meisje is niet zo’n mens.
Jongjongjong, wat een drama. Het geluid dat ze maakt is het best te omschrijven als een soort loeien. ‘Ik wil niet ziehiehiek zijn,’ brult ze onophoudelijk.
Ja. Nee. Koekoek.
Gelukkig bestaat daar de kindertelevisie. Dat houdt haar enigszins koest en ze leert er ook nog belangrijke levenszaken van. Zo zei Goofy net tegen Mickey Mouse: Kusje rijmt op Pusje.
Dat zei hij echt, Pusje. Of Pustje, daar wil ik vanaf zijn.
Hm.
Dat doet me denken aan een grote uitvaartondernemer die ergens richting het zuiden nogal luidruchtig adverteert langs de snelweg. Een enorm billboard. De zaak heet Pustjens.
Nou heb ik toch al heel vaak gedacht: als ik zo’n naam had, zou ik daar niet al te zeer mee te koop lopen. Je kunt een uitvaartonderneming ook níet naar jezelf noemen hè. Een andere naam kan ook. Begrafenisonderneming De Groene Zoden. Ik noem maar wat.
Pustjens, daar krijg je toch beelden bij, nietwaar.
Hoe dan ook.
Wat een morbide onderwerp hier weer.
Gelukkig heb ik nog wat weektekeningen liggen om de boel een beetje fleurig af te sluiten.
Is toch net wat lekkerder dan eindigen met meneer Pustjens.




Our little girl is ill, she has a mild flu. some people suffer in silence when they’re ill, our little one is not one of them. She exclaims loudly that she doesn’t want to be ill. All day long. Very relaxing. Luckily there is children’s daytime TV. It keeps her calm for some time and in the mean time I sit next to her, drawing my weekly drawings. I was a little behind on publishing them here, but here’s week 47 and 48.

De oude meneer en de chocoladecake / Sugar free chocolate cake

Er loopt iedere dag een oude meneer door onze straat. Dezelfde meneer, wel drie of vier keer, heen richting het dorpscentrum en weer terug. Iedere dag.
Hij heeft een te grote broek aan die hij bij de enkels heeft omgerold. Zijn grijze haren zijn te lang, maar dat zie je niet goed want hij draagt een slobberige muts. Hij loopt een beetje voorover gebogen en hij fluit altijd. Hij heeft geen tas, niks, hij loopt gewoon, van het buurgehucht dat aan de overkant van de grote weg ligt naar… tja, waar naartoe?
‘Hij gaat vast naar de kroeg,’ opperde Man. ‘Ik denk dat hij een drankprobleem heeft.’
‘Welnee, hij gaat de doorligplekken verzorgen van een zieke vriend,’ schudde ik mijn hoofd, ‘of iemands poedeltje uitlaten.’
Maar dat vond Man veel te naïef gedacht van mij.

Ik vind het wel eens een rommelige situatie hoor.
Kom ik die goede man voor de vijfde keer op een dag tegen. De voorgaande vier keer heb je elkaar netjes gedag gezegd maar zo’n vijfde keer wordt toch wat ongemakkelijk.
Bovendien zette het me aan het denken. Als ik het een beetje vreemd vind dat die meneer telkens op en neer loopt, wat moet hij dan niet van mij denken?
Zo vaak als ik hem tegenkom, zo vaak komt hij mij ook tegen.
Daar gaat die blonde weer, die fietst alle dagen minimaal vier keer op en neer, zou ze naar de kroeg gaan?
Misschien moet ik hem eens op de thee vragen.
Ik heb net een nieuw recept voor een chocoladecake, vindt hij vast lekker.
‘Zou je dat wel doen, gezien zijn drankprobleem?’ vroeg Man bezorgd.
Ach nee, ik zal uitgebreid informeren naar de doorligkwalen van zijn vriend en ondertussen eten we een plakje cake.
Wordt vast reuzegezellig.

Ingrediënten voor suikervrije chocolacake: 200 gram meel (gewoon meel of amandelmeel, ik doe half om half), prak er 2 bananen door, 4 eieren, anderhalf theelepeltje bakpoeder, twee eetlepels cacaopoeder, (optioneel: anderhalve theelepel honing). Bak 25 minuten op 160 graden in een voorverwarmde oven.

I have a new recipe for a sugar free chocolate sponge cake: 200 grams of flour (you can use almond flour or just regular), 2 banana’s, 4 eggs, 1,5 teaspoon of baking soda, 2 big spoons of cacao, (a little honey). Bake for 25 minutes on 160 degrees Celsius.

De ZsaZsalmanak Editie Octavie

Velen van jullie kennen haar wel, Mme ZsaZsa.
Ieder jaar maakt ze een maandkalender, de ZsaZsalmanak. Een gratis printbare kalender die voor iedereen te downloaden is vanaf haar weblog.
Vorig jaar heeft Naais hem overgenomen en dit jaar maak ik hem, de Zsazsalmanak Editie Octavie.

De kalender bestaat uit twaalf A4-tjes (en een voorpagina) met daarop voor iedere dag een vakje. De feestdagen heb ik al voor je ingetekend, voor de rest is er ruimte genoeg om afspraken op te schrijven, fuifjes, schooltoestanden, wanneer de hond een vlooienbehandeling moet.
Heel handig.
(Vooral die vlooienbehandeling. Niet vergeten. Tip van mij.)
Ik maakte voor iedere pagina een stripje, dus er valt ook nog wat te lachen.
Of nou ja, dat hopen we dan maar, dat je erom moet lachen.
De kalender komt ergens in december hier te staan, dan kun je hem downloaden.
Hij is in zwart-wit, dus het gaat geen liters printerinkt kosten.
Ik denk, ik bereid jullie alvast maar voor, dan hoef je geen dure nieuwe kalender aan te schaffen, gewoon printen en op de keukendeur plakken, zo makkelijk is dat.

I’m making a free printable, a calendar, for everyone to download here on my blog. It will be in Dutch. There will be 12 pages, on every page I drew 30 or 31 squares, for every day one square. In the squares there’s room for your notes. I illustrated each month with a little comic. The idea and concept of this calendar is from Mme ZsaZsa, she asked me to make a Octavie-edition for 2015. The free calendar will be available somewhere in december. I will keep you posted.

Een herinnering van twee miljoen jaar geleden / A two million year old memory

Twee miljoen jaar geleden stroomde een kilometer of vier ten noorden van ons huis de Rijn. Dat is een gek idee, als je in Limburg woont.
Je kunt dat nog zien aan grote hoogteverschillen in het landschap. Het hoogterras is wel 40 tot 60 meter hoog.
De Rijn zorgde voor afzetting van klei en langs de Duitse grens werd deze gewonnen in kleigroeven.
Die Rijn zag er niet uit zoals ze er nu uitziet. Het was een bedding van tientallen kilometers breed, het waren meerdere stroomgeulen.
Een rivier van tientallen kilometers breed, ik vind het moeilijk voor te stellen want ik heb nog nooit zoiets gezien.
Wat moet dat een woest gezicht geweest zijn.
Gisteren wandelden we er, op de bodem van de rivier, zoals vaak op zondag. Het golvende landschap, de diepte, het is een beetje onherbergzaam, een beetje spannend.
De berken met hun gele bladeren lichtten op in de diepte, de wortels van de bomen waren glibberig op het nauwe kronkelpad omhoog.
De grond zo aards, bijna niet te geloven dat hier ooit water stroomde, water zo ver je maar kon kijken, breed en kolkend.
Het was pas vanmorgen dat ik besefte dat datzelfde brede water hoogstwaarschijnlijk ook stroomde op de plek waar ons huis staat.
De vette kleigrond in onze wei zompt onder de regen van de afgelopen tijd.
Een herinnering van twee miljoen jaar geleden. Nog aanwezig op de plek waar ik alle dagen ben.
Dat is toch een wonder.






We like to take a walk on sundays and one of our favorite spots is a forest on the border with Germany, just a few kilometers from our house. Two million years a river flooded on the very soil where we walked. A very broad river, it must have been more than 10 kilometers wide. There are pretty steep slopes in the landscape nowadays, it always makes me feel excited, it looks a kind of barren I think. Only this morning I realized that the same river must have been flooding exactly where we live, the soil type in our garden is the same as the forest where we walked yesterday. A two million year old memory which is visible on the earth where I live, it feels like a miracle.