
Category Archives: Illustraties en ander werk
Over een jaar vind ik dit niet meer mooi
Soms bekijk ik mijn werk van bijvoorbeeld een jaar geleden.
Dan zie ik ineens zo duidelijk de verandering in mijn tekeningen.

Meestal vind ik mijn huidige werk het beste. Ik ben meer geoefend, dat zie je, geroutineerder, zelfverzekerder, meer schwung.
Dat vind ik ook wel eens jammer.
Dat die ontzettende twijfel en onzekerheid van de eerste jaren wat weg aan het ebben is. Een zichtbare zoektocht kan ook zo mooi zijn.
Maar dat is een ander verhaal. Daar kom ik nog wel eens op terug.

Soms overvalt me ineens de gedachte: over nog een jaar is mijn werk wéér anders. Beter misschien. Meer dit of meer dat.
Zo gaat dat namelijk.

En dan durf ik bijna mijn pen niet meer te pakken, want wat ik nu maak is toch minder dan wat ik over een jaar maak.
Dat is een tamelijk gekmakend idee.
Het idee dat je alles moet doorlopen om ergens te komen.
Ik móet het komende jaar heel veel (misschien mindere) tekeningen maken om uiteindelijk verbeterd te kunnen zijn.
Of veranderd, laat ik het zo maar noemen.
Over een jaar vind ik deze plantentekeningen niet meer mooi.
Maar vooruit, voor vandaag vind ik ze nog wel heel aardig.
Daar doen we het dan maar mee.

Een augurkenglas met fluitenkruid





Uit het vakantiedagboek (II)
Nou goed, ik zal het maar verklappen.
We waren in zuid Limburg.
Dat had iets te maken met dat de eh rem van onze kermiswagen kapot was en dat we van de meneer van de garage niet te ver mochten rijden.
Uche.
Het was niet echt iets vreselijk ernstigs hoor.
Alleen maar dat we steeds als we remden bijna een caravan in onze nek hadden, dat was al.
Niet dat u zich zorgen gaat maken of zo.

Och, we deden niet zo ontzettend veel, deze vakantie.
Ik vlocht eindeloos bloemenkransen, dat is mijn hobby.

Ik leerde de kinderen op een grasspriet fluiten.
Of nee, dat zeg ik verkeerd, ik floot op een grasspriet en zaagde over hoe leuk dat is en de kinderen keken me meewarig aan.
Zo ging dat.
(Excuses voor de soepige outfit. Ja, ik had ook vakantie hè.)

We gingen op zondagochtend naar de antiekmarkt in Tongeren.
Dat is wel heel aardig daar. Zo bijna Parijsachtig. Er was alleen veel spul dat niet zo heel erg mijn smaak is, dat was dan weer jammer.

We genoten verder vooral van het buiten zijn.
Dat kunnen wij goed.

En in de nachten hadden we ook zo onze bezigheden.

Al met al was het heel fijn.
Een fijne vakantie, dat was het.

Uit het vakantiedagboek (I)
We waren een weekje kamperen.
In een kersenboomgaard.
Echt waar.
Er waren daar ronddwarrelende bloesems bij iedere windvlaag.

(Er was daar ook ene met een smerige cameralens, maar vooruit, we doen net of we dat niet gezien hebben.)
Er was een ploensbadje, er was een strakblauwe lucht.

Er was geen wifi.
Dat had ik expres zo uitgezocht hè.
De eerste dag zonder internet knars ik mijn tanden kapot van miserie.
En daarna gaat dat beter met mij.
Ik hield een klein getekend dagboekje bij, de afgelopen dagen.
Ik zal er hier eens wat dingskes uit neerzetten.
Van dat we naar de groeve gingen bijvoorbeeld.



Mag u nu eens raden waar we waren.
Succes.

Octavie tekent haar huis (deel 10: de plattegrond)
En dan zijn we alweer bij deel 10 aangekomen van ons gezellige project.
Om u een beetje een beeld te geven van wat u nu allemaal gezien heeft in de vorige negen delen, heb ik een plattegrond gemaakt.
Dan kunt u dat rode bankje en het gele bankje en de kunstkast en zo wat beter plaatsen.
Tenzij u niks snapt van plattegronden. Die mensen heb je ook. Dan kan ik er ook niks aan doen.
Ik zit nu een beetje te twijfelen of ik de ongeordende plekjes ook nog zal gaan tekenen. Het troep-portaaltje en de bijkeuken bijvoorbeeld.
Daar is niks moois aan, zeg maar.
En dan de WC.
Ook zo’n toestand.
Maar ja.
Daar bedenk ik me nog eens over.
Vooralsnog ben ik erg trots op mij dat ik het al tien delen volhou.
Wat u.
Deel 1: de kunstkast: klik
Deel 2: het gele bankje: klik
Deel 3: het rode bankje: klik
Deel 4: de speelhoek: klik
Deel 5: de spiegelkast: klik
Deel 6: de boekenkast: klik
Deel 7: het aanrecht: klik
Deel 8: het keukenraam: klik
Deel 9: de voorkant: klik

Het doordrenkte wezen
Soms zit een idee voor een schilderij al heel lang in mijn…hoofd.
Nee, niet in het hoofd… Maar waar dan?
Het fladdert zo ongrijpbaar door het hele lijf, alsof het er altijd is maar het valt niet meer op.
Alsof het in de bloedbaan zit en zo getransporteerd wordt, het is onderdeel van jezelf, je weet nooit precies waar het zit maar het doordrenkt je wezen.

En dan ineens fladdert het voorbij je ogen.
Floep.
Dan kun je het vangen met je penseel.
Dan is het de tijd.

Het zijn soms maar een paar lijnen, dan ben je zelf verbaasd, heb ik hier nu zo lang op moeten wachten?
Zo eenvoudig, zo simpel.
Maar blijkbaar moest dat.
De grootste kunst is om dat wat je als vanzelfsprekend bent gaan beschouwen aan te wijzen en te verbeelden.

Sidderende stilte
‘Dus omaoma is dood.’
De Grote Dochter keek bedachtzaam.
Ik knikte.

‘Omaoma is dood en tante Liene krijgt een baby, zo gaat het in een rondje,’ merkte ze rustig op.
Vervolgens smeerde ze een boterham met kaas en trok haar schoenen aan om naar school te aan.
Zo gaat dat.

Ik probeer te denken aan het moment dat oma gisteravond overleed, ik was er niet bij.
In mijn hoofd stel ik me voor dat er een ontzettende grote gebeurtenis plaatsvond, een drukte van belang, een verandering van de lucht, een zoemende siddering.
In werkelijkheid gebeurde er natuurlijk juist niks. Het ultieme niks.
Niks dat je kan zien in ieder geval.
Een laatste ademzucht. En toen stilte.
Misschien een tocht langs de gordijnen.
Vreemd.

Lente in de sneeuwstorm
Er was een dag, afgelopen winter, ergens in februari denk ik, dat ik ‘s ochtends in de meest vreselijke sneeuwstorm terugploeterde van school naar huis.
Het waaide, en hier en daar schoof zo’n lekker ladinkje verse sneeuw over de rand van mijn lelijke snowboots.
En toen was er ook nog een storing bij de spoorwegovergang. Stond ik daar. In de sneeuwduinen. Te bevriezen. Met de sneeuw tot in de onderboks.
Eenmaal thuis ontdooide ik maar moeizaam.
Ik zette mij achter mijn tekentafel en bekeek eens wat mijn werk voor die dag was.
Ah ja.
De lente-tuinspecial voor Libelle 17. Ergens ver weg in april. Als de zon weer zou schijnen.
Een zonneborder tekenen. En een lente-achtige tuincolumn schrijven.
Fluitende vogeltjes en bloesem en moestuindingesen.
Ja, dat zijn zo wel de momenten in het leven van een illustrator dat je je jaarlijkse quotum flexibiliteit er in één ochtendje doorheen jast.
Maar vooruit, het is allemaal goedgekomen.
De productie bestaat in totaal uit 10 pagina’s maar ik kan natuurlijk niet alles hier laten zien.
De Libelle ligt nu in de winkel.
Credits:
productie: Desirée Schoonen, tekst artikel: Loes Langendijk, tekst column: Octavie Wolters, fotografie: Sanne Tulp, illustraties: Octavie wolters, styling: Ilona Jongepier, haar en make-up: Fabienne Jansen.
Vandaag brand ik een kaarsje




