Ojongojongojong! Ik héb me toch iets leuks voor u!
Ik was al jaren op zoek naar Romeinse schoentjes, jawel, ik realiseer me dat u dat u mij nu een beetje een gekkie vindt, maar ach, daar ben ik aan gewend, reedsch!
Romeinse schoentjes dus, voor de kindjes, dat leek me nou echt geweldig, in de zomer, met van die blote, gebruinde pootjes erin, en dan lekker aarden en zo.
Dat laatste was natuurlijk een grapje.
Of nou ja, een beetje dan.
Manman, waar gaat dit logje heen.
Een totaal chaotisch drama.
Goed. Ik vond geen Romeinse schoentjes, maar wel een handleiding om ze zelf te maken.
En dat was natuurlijk nog beter. Want ik zeg altijd maar zo, iets dat zelfgemaakt is, is eh… nou ja, zelfgemaakt dus.
Ik had alleen geen echt mooi leder in huis, dat was dan wel jammer, maar toen dacht ik, ik heb nog van dat leer van waar we de keukenstoelen mee hebben laten bekleden, ik ga eens gewoon een prototype maken. Eens kijken of dat wat wordt. En dat werd het. En ik was zo lekker aan het schoenlapperen dat ik meteen voor beide dochters een stel heb gemaakt.
Dus nu heb ik twee kinderen die matchen met de keukenstoelen.
En ze willen ze niet meer uitdoen.
Het volgende paar maak ik in echt mooi leer, voor mezelf.
En die ga ik dus echt dragen hè, deze zomer.
U gelooft dat niet, maar toch is het zo.

(Ik heb de schoentjes gemaakt naar het patroon van www.earthandliving.blogspot.com, maar de tutorial was niet altijd even helder dus ik heb hem zelf met tekeningen verduidelijkt.)
Monthly Archives: March 2012
Woensdag
Dinsdag
Dit is geen tekencursus
Les 1
Ik wil u graag wat vertellen.
Over tekenen.
Nee, geen cursus, nee. Natuurlijk niet, gekkie. Wie ben ik om u te vertellen hoe het moet?
Ik knoei zelf ook maar wat aan. In al mijn wanorde en chaos en dingen en toestanden.
Het is dan ook een soort van eh Ditisgeentekencursus.
Het gaat niet over hoe u iets moet tekenen. Of over technieken. Hoe u die lijn het mooiste krijgt. Ik leer u geen trucjes om een popje te tekenen. Of hoe het hoort.
Dat kan ik namelijk niet.
Ik weet niet hoe het hoort. Ik weet niet hoe die lijn het mooiste wordt. Ik kan wel popjes tekenen maar wie zegt dat dat de goede popjes zijn?
Ik weet alleen wat ik de afgelopen jaren heb geleerd.
En dat is dat tekenen geen tekenen is. Als ik teken voel ik geen pen en zie ik geen papier.
Aan tekenen gaat iets vooraf, iets dat je hoofd kan optillen en weg kan laten zweven.
Het is vrijheid, het is je diepste ik, het is moed en het is toelaten.
Het is een sprankje zien en het grijpen.
Het is vertrouwen.
Zo. En nu klaar met die zever, allemaal de monden dicht en op je plaats zitten, kauwgum uit de mond, alsteblieft.
We beginnen met een goede voorbereiding. Een goede voorbereiding is het halve werk, zeg ik altijd maar.
Jawel.

(Penselentasje door Wolenzoo.nl)
Zo kiezen wij zorgvuldig onze materialen uit, bejegenen dit alles met respect en zorgen dat ons werkvlak keurig proper is.
Het ganse huis kan een ontplofte varkensschuur zijn, de werktafel is geschrobd.
Wij willen geen vetvlekken van de patatten van de vorige avond op ons tekenvel.
Als je bewust en nauwkeurig je spullen uitkiest, neem je zorg voor wat je gaat maken. En voor jezelf.

(Lyrapotloden van Juffrouwpollewop.nl)
Welk materiaal je kiest is afhankelijk van wat je zoekt. Ik teken altijd met een tekenpennetje of een kroontjespen omdat ik hou van het onvoorspelbare, ruwe, het idee dat de tekening zich een eigen weg baant zonder dat ik alles te zeggen heb. Als ik teken geef ik graag de controle uit handen, zeg maar. Op andere vlakken niet hoor, weest u maar niet ongerust.

Zo, de voorbereidingen zijn in volle gang.
Denkt u er gerust even over na. Zet maar vast wat klaar, poets uw keukentafel duchtig met bleek, veeg de stof van dat schilderdoek van de Action.
De volgende les gaan we aan de slag.
Les 2
Ah, ik zie dat u allemaal netjes klaar zit met uw tekenspullen.
Wat heerlijk, zulke ijverige studenten!
We gaan meteen beginnen.
Als we nu gaan tekenen hebben we twee mogelijkheden.
1. We tekenen uit het hoofd
2. We tekenen na
We gaan vandaag natekenen. Als je namelijk maar heel vaak iets natekent, kun je het uiteindelijk uit je hoofd. Dat geldt niet voor alles hoor. Ik heb namelijk al wel duizend roodborsten getekend en die kan ik nog altijd niet uit mijn hoofd. Daar zit zoiets typisch aan, ik moet altijd nog even een roodborstplaatje opzoeken en weer even goed studeren eer ik die kan tekenen, anders kan het zomaar een duif worden.
Hoe dan ook.
Bij mij werkt het over het algemeen zo dat als ik iets vaak na heb getekend, ik de zekerheid ga voelen dat ik het in de vingers heb en dat ik dan de vrijheid krijg om er mijn ziel in te leggen. Dan kan ik van een dier een karaktertje maken, of een voorwerp een gevoel geven.
Ik heb een beetje een haat-liefde-verhouding met natekenen. Enerzijds vind ik het maar een beetje dom fabriekswerk. Er zit geen creativiteit aan, je maakt iets na en ik heb een hekel aan iets namaken. Anderzijds is het ook weer een vorm van studie, je leert iets, moet soms goed kijken hoe iets zit, het is de basis van iets nieuws. En iets nieuws is altijd fijn.
Ojongojong, zit ik nu toch te zemelen? Pakt uw pen, we vangen aan!
1. Zoek een voorwerp dat u na wil tekenen. Een klosje garen is bijvoorbeeld een goed idee, of een wasknijper. Of iets met een dessin, zoals sierlint, dan tekent u het dessin na. Leg het voorwerp plat neer.

2. Doe even uw ogen dicht, en zet uw hoofd uit. Vanaf nu bent u een teken-robot. U tekent alles wat u ziet en niks dat er niet is. Dus in uw hoofd weet u wel dat er een achterkant en een perspectief en dingen en toestanden zijn, maar u mag alleen maar tekenen wat u ziet, volg exact de lijnen. En nee, snotmiljaar, niet zelf denken! Het voorwerp is de baas, u mag alleen maar precies natekenen! Goed zo.
3. Nee, u mag niet even opstaan om een glaasje water te drinken, teken maar door, het is zo klaar.
4. Bij iedere tekening die u maakt komt een moment dat u denkt: dit wordt niks. Dan wilt u het ding verscheuren en doorkrassen en lelijke dingen roepen. Als dat moment er is, stopt u even, kijkt u even de andere kant op en gaat dan gewoon door. De tekening is een zielig ondervoed hondje, geef hem heel veel liefde en aandacht en eten en hij zal een mooi en groot en sterk beest worden. Echt waar, gelooft u mij nou maar. Hoe erger het crisismoment, hoe mooier het eindresultaat.

5. Ojee, u heeft wat geknoeid en een lijntje duidelijk verkeerd gezet, wat nu? Nee, we kunnen niet opnieuw beginnen, al het papier van de wereld is op. En gummen daar beginnen we natuurlijk niet aan, want ik ben principieel tegen gummen. Bah. Gummen. Getverdemme. Weet u wat ik denk? Dat foutje heeft u niet voor niks gemaakt. Dat foutje, daar moet u iets van leren. Dat foutje, daar kunt u iets anders van maken, uw tekening vroeg om een creatieve wending, máák er maar wat van. U kunt dat wel.
6. Zo. Kijk eens aan. U bent klaar, geweldig!
7. Prijs uzelf om wat u heeft gemaakt. U heeft namelijk iets geweldigs gedaan: u heeft van niets iets gemaakt. U heeft iets toegevoegd aan deze wereld. Ja maar nee maar echt.

De volgende les gaan we uit ons hoofd tekenen.
Dat wordt nog leuker, dan gaan we namelijk helemaal uit onze bol.
Les 3
De vorige les hebben we nagetekend. Dat was leuk hè. Ja.
Dan gaan we nu over naar mijn favoriete onderdeel van de tekenarij: het uit-het-hoofd-tekenen.
Ik zal u het verschil laten zien tussen een na-tekening en een uit het hoofd-tekening.

Ziet u het? Bij de nagetekende vogel zie je wel zo’n beetje wat voor soort een vogel het is (hm, voor de zekerheid zeg ik het er maar bij. Een roodborst dus. Ja. Nee, geen merel. Nee, een spreeuw ook niet.), de verhoudingen kloppen, de pootjes staan zoals ze horen te staan en nou ja, ik zal niet zeggen dat hij zo in een vogelgids kan, maar het líjkt ergens op.
De uit het hoofd getekende vogel lijkt nergens op. Nee, laten we eerlijk zijn. Je ziet dat het een vogel is, maar daar houdt het ook wel bij op.

Ik kon pas van mijn uit het hoofd getekende vogels houden toen ik wist dat ik échte vogels kon tekenen. Nu teken ik zelden nog echte vogels. De vogels uit mijn hoofd, daar zit een beetje mij in. In al hun niet-lijken, hun imperfectie en hun gekkigheid.
Bij tekenen uit het hoofd draait alles om vertrouwen. Vertrouwen in jezelf, in dat je het kan, dat je werk goed is zoals het is.
Als je tekent uit je hoofd ben je op de eenzaamste plek. Je maakt iets wat nog nooit gemaakt is, je kunt het nergens aan spiegelen of ijken. Je kunt het niet vergelijken. Je bent vogelvrij. Het is het allerheerlijkste en het allerakeligste tegelijk. Het enige waarop je kan vertrouwen is je eigen moed.

1. Ga zitten met je tekenspullen. Doe je ogen dicht. Ja, nee, dat klinkt nu wat zweverig en zo, maar toch doen we het.
2. Zeg tegen iedereen in je hoofd die een mening heeft over wat je gaat maken dat ze hun mond moeten houden.
3. Laat alles los, keer jezelf binnenstebuiten (dat is even een beetje eng, ik weet dat, maar ook wel weer lekker. Zoiets als de eerste keer naar de sauna, eerst denk je: nououou, dat gaan we dus mooi niet doen, maar uiteindelijk doe je het natuurlijk wel en dan is het heel bevrijdend), alles mag, alles, jij bent de kunstenaar.
4. Lijkt het nergens op? Nou, dat komt mooi uit, je tekent namelijk uit je hoofd, het hóeft nergens op te lijken. Sterker nog: het is hier zelfs verboden om ergens op te lijken! Als we wilden dat het ergens op zou lijken waren we wel op een cursus Realistisch Schilderen gegaan hè.
5. Teken tot je voelt dat het goed is. Geef je over aan de stroming. Doe alles waar je zin in hebt. Wil je met je vingers in de verf? Nou, eh, lekker artistiek! Wil je je inkpotje omkiepen op het papier? Hatsekidee, postmoderne dinges!
6. Je bent klaar.
7. Zeg tegen de wereld: dit is mijn werk, jullie doen het er maar mee, dit is wat ik doe, dit is wat ik kan, wen er maar aan.
8. Hang je kunstwerk op. Kijk ernaar. Je zult er altijd van houden want dit heb je gemaakt vanuit je binnenste ik. En in je binnenste ik zit alleen maar schoonheid.

Ach, kijk, u bent er nog.
Dat is al een felicitatie waard, dat u het tot het einde van les 3 hebt gered.
In les 4 ronden we het geheel af.
Hee, misschien ga ik u wel leren striptekenen, weet u veel!

Les 4
Daar zijn we dan, les 4. Dit is de laatste les, me dunkt, het is wel mooi geweest zo.
Ik wilde u met deze Dit is geen tekencursus geven wat ik de afgelopen jaren heb geleerd.
Ik hoop dat er, al is het maar klein, een vonkje is overgeslagen. Dat ik ergens bij iemand een kaarsje heb aangestoken.

Tekenen is geen tekenen. Tekenen is moed vinden om bij jezelf naar binnen te gaan. Om de wereld jezelf te laten zien. Iedereen kan tekenen. Tekenen is jezelf vergeven als je een fout maakt, tekenen is doorgaan als het niet lukt, tekenen is niks weggummen maar de kans zien om van een verkeerd lijntje kunst te maken. Tekenen is jezelf toestaan bijzonder te zijn.

Het gaat niet om technieken, om kunde of om wetenschap. De grootste kunst van tekenen, of wat dan ook, fotograferen, pottenbakken of merklappen borduren, zit niet in of u het boekje of uw meester volgt. De grootste kunst zit in jezelf toestaan iets te maken wat misschien wel niemand mooi vindt.

Als je maakt wat uit je hart komt, dan zul je het omarmen.
En als jij het omarmt, omarmt de wereld het.

Dit was geen tekencursus.
Dit was alles behalve een tekencursus.

Zondag
Zaterdag
Vrijdagavond laat deed ik de hoge poorten van De Kabouterfabriek met een grote zwaai dicht. De grote gouden sleutel stak ik in het slot en draaide hem rond. Het slot knarste, ik zuchtte zachtjes.
Weekend.

En toen was het zaterdag.
We zaaiden wat, we pootten wat, we fietsten even naar de manege waar De Grote Dochter rijdt, daar waren net lammetjes geboren.

‘Ik geloof toch niet dat onze Dochter zo’n echte penny is,’ peinsde Man na haar eerste paardrijles, een poos geleden.
‘Ze is toch wat nuchterder dan veel van die paardenmeisjes op de manege.’
Deze week vond ik haar, aan de keukentafel, haar spaarpot omgekiept, ze zat geld te tellen.
‘Wat doe je?’ vroeg ik.
‘Ik wil een paardenposter kopen, voor op mijn kamer. De allergrootste die er is, zodat ik er iedere avond goed naar kan kijken,’ verklaarde de niet-zo’n-echte penny.
Daar gaat mijn zorgvuldig gedesignde kinderkamer. Met muurschildering. En perfect op elkaar afgestemde accessoires.
Alles overdekt met een poster van een galopperende, glim-Black Beauty met wapperende manen.
Ik weet niet of ik daar nog overheen ga komen.




Ach ja.
Wat een heerlijkheid, hè, die foto’s.
En dat was nog alleen de zaterdag.
Van vandaag heb ik zowat nog mooiere foto’s.
Maar die komen later.
Portfolio
Wat leuk dat je mijn illustraties komt bekijken.
Ik teken en tekende in opdracht van diverse opdrachtgevers: Libelle, Uitgeverij Springer Media, Postul-Art, De Kleine Tovenaar, CIZ, BDO-Nederland en nog veel meer.
Ik teken (autobiografische) strips, cartoontjes, illustraties voor kinderboeken, ik maak aquarellen, collages en gemengde fotocollages. Oost Indische inkt en mijn kroontjespen zijn stabiele factoren in mijn werk, ik hou van het ruwe, onvoorspelbare karakter van het ijzer op papier, alsof de tekening zichzelf maakt. Ik hou van het ambachtelijke tekenwerk, van de geur van verf, van inkt en van oude technieken.
Meer werk is te zien op www.dekabouterfabriek.nl.
Naast tekenwerk schrijf ik ook columns, liefst in combinatie met illustraties.
Wil je weten wat ik voor jou kan betekenen, mail me dan op octaviemailt@octaview.nl.
Lente in de hof
Wij waren in de wei vanmorgen.
De grote boom heeft katjes. Witwollen vlokjes in de kleuren van ijswinter.
Maar de geur en het geluid verraden voorzichtige lente.
U zou eens moeten horen wat voor een gezoem er uit die boom komt. Daar zitten een miljoen bijen in. Ze komen natuurlijk uit de bijenkasten van De Warrige Imker, iets verderop. Een houten schuurtje heeft hij, met een stuk of wat kasten. Op de punt van het dak hangt een mooie geschilderde bij, zoals zich dat hoort.
Later, later, als ik eens een keer de rust heb, dan ga ik ook bijen houden, net als mijn vader vroeger deed.


Truitje komt eens kijken wat ik aan het doen ben.
Kijk die wol, zo ruw, zo vast.
Dat grijsbruinbeigezwart.
Ik vind dat zo mooi.


De krokussen strekken de armen uit en omarmen het licht.
Het ziet er een beetje kwetsbaar uit, die open armen, een beetje gretig ook.
Het lijkt wel of ik er wat treurig van word, maar ik begrijp niet goed waarom.

Het Kleine Meisje vond een lieveheersbeest.
Het had een donker vlekje op zijn schild, geen stipje maar alsof het wat beschadigd was.
Misschien door de kou van vannacht.




Een flardje lente in de hof.
Het weblog was dood, leve het weblog
Daar ben ik dan weer.
‘Ik geloof niet dat ik ooit eerder zo lang niet heb gelogd,’ snotterde ik vorige week tegen Man.
Dat was nadat ik met hysterische uithalen had gebruld dat ik mijn lohohogje zo mihihihiste en al mijn mascara in zijn nette hemd had gehuild.
Mijn site was gehackt. Of, nou ja, technisch heette het niet gehackt, maar iets anders ingewikkelds, maar het kwam erop neer dat iemand mijn dinges voor zijn dinges had gebruikt.
Hele toestand.
Niks meer aan te doen.
Morsdood en niet meer tot leven te wekken.
Hoe dan ook, ik moetste me een paar dagen door, knarsetandde over het feit dat ik juist in deze week nondedomme met mijn dikke hoofd in drie kranten verscheen en ging dieptreurig en vooral zeer logloos naar het Blogbal.
Heel dramatisch allemaal.
Nou, en toen hadden we dat allemaal gehad en kon ik weer door.
Met een funkelnagelneue site, nog niet gans af, maar het begint erop te lijken.
Ik moet het archief nog zo ongeveer helemaal overhalen, maar tot die tijd kunt u nog even op mijn oude log terecht, het archief doet het nog, let u vooral niet op de rommel.
En wat ik dan allemaal in die ontzettende leegte van het logloze bestaan deed?
Wel.
Palmpasenstokken maken, klommelen met Het Kleine Meisje, foto’s maken.
Ook heel gezellig hoor.
Een sprookje
In de bossen waar de boomwortels groeien in de grond van mijn familie, daar loopt een geheim paadje.
Een klein, smal paadje, van donkere bosgrond, door het dichte struikgewas.
Je moet weten dat dat paadje er is, anders zul je het nooit vinden.
Aan het einde van het geheime paadje zit een geheime poort.
Een zware, ijzeren klap-poort, die je met al je gewicht open moet trekken.
Als je eenmaal door die poort bent, dan ben je in het aller-allermooiste stukje Limburg dat er is.
Een open plek in het bos, aan een klein, kronkelend riviertje met kraakhelder water en kiezels op de bodem.
De oevers zijn soms hoog en afgekalfd, en dan weer laag en ondiep.
Aan de ene oever groeien weelderige, hoge varens en donkere, oneindige bomen, aan de andere oever bloeit een overdaad aan kleurrijke bloemen.
Er zijn maar weinig mensen die weet hebben van dit wonderschone plekje, dat bewaakt wordt door twee traag kauwende, schonkige paarden.
En die mensen die er wel van weten, hebben elkaar de eed van geheimhouding gezworen.


















































































