Jarig + Free Printable lentebloemen / daffodils

Vandaag ben ik jarig.
(Hoera, hoera!)
Wie jarig is, trakteert.
En wel op een fleurig bosje narcissen.
Omdat ik stik-allergisch ben voor alles wat stuifmeel produceert, en ik plastic nepbloemen altijd wat eh, moeilijk vind, wilde ik al een hele tijd papieren lentebloemen voor mezelf maken. Gisteren tekende ik ze, en omdat ik zo lekker bezig was dacht ik, kom, laat ik die arme bloglezers ook eens verwennen.

Wat heb je nodig?
Een printer, dik wit papier, een schaar, lijm, een vaasje. Eventueel wat aluminiumfolie.

Wat moet je doen?
Print de twee vellen uit op zwaar wit papier. Vel 2 is het spiegelbeeld van vel 1.
Als je een grote bos wil, print je alles twee keer uit.
Knip nu de bloemen uit en lijm de spiegelbeelden op elkaar.
Ik stopte een prop aluminiumfolie in de theepot om de bloemen netjes te laten staan.

Als ik zie dat u de bloemen uitprint op gewoon dun goeiekoop printerpapier dan kom ik u persoonlijk aan een oor watsen en dan bel ik de politie.
Veel plezier.

P R I N T Knipvel 1 (voorzijde)
P R I N T Knipvel 2 (achterzijde)


Today is my birthday!
I made a free printable to celebrate. Because I’m very allergic to flowers, I decided to make some non-allergic daffodils.
You need: a printer, heavy white paper, scissors, glue, a vase.
To do: print the printables. Cut out the flowers and glue the opposites to each other. I put a piece of tin foil in the vase to keep the daffodils from falling down.
Have fun!


P R I N T Free printable 1 (front)
P R I N T Free printable 2 (back)

Zondagochtend in het bos / Sunday morning in the woods

Lieve familie, goede gesprekken, strakblauwe lucht, zon die al een beetje warm voelt.
We deden verstoppertje tussen de bomen, stampten door de plassen en aten daarna hongerig gebakken eieren met spek. In een herberg middenin het bos, rood met wit geblokte gordijntjes voor de ramen.
Het goede leven, zomaar, op een gewone zondagochtend.





About the good life with family, on a sunday morning in the woods. We played hide and seek, ate eggs and bacon in a lovely pub, felt the warmth of the sun. Spring seems not far away.

Ministeck en de literatuur / Ministeck and the literature

‘Hoe gaat het eigenlijk met je boek, Octavie?’
Wel, wat leuk dat u dat vraagt.
Ik heb daar eerlijk gezegd niet zo’n eenduidig antwoord op. Soms gaat het slecht en moet ik ervan huilen, zo erg. Dat zijn dagen dat ik zeker weet dat ik nooit in mijn leven ga debuteren en dat ik met geluk 200 woorden op papier krijg en dan voel ik me de zieligste mens op aarde. Maar er zijn ook dagen dat ik toch tamelijk opschiet, dat er hier en daar wat zinnigs uit me komt en dat ik de boel terug kan lezen met een zekere tevredenheid.
Het zinnetje dat ik de laatste tijd wel vaak gebruik is: Het is zo moeilijk, heeft iedereen dat?
Maar dan zegt Man heel gedwee, zoals opgedragen: ‘Ja, dat heeft iedereen’ en dan kan ik er weer even tegen.
Hoe dan ook, moeilijk is het.
Het hele schrijfproces in deze omvangrijke mate doet me denken aan Ministeck.
Ministeck is, ik zal het even uitleggen voor iedereen die niet in de eighties is opgegroeid, een systeem van hele kleine plastic stukjes in verschillende vormen die je in een raamwerkje kunt steken als een soort mozaïek. Zo kun je hele kunstwerken maken.
Nu heb ik een paar maanden geleden een enorme ton vol overdrachtelijke Ministeck uitgekiept over mijn overdrachtelijke vloer. Een ontzagwekkende berg was het, overal gekleurde, piepkleine dingetjes.
Toen heb ik de contouren gemaakt van de afbeelding die ik voor ogen had, de randen vastgelegd, een vorm gemaakt. Ik bedacht welke kleuren ik waar wilde en ik weet precies hoe het er straks uit zal zien. En ik heb al bijna de helft van de contouren ingevuld. Het enige dat ik nu nog moet doen is me door die resterende berg op de vloer heen werken, alle vormpjes die er nog liggen een voor een in het raampje steken.
Het komt goed.
Jawel.
Ik weet het zeker.
(Vandaag dan toch.)
(Nee, het gaat niet over een trein.)

My novel writing activities are still going on. One day everything is terrible, I’m almost crying behind my mac, knowing for sure I’m never going to make my début, but the next day it’s flowing like magic and I’m very happy with what I wrote so far. It’s hard, writing a book. The writing process reminds me of Ministeck; the children’s toy with little plastic pieces which you put together in a frame like a mosaic. A few months ago I emptied a huge box of Ministeck on my living room floor, it was everywhere. I started making a silhouette on my frame, the lines of the image I wanted to make. I decided where I wanted which colors, I had exactly in mind how the mosaic had to become. Now I’m half way filling in the silhouettes. It will be fine, my book. I’m sure. (Today at least.)

De lelijkste vaas ter wereld / The most hideous jug in the world

Aan de andere kant van de Maas, in een klein dorpje, zit een heel smerige kringloopwinkel. Het assortiment bestaat grotendeels uit troep, fauteuils van weggevreten velours en zelfgemaakte kapstokjes, en een verbazingwekkende collectie grauw verwassen, stijfstaande waslapjes. Achter de toonbank houdt de eigenaar een onrustige Duitse herder, eentje waar je bang voor moet zijn.
Het was daar dat ik hem vond: de lelijkste vaas ter wereld.
‘Oh nee, oh nee,’ schudde Man paniekerig zijn hoofd, toen ik hem voorzichtig van een hoge plank pakte.
Maar hij was Engels en zo aardig groen en er zat een konijntje op en het kon gewoon niet anders, die vaas moest mee naar huis.
Ik vind het fascinerend, dat een ding zó lelijk kan zijn.


We visited the most filthy thrift shop in the whole wide area. I found this Wade jug from England, made in the early twenties, art deco. The husband thinks it is horrible, and of course he’s right, it’s the most hideous piece of ceramics in the world. But I think it’s fascinating. That a thing can be so ugly.

Dit is geen tekencursus 2.2 Let op de oogjes / Watch out for the eyes

Het heeft me jaren gekost om alle mensen die zich stiekem in mijn hoofd nestelen tijdens mijn creatieve proces te herkennen.
Mijn lerares Nederlands van de middelbare school. Een tekenjuf van vroeger, van de Vrije Academie waar ik op zaterdagochtend tekenles had. Familie. Op slechte dagen de oude, chagrijnige buurman van een paar huizen verderop. Op nog slechtere dagen de hele wereld. Ik noem ze De oogjes.
De oogjes kruipen in mijn hoofd of op mijn schouder en steken hun spandoeken in de lucht met daarop alles wat ze van mijn werk vinden.
Als een bende ongeleide voetbalsupporters zitten ze te schreeuwen.
Maar sinds het moment dat ik ze ging herkennen, en zag wat ze deden, kan ik ze uit mijn gedachten filteren.
Soms doe ik gewoon heel even mijn ogen dicht en stuur al die stuurlui de hort op.
Dan daalt er alleen nog maar stilte op me neer, een weldadige stilte van alleen maar mezelf.
En als ik klaar ben, en ik ben tevreden, dan mogen ze allemaal heel even terug komen en op een nette manier zeggen wat ze van mijn werk vinden.
Oogjes zijn prima. Ze zijn je kritische blik die je nodig hebt om je werk van een afstand te kunnen bekijken. Maar je moet ze wel een beetje opvoeden.

It took me years to recognize the people who nestle themselves in my head during my creative process. A teacher from high school. A teacher from art school. Family. On bad days a grumpy old neighbor. On worse days the entire world. I call them: the eyes. The eyes come crawling in my head and put banners in the air with all kinds of slogans about how they feel about my work. Shouting like soccer fans. But since the moment I started to recognize them, and saw what they did, I can sift them out of my mind. Sometimes I just close my eyes and tell them to bugger off. A silence falls down on me, a benevolent silence of just me. And when I’m done and I’m happy with what I made, they may all come back briefly and tell me in a neat manner what they think of my work. Eyes are fine. They are your critical audience which you need to be able to criticize your work from a distance. They only need some coaching.

Dit is geen tekencursus 2.1. Alles is even belangrijk / everything is equally important

Als ik iets maak ben ik vaak geneigd om mijn werkzaamheden hiërarchisch in te delen. Niet eens zozeer tijdens het maken zelf, dan zit ik vaak in een soort roes, maar alles wat aan het creëren vooraf gaat of wat erna komt. Het in de flow raken, het tot rust komen, het ideeën opdoen, het herkauwen, op de een of andere manier lijken ze altijd minder belangrijk dan het maken zelf. Ik wals er vaak overheen, reik spierverrekend uit naar het moment dat ik de penseel kan pakken of achter de mac kan kruipen. Maar dan zit ik daar met een prematuur idee waar ik niet mee uit de voeten kan en eet ik een zak chips leeg van frustratie.
Zo gaat dat.
Gelukkig heb ik het probleem leren herkennen en zodra een mens weet wat het probleem is, lost het op.
Of nou ja, meestal dan toch.
Of soms.
Hoe dan ook: ieder puntje dat je zet in een tekening is onderdeel van het grote geheel, ieder lidwoord dat je typt is onderdeel van je verhaal, maar ook: iedere gedachte die je denkt voordat je daadwerkelijk begint met schilderen, ieder moment dat je neemt om een idee te kunnen laten rijpen in je hoofd: alles is even belangrijk.

Ik maakte een follow up van de Dit is geen tekencursus uit 2012. Het werd wel eens tijd. Alle vier de lessen van de Dit is geen tekencursus vind je H I E R.

Klik op het plaatje voor groter beeld.

A while ago I made a course called ‘This is not a drawing course’. I decided to draw a follow up, here’s my first lesson: everything you do is equally important. When you’re drawing or painting or writing, everything you do is equally important. Every dot your pencil makes is part of the bigger picture, every word you write is a part of the book you’re making. But also the little things you do before or after painting or drawing are part of your creative process. The tea you drink to reach your flow, the shower you take to let your ideas come out, the cookies you stuff in your face before you can start writing (*cough*), they’re all important. Exclamation mark. So give all those things your attention and your masterpiece will come out. Really. Good luck!

Telefoonportretten / Phone portraits

Zo vlugvlug in het voorbij gaan, een snel telefoonportretje. Te weinig tijd om de grote Nikon te pakken, het moment, de situatie, de blik te mooi om zomaar voorbij te laten gaan.
En uiteindelijk zijn de ruis en de vervormde kleuren soms ineens juist zo mooi.
Over dertig jaar worden oude iPhones uit vergeten kastjes opgediept om precies weer in deze sfeer te kunnen fotograferen, misschien.
Zo stel ik me dat voor.

Those quick iPhone portraits. Too little time to take the big Nikon, but the moment and the colors are too beautiful to just let it pass. And in the end the luminance noise can be unexpectedly pretty. Sometimes I imagine that in 30 years from now people will dig up their old iPhones to be able to recreate this atmosphere again, maybe.


Prinses

Ze was prinses carnaval op school. Haar diepe wens was het, en hij kwam uit. Een eretaak.
Omkleden, ‘s ochtends vroeg in de hal, in de traditionele kleren. De glanzend witte jurk aan, de fluwelen mantel zorgvuldig dichtgeknoopt en het kroontje op. De prins geduldig wachtend naast haar.
Er werd nog even gehandwerkt voordat de verplichtingen aanvingen. In vol ornaat bolletjes wol draaien.
En daarna op staatsiebezoek bij de kleuters en de peuters.
In de middag kwam De grote prins, de prins uit het dorp.
Samen op het podium.
Ze straalde.
En ik ook.
Onverwachte, overrompelende trots.





Misschien om te begrijpen / Maybe to understand

Soms zou ik willen dat ik mijn gevoel kon opnemen op een cassettebandje en het dan op een later moment weer zou kunnen afspelen.
Dat ik later nog eens zou kunnen herbeleven hoe ik me voelde nu, als ik met de kinderen aan de keukentafel zit om iets te schilderen of te borduren. Hoe ik dan naar het licht kijk dat door het raam valt, dat februarilicht dat soms al een beetje de schijn van lente heeft. Hoe het voelt als ik de mussen uit de kale heg zie opstijgen, in een schreeuwend gesnater, volle bolletjes bruine veren, klapwiekend en ruziemakend.
Ik zou willen dat ik mijn gevoel van vroeger had opgenomen.
Het gevoel dat ik had toen ik kind was, gewoon op een doordeweekse dag, op school, met buiten spelen. Of het gevoel dat ik had toen ik iets heel moeilijks aan het doen was, hoe zwaar dat was en hoe zeer ik moest ploeteren.
Ik zou het willen voelen zoals ik het toen voelde.
Ik zou het allemaal bewaren in een kast, alle cassettebandjes op een rij. En dan zou ik er nu en dan een uithalen, in de cassettespeler stoppen en afspelen.
Waarom?
Ik weet het niet zo goed.
Misschien om te begrijpen.



Sometimes I wish I could record my feelings on a tape, or a video or something. That I could relive my feelings from the present, when I’m sitting at the kitchen table with my girls, painting or embroidering. How I watch the light. The bright light of february that feels a little like spring already. I would wish I had recorded my feelings from the past. The feelings I had when I was a child, on a normal, regular day. Or the feeling I had when I was doing something difficult, how hard it was. I wish I could feel it like it felt back then. I would all collect the tapes in a large cupboard. And every now and then I would take one out, and play it. Why? I’m not sure. Maybe to understand.