Gisterochtend leverde ik twee hagelwitte pinksterbruidjes af op school.
Witte kleedjes, witte vestjes, alles wit.
Ik had zelfs voor De Grote Dochter een witte legging aangeschaft, als u eens wist wat voor een innerlijke strijd ik daarvoor heb moeten voeren. Ik vind witte leggings een vreselijke zonde. Maar ja, het was koud. En ik kon het kind toch moeilijk in de blote benen naar school sturen. Dat was ook alweer zo wat.
Hoe dan ook, ik denk dat het een half uur heeft geduurd, die volledige staat van smetteloze witheid.
De Grote Dochter knoeide aardbeien.
Witte kleedje rood.
Het Kleine Meisje viel in de modderprak.
Witte maillotje zwart.
Och.
Dat maakt niet uit.
Zo op het mooiste feest van heel het jaar knijpen wij een oogje toe.
Fijne Pinksteren, lieve lezerkens!

Category Archives: Traditie&Folklore
Crêpe-papier-sap en de vergeten hanen
Ja.
Ik zit tegenwoordig hele dagen mijn huis te tekenen hè.
Dus ik maak niks meer mee.
Geen leuke verhalen. Anekdotes. Hilarische taferelen, niks van dat al.
Alleen maar tekenen.
Vreselijk is het.
Deze dagen is mijn grootste probleem dat ik mijn salontafel nog niet heb getekend. Dat kon niet want de salontafel is mijn tekentafel. Die sleur ik door de hele kamer om een goed uitzicht te hebben op mijn tekenobjecten en dan zit ik op een klein kinderstoeltje mij een beetje rugpijn op te doen en ja, nu kan ik de salontafel zelf dus niet tekenen.
Het is wat.

Maar goed.
Ondertussen moesten er ook nog broodhaantjes gebakken worden voor de naderende palmpasen.
Dat is natuurlijk zondag, maar op school vieren de kinderen het vandaag.
De Grote Dochter maakt zich al weken druk dat het misschien gaat regenen op palmpasen en dat het crêpe-papier van de stok wel eens zou kunnen afgeven op de ketting van gedroogd fruit.
Ja, het zal je maar gebeuren.
Crêpe-papier-sap op je fruit.

Hoe dan ook, ik had een fijn deegje gekneed gisterochtendvroeg, en de boel even op de vensterbank gezet om te rijzen.
U begrijpt het al, daar stond het deegje gisteravond nog.
Vergeten.
Het was wel uitstekend gerezen, dat wel.
Desondanks werden het prachtige broodhanen, en bovendien was het heden ochtend droog, we dankten onze lieve Heer op onze blote knietjes.
Enfin.
Wat ik al zei.
Ik maak niet zoveel mee op het moment.

Voor in de paastak
Mensenlief, het is al halfvasten.
De aspergesbedden worden al opgemaakt, dan kan het niet lang meer duren eer we aan de paastafel zitten.
Om dat te vieren maakte ik een gezellig knipvel voor u.
Of eigenlijk twee want ik kon niet stoppen.
Als je eenmaal konijnen zit te tekenen dan gaat dat maar door hè.
Enfin, na de konijnen maakte ik ook nog knusse lammetjes, bloesempjes, hartjes en een vogeltje, kortom; de hele Paserige mikmak!
Knip de figuurtjes uit en plak ze op elkaar met een draadje ertussen en ohhhh, dat wordt me een gezellige paastak! Of paasslinger! Of paasmuurdecorette!
LET OP: Klik op de vellen, dan kom je bij de PDF op ware grootte, de bestanden zijn op A4-formaat.
Dan kun je ze printen.
(Klik)

En het aanvullingsvel (voor als je een enorme paasvaas hebt, kan zomaar):
(Klik)

En dit wordt het dan:


Ojongojong! Wat een pasigheid!
Veel plezier!
De spiralige mens
Omdat Man en ik echt heel veel tijd over hebben, en we ook helemaal niet druk zijn, besloten we de moestuin te gaan uitbreiden.
Een stukje erbij, zeg maar.
Lekker schaalvergroten.
Een mens moet toch wat met zijn lege tijd.
Man groef dus in de afgelopen weken vloekend een stuk onwillige beukenhaag uit, ik spaaide de stenen paadjes uit het oude stuk en zo hadden we dan ineens een kale lap.

‘Foei, dat is wel een groot stuk ineens,’ krabde Man zich op zijn hoofd.
‘Heel groot stuk,’ echode ik onnozel.
Enfin. Toen moesten er nieuwe paadjes komen.
Een goede moestuin begint met een deugdelijk wegennetwerk.
Ik had samen met pinterest bedacht dat de hele toestand een nogal organisch gevormd geheel moest worden.
Iets met spiralen.
Ik legde alvast wat stenen in de vorm zoals ik het zou willen.

Man wilde ook wel spiralen, u gelooft dat niet, maar ik heb een hele spiralig ingestelde mens.

En zo zaten wij vandaag in het zonnetje in onze moeshof.
Ik dabde wat in de modder met een troffel, Rosemarietje de kip scharrelde klokkend om me heen, Man sneed de stenen op maat.

In een hoekje vond ik nog een eeuwig moesje.

Ach ja, dat zijn zo de fijne dagen.
Nog eventjes, en dan zitten we weer alle dagen in de moeshof.
Lekker onkruid trekken.
Gelukkig maar.
Een flaetje voor mijn oma
Toen we terugkwamen van vakantie hingen er zowat duizend rijpe bramen aan de struik. De boog over het witte poortje zakte bekans door, zo zwaar was het. Dus vandaag was riepen wij uit tot Bramendag. Eerst gingen we maar eens plukken, Het Kleine Meisje mocht bij Man op de schouders zitten en plukte zo de hoogste regionen. De Grote Dochter hield de vergieten vast. Dikke, donkere, sappige bramen, we plukten tot we paarse handen en paarse schorten hadden. Ik streek eens over mijn kin. Wat zou ik daar nu eens mee aanvangen? Zoveel kilo bramen, dat was wat te veel om in één keer jam van te maken.
Dan maar wat vlaaien erbij gemaakt.
Ik sjerde wat in mijn keukenkast. Ergens achteraan had ik toch nog… ja, ze lagen er nog.
Zes kleine vlaaienplaatjes. Mini’s.
Bij de echte Limburgse bakker kun je geen vlaaienpunten kopen, alleen een hele of een halve vlaai. Maar als je nu eens zin hebt in een klein stukje vlaai dan koop je een flaetje. Een vlaaitje. Een hele vlaai maar dan in de kaboutervariant.
Ooit had ik de bakvormen voor flaetjes gekregen van mijn ouders, ze komen nog uit de bakkerij van mijn opa en oma.
Ik vette de grote vlaaienplaat en wat kleine flaetjes, kneedde het deeg geduldig, terwijl Man jampotten uitkookte en bramensoep zeefde.
‘We gaan dalijk even langs bij oma, dan kan ik haar een flaetje brengen,’ zei ik, terwijl ik de pudding kookte.
‘Dat is goed,’ knikte Man.
En met een flaetje, rechtstreeks uit de oven, stapten we in de auto.
‘Och, een braomelteflaetje,’ zei oma.
Ik zocht in de kast van haar treurige verzorgingstehuis-appartementje naar wat glaasjes, wies ze gauw af en schonk wat drinken in.
‘Ik heb ze gemaakt met de bakvormen uit de bakkerij,’ toeterde ik in haar oor.
Oma is stokdoof.
‘Ik eet het bedijn op,’ mompelde ze.
Ze voelde met haar vinger vlug aan het deeg.
En zette het schoteltje met de vlaai daarna pront voor op haar rollator.
‘Ja, nog even wachten. Ik eet het bedijn op.’



Sint Jan II
Sint Jan
En toen zouden De Viltster en ik dus gisterenmiddag bloemenkransen gaan maken met de kinderen. Maar u weet hoe dat gaat. Er kwam een fleske rosé uit de koelkast en de kinderen streken zich enorm uit en Het Kleine Meisje rende in haar blote vodje achter een blote Kleine Witte Jongen aan en wij bekeken ons dat eens wat lodderig en ja, toen kwam er van die kransen niks meer terecht.
En toen we gisterenavond eens leuzig op huis aan fietsten bedacht ik me: snotmiljaar, maar morgen vieren wij Sint Jan, het zou toch handig zijn als die wichten een krans hebben. En dus stapte ik maar weer van de fiets en begon wat onkruid uit de berm bijeen te harken. Hatsjie. En zo stond ik dus gisterenavond nog twee kransjes ineen te hannesen en vanmorgen moesten daar met bonkend hooikoortshoofd nog wat verse roosjes in en ja, u begrijpt het wel, ik ben al gaar eer die hele Sint Jan begonnen is.
Maaaarrr. Wat is dat dan toch, die Sint Jan?
Ja, goede vraag. Ik ga u dat nu heel erg kort door de bocht en simpel uitleggen, let u even op, misschien steekt u er wat van op.
Sint Jan is 24 juni, het is de geboortedag van Johannes de Doper, hij die Jezus doopte. Het is de zomerzonnewende. Sint Jan is eigenlijk het tegenovergestelde van kerst, met kerst vieren we de geboorte van het licht, van Jezus, in de lange winter van duisternis. Kerst is de langste nacht, daarna wordt het weer lichter. Met Sint Jan vieren we de langste dag, maar tegelijkertijd heeft dat het duister in zich, de nachten worden vanaf nu weer langer. We gaan de zomer in, de zomer waarin we onszelf overgeven aan de warmte en de zon, waarin we loom worden en naar buiten gericht, in tegenstelling tot de winter, waarin we veel zintuiglijker zijn ingesteld en meer in onszelf zitten.
Ach ja, ik zou hier uren over kunnen doorzeveren en u mooie boeken willen aanraden waarin dit allemaal in de prachtigste beelden wordt uitgelegd, maar vooruit, dat is misschien wat veel voor u.
Voor nu doe ik u gewoon een paar fotookes en dan zult u wel zien waarom ik Sint Jan zo’n fijn feest vind.
Voor allen die het een dezer dagen gaan vieren: veel plezier!



Wat ik deed met de stal
Deze week liep ik een beetje verdwaasd door het huis. Ziel onder de arm, wilde blik in de ogen, geen haar maar strooi op de kop van alle stress. De afgelopen twee maanden heb ik ieder vrij moment aan het nieuwe kabouterpostpakket gewerkt maar dinsdagavond is de hele mikmak naar de vormgever gegaan. En toen stond ik daar: de kroontjespen in de vingers, de inkt nog nadruipend op de vloer, ogottegottegot, wat moest ik dan nu aanvangen. Iets met zwart gat en aanvliegende leegte.
Gelukkig duurt dat bij mij nooit zo lang.
Dus vanochtend bond ik mij mijn verfscholk voor en maaide wat in mijn reusachtige verfpottencollectie.
‘We gaan naar de wei,’ zei ik tegen Het Kleine Meisje.

Die stal van ons, die stond al een jaar of twee zo half afgeschilderd mij aan te gapen. Dat was geen gezicht. Ik friste de kozijntjes wat op. Dat was zo gedaan. En toen, toen deed ik iets…



…tja, toch weer iets kabouterigs dus. Maar oeh jong, wat ziet dat er olijk uit.
Daarna plukten we de aardbeien…


…en bekeken de bramen.

En zat er in de brievenbus een geheimzinnig postpakket.
Het was gericht aan Wampus, maar ik mag dat openmaken hè, als directrice van de kabouterfabriek.
Jawel.

U ziet het, al zou ik het willen, die kabouters gaan me niet uit het lijf.
Het Moestuinkabouterseizoen is inmiddels mooi afgesloten (zie www.dekabouterfabriek.nl voor onze bijzondere actie) en ik kan u verheugd mededelen dat ons nieuwe kabouterpostpakket vanaf 15 augustus verkrijgbaar is.
15 augustus, dat is al kei-rap mensen.
Nog maar evekes geduld.
(En als u een web- of boekwinkel, school, of culturele dinges bent en op de mailinglijst wil voor een vooraankondiging eind deze maand, mailt u me dan even via octaviemailt@octaview.nl)
De eeuwige Pinkstertranen
Het allereerste officiële Pinksterfeest van Het Kleine Meisje was het vandaag.
Sinds een paar weekjes gaat de kleine poelepetat immers ook naar schooltje.
Het kleine peuterschooltje in het mooie houten gebouwtje waar gras uit het dak groeit.
Nou, u begrijpt wel, ik plengde heden ochtend al wat emotionele tranen alvorens ik mijn ontbijtboterham nog maar achter de kiezen had zeg maar.
Ik had gisterenavond twee witte pinksterkleedjes klaargelegd en ik had al uitgelegd over de duifjes en de dansen om de meiboom.
Het Kleine Meisje had aandachtig geluisterd en enthousiast geknikt bij het verhaal over het bloemenkransje voor in haar haren.
Maar goed. Toen vanochtend het puntje bij het pinksterpaaltje kwam vond ze alles maar een toestand.
Daar zat ze maar een beetje te paaspijpen bij omaatje op schoot en wat te siepogen en pruilmondjes te trekken.
‘Wat lijkt ze toch op jou,’ grijnsde De Boogschutter, ‘net zo verlegen hè.’
De Boogschutter is de mens van De Viltster moet u weten. En daar in het Huisje Met De blauwe Luiken hebben ze zo wat patent op dezelfde humor.
Hoe dan ook, het gepaaspijp was toch snel over en toen was ons pruiltje alweer danig de beest aan het uithangen met De Kleine Witte Jongen en wat van hun peuterklaskornuiten.
De Grote Dochter zong een prachtig oud lied en nog een paar en ik voelde zo wat trillen van binnen.
Ach ach.
Eén groot jankfeest, dat hele Pinksteren.






En ondertussen
En ondertussen moest ons Truitje ook nog even uit haar vachtje verwijderd worden.


De zwarte wol van Trui hangt uit over de rekstok van de meisjes. Daar heb ik een plan mee. De wol van Zökske gaat in de tobbe.
‘Helpen jullie mee de wol wassen?’ vraag ik De Grote Dochter en Vriendinnetje J.
Dat willen ze wel.

Ik sleep gieters lauw water aan, de meisjes pulken de allerergste viezigheden al uit de wol.
Het water is zo zwart dat je er een pollepel in rechtop kan zetten.
Gelukkig zijn Dochters vriendinnen niet al te stads aangelegd.
Stel je eens voor, dalijk krijg ik zo’n wicht met een hond in een tasje over de vloer.
Nee, dat zal toch wel niet.
Of met glitterschoentjes met hakjes.
Nee.



Hoe dan ook.
Het einde van het liedje was dat de wol al aardig proper begon te worden en ik opgezadeld zat met drie vettige kinderen.
En nu maar hopen dat ze er niks van oplopen.





