Het was weer tijd voor het jaarlijkse schaapscheerfeest.
En dit keer was dan het peuterklasje van Het Kleine Meisje aan de beurt om te komen kijken.
Twaalf kleine wiebelpeuters in de wei.
Dat is weer heel andere koek dan die grote achtjarige lummels uit De Grote Dochters klas.
De concentratiecurve was denk ik zo ongeveer één minuut.
Daarna was het wel gedaan.
Maar ach, wat een feest.
Er werd gepicknickt en gespeeld, er werden liedjes gezongen over schaapjes en wol.
En op zo’n ochtend dan kijk ik naar al die kindjes.
De klasgenootjes van mijn Kleine Meisje, waar ze de komende jaren nog zoveel mee gaat beleven.
En dan knijpt mijn hart zich samen in dit ene moment.
Dat het maar nooit voorbij mag gaan.




Category Archives: Huis en Tuin
De dag dat ik bijna ten onder ging aan mijn eigen wasgoed
Kent u die ene dag na de vakantie?
Die dag waarop zich alle huishoudelijke klusjes gezellig verzameld hebben, waar ze allemaal samen zijn gekomen en opgewonden staan te schreeuwen: doe ons nu! Doe ons nu!
Die dag was vandaag.
Het was de dag dat ik bijna ten onder ging in mijn eigen wasgoed.
Echt nee, dat was niet leuk meer, hoor.
We konden feitelijk niet meer in onze slaapkamer komen, ik had gisteren in een vlaag van haast en verstandsverbijstering over een kwijt wit hemdje dat ik pertintent nodig had voor een feest alle manden met schone was over de overloop uitgekiept.
Dat waren nogal wat manden.
Wassen is nooit zo’n probleem bij mij, de consternatie begint pas bij dat dat dan de kasten in moet.
Ik vind dat overigens een vreemde folklore hoor, dat was per se in kasten moet.
Waarom zou een kast beter zijn dan een mand?
Nou?
Hoe dan ook.
Ik had alle manden omgekiept.
Zo’n beetje naast elkaar, lekker uitgespreid, dan kon ik beter zien of het witte hemdje eruit kwam.
Uiteindelijk kwam het uit de laatste mand.
Ja.
Vooruit. Lang verhaal kort, toen kwamen we laat thuis en toen moesten we door zo’n zee van schone was waden.
Nee, dat kon zo toch niet langer.
Enfin, die ene dag na de vakantie dus dat alle klussen samenkomen.
En ook meteen die ene dag dat het huis er redelijk toonbaar uitziet.
Zelfs de kinderslaapkamers.
Vandaar de foto’s.

(Ik zei toch Rédelijk. Kom. Dit is voor mijn doen al heel wat, zeg.)





Octavie tekent haar huis (deel 10: de plattegrond)
En dan zijn we alweer bij deel 10 aangekomen van ons gezellige project.
Om u een beetje een beeld te geven van wat u nu allemaal gezien heeft in de vorige negen delen, heb ik een plattegrond gemaakt.
Dan kunt u dat rode bankje en het gele bankje en de kunstkast en zo wat beter plaatsen.
Tenzij u niks snapt van plattegronden. Die mensen heb je ook. Dan kan ik er ook niks aan doen.
Ik zit nu een beetje te twijfelen of ik de ongeordende plekjes ook nog zal gaan tekenen. Het troep-portaaltje en de bijkeuken bijvoorbeeld.
Daar is niks moois aan, zeg maar.
En dan de WC.
Ook zo’n toestand.
Maar ja.
Daar bedenk ik me nog eens over.
Vooralsnog ben ik erg trots op mij dat ik het al tien delen volhou.
Wat u.
Deel 1: de kunstkast: klik
Deel 2: het gele bankje: klik
Deel 3: het rode bankje: klik
Deel 4: de speelhoek: klik
Deel 5: de spiegelkast: klik
Deel 6: de boekenkast: klik
Deel 7: het aanrecht: klik
Deel 8: het keukenraam: klik
Deel 9: de voorkant: klik

De toendravlakte die onze moestuin heet
De moestuin is klaar.
Nu krijgt u vast een visioen van een weelderig gebeuren vol groen en wuivende toestanden.
Wel.
Nee.
De spiralenpaadjes liggen erin, het kleine kasje staat, en dat is dan dat.
Klaar om volgepoot te worden dus.
Voor al het overige is het nog een tamelijke dorre bedoening.
De aardbeien hebben het hele verbouwplan maar amper overleefd en kijken wat krakerig, de beukenhaag is dor (dat is normaal voor de tijd van het jaar, daar kunnen wij niks aan doen), de kruisbes hangt op apegapen en de grond is droog en stoffig van die smerige toendrawind van de afgelopen weken.
Als je goed luistert hoor je er gewoon zo’n snerpende suiswind.
Laatst zag ik er nog een poolvos.
Dus ja, dat ziet er nog niet echt uit of we daar over een paar maanden kilo’s aan courgetten uit gaan trekken.
Gelukkig hebben we binnen in de keuken nóg een moestuin.
Een enorme lading tomatenplanten staat daar vreselijk in de weg te staan.
En op de vensterbank van de slaapkamer staan zes bakken met afrikanen en nog meer tomaten en paprika’s.
En op mijn werkkamer kan ik niet meer bewegen want daar staan zeventien slaplanten.
Handig.
Dat staat daar maar een beetje uit de kluiten te wassen en reikhalzend naar buiten te kijken of de permafrost al ontdooit.
Maar vooruit.
Ooit komt het goed.
Dat hopen we dan toch maar.



Octavie tekent haar huis (deel 8: het keukenraam)
Als we in de keuken aan tafel zitten kijken we voornamelijk naar buiten, door de groten glazen schuifdeur. Eigenlijk is één muur helemaal van glas, het is het mooiste schilderij in ons huis: de blik naar buiten.
We zien de plataan door de seizoenen veranderen, ‘s zomers vol en groen, in het najaar tellen we de blaadjes die nog af moeten vallen en in de winter genieten we van zijn prachtige vorm die je zo goed ziet zonder blad.
Vanaf de eerste lentezon gaat de schuifdeur open om pas in de herfst weer dicht te gaan, buiten en binnen worden één.
Aan de zijmuur hangt een schilderij van Hans Wap, meteen naast de radiator waar we alle kindertekeningen en knutselwerkjes ophangen.
Heel eclectisch allemaal.
Nou, dat was het wel, veel meer kan een mens niet vertellen over een keuken.
Ik zal in de volgende aflevering eens wat meer gaan uitleggen over ons huis en wie weet neem ik u daarna wel mee naar boven.
Dat klinkt spannend, nietwaar.
Misschien mag u zelfs om de deur kijken van de echtelijke sponde.
Als ik die opgeruimd heb dan wel.
Niet dat ik daar zomaar een paar stinksokken tegenkom bij het tekenen.
U zou nog een verkeerd beeld van mij krijgen.

Deel 1: de kunstkast: klik
Deel 2: het gele bankje: klik
Deel 3: het rode bankje: klik
Deel 4: de speelhoek: klik
Deel 5: de spiegelkast: klik
Deel 6: de boekenkast: klik
Deel 7: het aanrecht: klik
Een paasverhaal
Ooit vertelde een wijze vrouw me een oud verhaal.
Een ei dat gelegd is op eerste Paasdag zal nooit bederven. Dat heeft iets te maken met de stand van de aarde en de kosmos en allerlei dingen die we niet goed kunnen begrijpen.
Raap het ei, leg het op een plaats met een vrij constante temperatuur, een kelder bijvoorbeeld, en je kunt het oneindig bewaren.
De inhoud zal wel wat prutterig worden, maar het ei zal nooit gaan stinken.
Ik weet niet of dit verhaal waar is.
Maar ach, wat is waarheid?
Een verhaal dat zo mooi is, hoeft niet waar te zijn.

Vandaag gingen we naar buiten. We waren het binnen zat.
Man dabde wat in de moestuin, ik snoeide.
We stookten een vuurtje voor de warmte en de lekker.

De meisjes speelden met het pluimvee.
De zon begon te schijnen.
Morgen rapen we twee verse eieren in onze stal, die ik voorzichtig in een mandje doe en in de kelder zal leggen.
Fijne Pasen, lieve lezers!

Octavie tekent haar huis (deel 7: het aanrecht)
Eindelijk! De woonkamer is af, we kunnen door naar de keuken!
Och, onze keuken.
Daar zitten wij zo graag.
Boven de keukentafel zit een enorme lichtkoepel, hier teken ik heel vaak, hier knutsel ik met de kinderen, hier hebben Man en ik onze fijne gesprekken, hier drink ik thee met De Viltster en De Stijlgoeroe en mijn KimT en De Kleine Tovenaar. Ja, hier gebeurt het wel, ons leven.
Ik laat u ondertussen even het proces van zo’n tekening zien.
Hier zien we de blote keuken. Zonder kleuren.

Ik houd van lijntekeningen. Ze leggen de ziel van de maker bloot. Je ziet iedere oneffenheid, ieder twijfelmomentje, iedere zoektocht, iedere emotie.
Maar dat is een ander verhaal, daar moet ik nog eens een logje aan wijden.


Vorig jaar hebben we alles helemaal geschilderd. De kastjes, de muur werd blauw, achter het aanrecht zat een heel lelijk stuk graniet dat we eruit hebben gesloopt. Een soort grafzerk was het. Wanstaltig. Daarvoor in de plaats kwamen geglazuurde tegeltjes.

We zijn nog niet klaar, de keuken is nog niet af.
Maar we doen het rustig aan.
Zo lang we ons er maar fijn kunnen voelen.
Deel 1: de kunstkast: klik
Deel 2: het gele bankje: klik
Deel 3: het rode bankje: klik
Deel 4: de speelhoek: klik
Deel 5: de spiegelkast: klik
Deel 6: de boekenkast: klik

Octavie tekent haar huis (deel 6: de boekenkast)
En dan is hij daar toch eindelijk, de boekenkast.
De boekenkast is een van de weinige meubels die we in een echte winkel hebben gekocht, een winkel zonder aan de buitenkant van die stortcontainers bedoel ik dan. En zonder personeel in oranje hesjes.
Het was een enorme zoektocht. Ik wilde per se een kast die aan de achterkant open was. En hij moest groot zijn, want ik heb nu eenmaal belachelijk veel boeken en mijn boeken zijn als weeskindjes, ze moeten altijd bij elkaar blijven en mogen nooit gescheiden worden.
Man opperde wel eens dat we een deel van de boeken misschien elders konden herbergen.
Op zolder of zo.
Dat was wel een dieptepunt in onze relatie, kan ik u vertellen.
Hoe dan ook.
De boeken zijn natuurlijk gesorteerd op kleur, zoals u wel kunt zien…
Haha.
Oh.
Grapje.
Nee, er zit een ontzettend systeem in de ordening, dat niemand begrijpt behalve ik.
Laat ik het zo zeggen: er is een Wolkers-plank, er is een Mulisch-plank, er zijn Engelse, Franse, Duitse en Russische planken. Dan is er nog een Bijbelse plank en een antroposofische plank. En er is een Kuifje-plank met alle boeken van Kuifje, inclusief Kuifje en de Alfakunst, als u die kent dan wil ik vrienden met u worden.
Ter neutralisering van al die orde staat er naast de boekenkast mijn bureautje.
Gelukkig is het daar een troep van jewelste.
En boven mijn bureautje hangt nog enige studentikoziteit waar ik geen afstand van kan doen: mijn schoolposter met werkwoordvervoegingen.
Ik zal u een geheim verklappen. Toen ik ongeveer twaalf jaar oud was, was mijn hobby werkwoorden vervoegen.
Sommige kinderen verzamelden postzegels, anderen speelden voetbal, ik vervoegde de hele dag werkwoorden.
Ik had van die voorgedrukte schema’s daarvoor. Van de meester gekregen.
Het is geen grapje.
Nou ja. De schoolposter hing jaren op mijn studentenkamer, hij vervoegt in alle mogelijke vormen het werkwoord Drinken.
Ik denk dat ik hem als ik tachtig ben nog meeneem naar mijn bejaardenflat.
Deel 1: de kunstkast: klik
Deel 2: het gele bankje: klik
Deel 3: het rode bankje: klik
Deel 4: de speelhoek: klik
Deel 5: de spiegelkast: klik

Octavie tekent haar huis (deel 5: de spiegelkast)
Vandaag komen we aan bij de achterkant van de woonkamer, het laatste stukje voor de keuken.
Hier staat onze grote eettafel, op de tekening heb ik hem iets kleiner getekend anders paste hij er niet helemaal op, en ook wat eh…netter, u treft de tafel hier zeg maar op een goede dag.
Aan deze tafel eten we op de hoogfeesten en met vrienden en familie, op gewone dagen eten we aan de keukentafel.
De buizenframestoeltjes kochten we bij ons vaste adresje, een loods vol oude meubels, door de eigenaar bijeengescharreld in heel Europa, ik word altijd nogal opgewonden als ik daar ben.
En dan de kast.
Onze spiegelkast van oma.
Bovenin en aan de zijkant zitten twee flinke gaten.
In de oorlog is het huis waarin de kast stond door een granaat geraakt, een scherf baande zich een weg door de kast.
‘Laat die lelijke gaten toch eens repareren,’ moppert oma als ze de kast ziet.
Maar dat doe ik natuurlijk niet.
Die gaten horen erbij.
Het is een kast met een verhaal.
In de kast staan de knutselspullen van de kinderen en het is maar goed dat er een deur in zit want het is nogal een chaotisch geheel daarbinnen.
Nu zijn we bijna klaar in de woonkamer, alleen de boekenkast en mijn bureautje nog.
Peulenschil.
U heeft het bijna gered.
Zal ik daarna de keuken ook nog doen?
Wat dunkt u?
Deel 1: de kunstkast: klik
Deel 2: het gele bankje: klik
Deel 3: het rode bankje: klik
Deel 4: de speelhoek: klik

Octavie tekent haar huis (deel 4: de speelhoek)
Ik had zo heel optimistisch bedacht dat ik mijn woonkamer wel makkelijk in vier delen kon tekenen. Voorkant links, voorkant rechts en dan de achterkant idem en klaar.
Maar ja, maar ja, ik had weer eens niet aan alles wat tussen de voor- en de achterkant in zit gedacht.
Het middengedeelte, zo te zeggen.
En dus gaat dit project weer eens vreselijk uit de hand lopen.
Maar goed, dat bent u inmiddels wel van mij gewend.
In het middengedeelte, direct naast de kunstkast, vinden wij allereerst een cocktailstoeltje.
Het cocktailstoeltje dat ik kreeg van Stijlgoeroe J en van wie wij bruut het identieke zusje slachtten om er een geel bankje van te timmeren.
Ach, ik geloof niet dat hij het ons kwalijk neemt. Geduldig draagt ons cocktailstoeltje de eeuwige stapel dekens en spreien die wij verzameld hebben en waaronder wij ons des avonds neervlijen, of waarvan de dochters hutten bouwen.
Dan daarnaast is een klein speelhoekje.
Tja.
Wat kan ik zeggen.
Ik vind het woord speelhoekje een belachelijk woord.
Ik doe niet aan speelhoekjes, mijn kinderen evenmin, er wordt bij ons door het hele huis gespeeld en niet in een daarvoor bestemd hoekje, noch met louter daarvoor bestemde spullen, maar een mens moet een vast verzamelpunt hebben voor het gerei en dat is dan toevallig deze plek in huis.
Gottegot, wat een toestand.
Tegen de muur vinden we dan het geweldige bloemenschilderij van Angeline van der Wal.
Vaak zit ik ‘s avonds zo in de schemering op de bank. Dan zie ik de kleuren van het schilderij veranderen met het uitdoven van het licht. Hoe donkerder het wordt, hoe lichter de witte bloemen oplichten, hoe meer diepte er ontstaat.
Ja, een mens heeft geen televisietoestel nodig, lieve mensen.
Een paar mooie kunstwerken in huis is genoeg.
Deel 1, de kunstkast: klik
Deel 2, het gele bankje: klik
Deel 3: het rode bankje: klik
