Bloemen in je haar / flowers in your hair

Ik kan het niet helpen, ik bewaar altijd alle papieren kransen en kraagjes van het Pinksterfeest.
Net als de palmpasenkruisen, die kan ik ook nooit wegdoen. Aan de schuur hangt een hele reeks houten kruisjes, in de zomer groeit daar mooi de druif omheen.
De kransen hang ik over de hoge verwarming in de keuken. Het crêpe-papier wordt hier en daar wat vaal, maar toch blijft het zo mooi, de bloemen, het vlechtwerk.
Nu en dan vraagt Het Kleine Meisje of ze er eentje op mag. Dan klim ik op een stoel en haal er eentje omlaag. Deze is nog uit de peutertijd, toen ze nog bij juffie A in het kleine houten peutergebouwtje zat met gras op het dak. Het lijkt ineens zo lang geleden.
Ze draagt de krans even met een plechtig gezicht en dan mag hij weer terug.
En ineens besef ik dat ik echt geen kleine kinderen meer heb.


I can never throw away the paper flower garlands the children wear at Pentecost each year. I keep them in our kitchen in a safe place. Once in a while my little girl asks if she can wear one. This particular one she got from her preschool teacher, long ago, when she was not even 3 years old. I suddenly realize: I no longer have small children.

Avondwandelingetje / Evening walk

Onder de hashtag #Avondwandelingetje plaats ik op twitter nogal eens graag telefoonfoto’s van dat gestolen half uurtje, meteen na het avondeten, voordat de kinderen in bad moeten en het eigenlijk al net iets te laat is, dat we een klein ommetje maken.
En ach, ons Limburg, dat is toch zo mooi. En het mooi is altijd dichtbij. En nu, nu het gras weer begint te groeien, en alles uitloopt, dat groen, mensen, dat gróen, bijna onzichtbaar nog, maar toch doet het pijn aan je ogen. En de wind is nog zuur, maar als je ziet hoe hij over het weiland scheert, hoe de lange grassprieten als in een patroon gaan liggen als hij waait, dan vergeef je het hem. En als we linksaf gaan dan staan daar de schapen, met schuwe lammetjes die achter hun moeder kruipen en dan zo net voorbij haar dikke vacht kijken om te zien of je er nog bent. En de ganzen die in het weiland zitten, en de plassen die als spiegels zijn bij dit kraakheldere weer.
En dan weer naar huis, met modder aan de schoenen, maar het lijf weer vol met lucht.




We love to take a little walk in the evenings. The southern part of The Netherlands is so beautiful, I can’t imagine that I would live somewhere else. I love this time of year, the fresh green leaves, the lambs, the crisp air, the blue sky.

Niet mooi is ook mooi / Beauty

Soms lijkt het net of alles mooi moet zijn.
Het visuele als een van de belangrijkste impulsen om de mens te bewegen. Een geluksgevoel oproepen door een mooi plaatje, mooie beelden, kleuren, in reclame, film, media, mode.
Het is een tijdsbeeld. Misschien heeft het met welvaart te maken, in arme tijden houden mensen zich volgens mij niet bezig met welke kleur broek ze deze lente aan moeten trekken, is schoonheid veel minder van belang.
Hoe dan ook. Het maakt niet uit wat de reden is, het is zoals het is.
Maar soms worstel ik er een beetje mee.
Wat is schoonheid?
Is een aardappel mooi?
En als dat niet zo is, is dat dan erg?

Is Johan mooi?

Soms belemmert het me in mijn werk, mijn tekenen en mijn schrijven.
Misschien zou ik me altijd moeten bedenken dat niet alles mooi hoeft te zijn.

En dat niet mooi ook mooi is.
Als wat niet mooi ook mooi is, is alles vrij.

About beauty, and how it seems nowadays that everything has to be pretty. Sometimes I struggle with this. What is beauty? Is a potato beautiful? Is an ugly boy beautiful? And if they’re not, how bad is that? Sometimes I feel restricted in my work by all this beauty, in drawing and writing. Maybe I should always remember that not everything has to be pretty. and that not pretty is pretty too.

Zeearend-liefde / Sea eagle love

Ik hou van alle dieren, maar van vogels het meest.
Ik hou van de merels, de mussen en de koolmezen in de boom achter ons huis. Ik hou van hoe een kauw me met een schuin kopje aankijkt vanuit een boom, de blauwe kraaloogjes die me volgen. Als kind had ik een hele tamme eend, we trokken zelf duivenkuikens groot en we kweekten zebravinken. Ik kan denk ik nooit leven zonder een paar scharrelende kippen achter in mijn tuin.
Maar het allermachtigste van alle vogelsoorten vind ik toch de roofvogel. Ik weet niet precies wat dat is. Hun volstrekte autonomie misschien, en hun puur instinctieve gedrag. Dat trekt me aan. Nu had ik al jaren de droom om eens met zo’n beest te werken. En mijn lieve mens regelde dat dit jaar voor mijn verjaardag.
Vandaag reden we naar België. Ik kreeg een leren handschoen aan, de valkenier propte er een kuiken erin. En daar kwam hij, de zeearend, vanuit de hoge bomen achter in het weiland. De thermiek deed zijn vleugels dansen. Zijn reusachtige klauwen landden onverwacht zacht op mijn hand, de vleugelpunten raakten mijn hoofd. Ik keek in de gele ogen die sympathieker zijn dan u nu denkt.
Ik was meteen verliefd.
Fantastisch.




I love birds, ever since I was a child. I love chicken and blackbirds, in my childhood I had a duck and pigeons. My dream was to work with a giant bird of prey for once. My husband found a way to make my dream come true. Today we drove to Belgium and I flew with a giant sea eagle. I fell in love with him right away. Fantastic!

Een geweldig schilderproject / An amazing art project

Het Vrijeschooltje van mijn dochters knapt bijna uit zijn voegen, het leerlingenaantal is nog nooit zo hoog geweest.
Ik denk dat Rudolf Steiner zich zit te verkneukelen in zijn antroposofisch vormgegeven hemel met ronde hoekjes.
Toen ik bedacht om een, letterlijk, omvangrijk schilderproject te gaan doen met klas 4/5 realiseerde ik me even niet dat ik dan met dertig kinderen aan de slag moest. In een gebouw waarin met alle beschikbare ruimte gegoocheld moet worden.
Gelukkig maar, anders had ik het misschien niet gedaan.

Ik schafte enorme rollen zwaar kwaliteitspapier aan. Ik ruimde de toneelzaal leeg en de klas. Het papier plakte ik samen met hulpjuffie J op de vloer. Ik liet de kinderen hun schoenen uittrekken en ik deelde hen op in tweetallen. Daarna mochten ze in zelfgekozen poses elkaars silhouetten omtrekken.
‘Maar mag ik dan écht helemaal zelf kiezen hoe ik op het papier ga liggen?’ vroeg de jongen die net nieuw was in de klas.
‘Ja hoor,’ zei ik.
Hij keek me even verwonderd aan, toen zag ik hoe er iets in zijn brein begon te ratelen. Vliegensvlug rende hij terug naar zijn stuk papier en ging aan het werk.

Gisteren, tijdens les 2 mochten ze zichzelf intekenen, de details. Hun gezichten, hun kleding, haren, schoenen.
Kinderen die op de vloer lagen, over zichzelf heengebogen. Rode wangen, druk aan het werk. Sommigen hadden ervoor gekozen om met z’n tweeën een pose aan te nemen, twee meisjes vormden een hartje door hun handen tegen elkaar te houden.
‘Ik ben echt trots op mezelf,’ zei een kind, terwijl ze zichzelf liggend, van een afstandje bekeek.
De zon scheen door de hoge ramen naar binnen en er heerste een vredige rust.
Ik zette ondertussen de potten verf klaar.
Het voordeel van Vrijeschoolkinderen is dat het gebruik van verf en penselen er strak ingedrild zit. Ze zijn volledig zelfvoorzienend en uiterst zelfstandig. Bovendien vormen ze een hechte groep en zijn ze een kei in samenwerken.
In het geval van zo’n grote opdracht is het een droom om mee te werken.
Het mag eens gezegd worden.

De bel ging, de school was uit.
Nieuwsgierige zesdeklassers keken om het hoekje van de zaal naar de levensgrote portretten.
‘Wauw, fantastisch!’ riepen ze, uit de grond van hun hart.
Mijn klas glunderde.
(Nee, niet mijn klas. Juf I’s klas. Alle credits naar juf I.)
De komende weken gaan we verder.
En uiteindelijk knippen we dan de lichamen uit hebben we dertig enorme geschilderde kinderen.
En daar heb ik dan weer een leuk plan mee.
Wordt vervolgd.

I’m doing an art project in my eldest daughters class. My children attend a Waldorf school and the pupils there are accustomed to work with brushes and paper. They drew each others silhouettes and yesterday they started painting. It’s a pretty heavy project to do with 30 children but these children are very independent and can collaborate very well. I’m proud of them.

Plantenliefde / Plant love

Oh de plantenliefde, de plantenliefde!
Hoe meer plantjes ik heb, hoe meer ik er wil.
‘Wij hadden vroeger een extra plank halverwege het raam gemaakt om al onze planten kwijt te kunnen,’ vertelde mijn moeder laatst. ‘Het was net een oerwoud. Lang geleden. In de jaren zeventig.’
Ze benadrukte daarbij De Jaren Zeventig keek ondertussen veelzeggend naar mijn dichtbevolkte vensterbank. Met daarop de glazen kringloopvaas waar ik twee vetplantjes en een graslelie in had gepoot.
Dat viel overigens nog niet mee, die planten door de nauwe flessenhals proppen.
Man vindt het overigens allemaal prima hoor. Die noemt alles wat groen is consequent Ficus en vindt dat hij nu een vrijbriefje heeft om overal zijn zaaibakken neer te zetten.
Hoe dan ook.
Ik mag nu voorlopig van mezelf even geen plantjes meer kopen.
Alleen een vingerplant, die wil ik nog heel graag.
Een hele grote.
Lekker, een dichtgegroeid jarenzeventighuis, dat is mijn droom.





Oh, how I love my succulents! The more I have, the more I want. My mother thinks my house starts to look a lot like her home, way back in the seventies. I haven’t figured out yet if it’s a good thing. She keeps calling it a jungle, no idea why. But I guess I have to quit buying plants now. the only thing I really would like to have is a giant fatsi. Yes. A nice overgrown seventies house, that’s my dream.

Telefoonportretten 3 / iPhone portraits 3

De tijd glijdt zo ongemerkt voorbij, op het moment.
We vierden mijn verjaardag, in het museum, ik zat voor het eerst weer buiten, op mijn favoriete plekje in de zon, op het onderste stukje van de glijbaan in het hoekje van de tuin, Het Kleine Meisje speelt hele middagen buiten en komt me madeliefjes brengen als ik in de keuken sta te koken met de tuindeuren open. We schilden palmpasenstokken, ik snuffelde aan het pasgeboren, prachtige baby’tje van mijn neef, de kippen hebben de lente in het hoofd en pikken me in de kuiten als ik door de wei loop.
Het is een fijn glijden, rustig, soepel, in een tevreden gelukkigzijn.




Time passes by easy and quietly. We celebrated my birthday in the museum, I enjoyed the first warm day of spring, visited the beautiful new baby of my dear cousin, the children play outside all day long. This is what happiness feels like, I guess.

Jarig + Free Printable lentebloemen / daffodils

Vandaag ben ik jarig.
(Hoera, hoera!)
Wie jarig is, trakteert.
En wel op een fleurig bosje narcissen.
Omdat ik stik-allergisch ben voor alles wat stuifmeel produceert, en ik plastic nepbloemen altijd wat eh, moeilijk vind, wilde ik al een hele tijd papieren lentebloemen voor mezelf maken. Gisteren tekende ik ze, en omdat ik zo lekker bezig was dacht ik, kom, laat ik die arme bloglezers ook eens verwennen.

Wat heb je nodig?
Een printer, dik wit papier, een schaar, lijm, een vaasje. Eventueel wat aluminiumfolie.

Wat moet je doen?
Print de twee vellen uit op zwaar wit papier. Vel 2 is het spiegelbeeld van vel 1.
Als je een grote bos wil, print je alles twee keer uit.
Knip nu de bloemen uit en lijm de spiegelbeelden op elkaar.
Ik stopte een prop aluminiumfolie in de theepot om de bloemen netjes te laten staan.

Als ik zie dat u de bloemen uitprint op gewoon dun goeiekoop printerpapier dan kom ik u persoonlijk aan een oor watsen en dan bel ik de politie.
Veel plezier.

P R I N T Knipvel 1 (voorzijde)
P R I N T Knipvel 2 (achterzijde)


Today is my birthday!
I made a free printable to celebrate. Because I’m very allergic to flowers, I decided to make some non-allergic daffodils.
You need: a printer, heavy white paper, scissors, glue, a vase.
To do: print the printables. Cut out the flowers and glue the opposites to each other. I put a piece of tin foil in the vase to keep the daffodils from falling down.
Have fun!


P R I N T Free printable 1 (front)
P R I N T Free printable 2 (back)

Zondagochtend in het bos / Sunday morning in the woods

Lieve familie, goede gesprekken, strakblauwe lucht, zon die al een beetje warm voelt.
We deden verstoppertje tussen de bomen, stampten door de plassen en aten daarna hongerig gebakken eieren met spek. In een herberg middenin het bos, rood met wit geblokte gordijntjes voor de ramen.
Het goede leven, zomaar, op een gewone zondagochtend.





About the good life with family, on a sunday morning in the woods. We played hide and seek, ate eggs and bacon in a lovely pub, felt the warmth of the sun. Spring seems not far away.

Ministeck en de literatuur / Ministeck and the literature

‘Hoe gaat het eigenlijk met je boek, Octavie?’
Wel, wat leuk dat u dat vraagt.
Ik heb daar eerlijk gezegd niet zo’n eenduidig antwoord op. Soms gaat het slecht en moet ik ervan huilen, zo erg. Dat zijn dagen dat ik zeker weet dat ik nooit in mijn leven ga debuteren en dat ik met geluk 200 woorden op papier krijg en dan voel ik me de zieligste mens op aarde. Maar er zijn ook dagen dat ik toch tamelijk opschiet, dat er hier en daar wat zinnigs uit me komt en dat ik de boel terug kan lezen met een zekere tevredenheid.
Het zinnetje dat ik de laatste tijd wel vaak gebruik is: Het is zo moeilijk, heeft iedereen dat?
Maar dan zegt Man heel gedwee, zoals opgedragen: ‘Ja, dat heeft iedereen’ en dan kan ik er weer even tegen.
Hoe dan ook, moeilijk is het.
Het hele schrijfproces in deze omvangrijke mate doet me denken aan Ministeck.
Ministeck is, ik zal het even uitleggen voor iedereen die niet in de eighties is opgegroeid, een systeem van hele kleine plastic stukjes in verschillende vormen die je in een raamwerkje kunt steken als een soort mozaïek. Zo kun je hele kunstwerken maken.
Nu heb ik een paar maanden geleden een enorme ton vol overdrachtelijke Ministeck uitgekiept over mijn overdrachtelijke vloer. Een ontzagwekkende berg was het, overal gekleurde, piepkleine dingetjes.
Toen heb ik de contouren gemaakt van de afbeelding die ik voor ogen had, de randen vastgelegd, een vorm gemaakt. Ik bedacht welke kleuren ik waar wilde en ik weet precies hoe het er straks uit zal zien. En ik heb al bijna de helft van de contouren ingevuld. Het enige dat ik nu nog moet doen is me door die resterende berg op de vloer heen werken, alle vormpjes die er nog liggen een voor een in het raampje steken.
Het komt goed.
Jawel.
Ik weet het zeker.
(Vandaag dan toch.)
(Nee, het gaat niet over een trein.)

My novel writing activities are still going on. One day everything is terrible, I’m almost crying behind my mac, knowing for sure I’m never going to make my début, but the next day it’s flowing like magic and I’m very happy with what I wrote so far. It’s hard, writing a book. The writing process reminds me of Ministeck; the children’s toy with little plastic pieces which you put together in a frame like a mosaic. A few months ago I emptied a huge box of Ministeck on my living room floor, it was everywhere. I started making a silhouette on my frame, the lines of the image I wanted to make. I decided where I wanted which colors, I had exactly in mind how the mosaic had to become. Now I’m half way filling in the silhouettes. It will be fine, my book. I’m sure. (Today at least.)