Happy hour

De bel ging. Ik deed de voordeur open.
Dit is wat ik zag.

‘Hij is fantastisch,’ stamelde ik.
De Kunstenares Met De Krullen zette het doek op de grond. Ik keek er zwijgend naar.
‘Ik huil,’ zei ik tot mijn eigen verbazing.
Uit een ooghoek rolde een traan op mijn wang.

Ik kreeg hem cadeau, het schilderij.
Mooi is een te klein woord.
Samen hingen we hem op.
Hier?

Of hier?
Ik ben er nog niet uit.

Ik reikte voorover om de draad over de ophanghaak te laten zaken.
Ik deed mijn ogen dicht. Ineens was ik weer terug in mijn kindertijd, bij mijn vader in de werkkamer. Linnen, olieverf op een palet, een houten kistje vol tubes.
‘Hij ruikt naar vroeger,’ zei ik.

De Kunstenares Met De Krullen is Angeline van der Wal.
Haar atelier is op werkdagen geopend van 09.00 tot 12.00 uur. Ze geeft workshops en exposeert.
Op haar website kunt u haar bloemenschilderijen bekijken en kopen.

De romantiek van het woord Staketsel

Nondeju, wat een hits.
Ik loop maar wat te blazen en te klagen en me gammel te voelen en ik wil vanalles doen maar dan komt er ineens zweet uit mijn poriën en jong, als ik ergens toch een hekel aan heb is het als mijn lijf vaneigens dingen gaat uitstoten zonder daarin eerst mij te consulteren.
Er wordt hier niet gezweet zonder dat ik daarvoor in drievoud toestemming heb gegeven ja!
Man man.
Ik krijg niks gedaan met dit weer.
Ik zeg altijd maar zo: warm weer is voor luie mensen.
Ja ja, nu kunt u weer gaan knoteren op mij en mijn ongenuanceerdheid maar ik geloof dat toch.
Hoe dan ook. De mens en ik gingen de bos in. Op. In. Om te vieren dat we het al twaalf jaar met elkaar uithouden zonder ons de kopjes in te timmeren. Ik zeg het u: dat is waarlijk een prestatie in deze tijden. Ik had me voor de feestelijke gelegenheid een fleurige boks erbij aangedaan en Man droeg natuurlijk zijn feeststreepjespolo. De streepjespolo van Man is de stabiele factor in onze relatie. De streepjespolo en het gebruik van het woord Staketsel. U moet weten dat Staketsel ons woord is. Sommige mensen hebben een liedje, maar wij houden niet van liedjes (nee. Nee, echt niet. Nee, dat liedje ook niet. Nee, heus, geloof mij nu maar, wij houden niet van liedjes in welke vorm dan ook. En ook niet van zangers of bands nee en ook niet van liedjesfestivals of radiozenders of dingen) en daarom hebben we een woord. U zult er van versteld staan hoe vaak op een dag je het woord Staketsel kunt gebruiken. Probeert u het gerust eens uit. Maar daarna moet u er wel mee stoppen want Staketsel is tenslotte wel ons woord en dat willen we natuurlijk graag zo houden, niet waar.
We liepen zo een stukske, we rustten wat uit op een bruggetje met onze benen omlaag bungelend, we gaven elkander kussen aan de waterkant.
En we mijmerden natuurlijk over staketsels.
Och jong. Ja, voor de ware romantiek moet u bij ons zijn ja.

Kijk! Wat een hoop staketsels daar!

Dit staketsel mocht met ons mee, de overige staketsels bleven eens ‘ne keer aanthuis.

Met de staketsels boven het water bungelen.

Kijk, ik zit daar tussen een staketsel gewurmd! Ja! Snotdorie nog aan toe!

De eeuwige Pinkstertranen

Het allereerste officiële Pinksterfeest van Het Kleine Meisje was het vandaag.
Sinds een paar weekjes gaat de kleine poelepetat immers ook naar schooltje.
Het kleine peuterschooltje in het mooie houten gebouwtje waar gras uit het dak groeit.
Nou, u begrijpt wel, ik plengde heden ochtend al wat emotionele tranen alvorens ik mijn ontbijtboterham nog maar achter de kiezen had zeg maar.
Ik had gisterenavond twee witte pinksterkleedjes klaargelegd en ik had al uitgelegd over de duifjes en de dansen om de meiboom.
Het Kleine Meisje had aandachtig geluisterd en enthousiast geknikt bij het verhaal over het bloemenkransje voor in haar haren.
Maar goed. Toen vanochtend het puntje bij het pinksterpaaltje kwam vond ze alles maar een toestand.
Daar zat ze maar een beetje te paaspijpen bij omaatje op schoot en wat te siepogen en pruilmondjes te trekken.
‘Wat lijkt ze toch op jou,’ grijnsde De Boogschutter, ‘net zo verlegen hè.’
De Boogschutter is de mens van De Viltster moet u weten. En daar in het Huisje Met De blauwe Luiken hebben ze zo wat patent op dezelfde humor.
Hoe dan ook, het gepaaspijp was toch snel over en toen was ons pruiltje alweer danig de beest aan het uithangen met De Kleine Witte Jongen en wat van hun peuterklaskornuiten.
De Grote Dochter zong een prachtig oud lied en nog een paar en ik voelde zo wat trillen van binnen.
Ach ach.
Eén groot jankfeest, dat hele Pinksteren.

Dagelijks logje: donderdag



(Foto 1: na een drukke ochtend met veel laatstemomentklusjes in De Kabouterfabriek deden we vanmiddag een siësta. Daarna luierden we met een tobbe met wat water, de hangmat en een grote kan water binnen handbereik.
Foto 2: ojongojongojong! Wij krijgen veel bramelte dit jaar! Kijk dat bloeien!
Foto 3: De Grote Dochter tekende nog even wat, zo tegen de avond, toen het iets koeler werd. Ze tekent nooit met potlood of stift eigenlijk, maar het liefst met Stockmar-krijtjes, van bijenwas. De kleuren zijn zo intens, prachtig! Onder andere verkrijgbaar bij de gezellige webwinkel Groenishetgras.nl)

Dagelijks logje: dinsdag




(Foto 1: ik spoel de wol op van Zökske, het water dat eruit komt is inmiddels helder. De strootjes gaan er straks wel uit met kaarden, voor nu moet alles drogen in de zon.
Foto 2: op dinsdag werk ik niet dus ik drink een kopje thee met citroenmelisse uit de tuin, samen met Het Kleine Meisje.
Foto 3: de dame wenst een peperkoekje in het kabouterhuisje. Het vest en de winterschoenen moeten aanblijven, stel je eens voor dat ze het koud krijgt, het is immers maar 25 graden. Vestje is van Kik Kid, jurkje van Petit Louie.)

Dagelijks logje: vrijdag




(Foto 1: er kwamen wat bewoners uit Het Huisje Met De Blauwe luiken aanwaaien. De Viltster en ik legden de laatste hand aan de fotografie voor het nieuwe Kabouterpostpakket. Tussendoor maakten de kindjes brandnetelsoep met Man. En als toetje allemaal ‘nen appel.
Foto 2: troep op mijn bureau. En een Libelle Nieuwscafékrant met mijn stripje. Op 4 juni is er weer een live Nieuwscafé bij Dudok in Den Haag.
Foto 3: als mijn tekenwerk even niet zo lekker loopt, als mijn blik wat troebel is, dan neem ik De jaarfeesten van Bock erbij. Ik vermoed dat Bock een beelddenker was, zijn beschrijvingen komen rechtstreeks en als een film mijn hoofd binnen. Christendom verweven met de natuur en de seizoenen, en hoe de mens daarin reageert en handelt. Daar klaar ik van op.)

Hemelse betovering

Als je dit ziet.
Dan geloof je.
Niet per se in een God, met welke naam dan ook.

Of in kabouters.

Of magie.

Als je dit ziet, dan geloof je.
Gewoon. Geloven.

In de kracht van de natuur.

En de kracht in jezelf.

In het moment.

In dat alles schoonheid is.

Alles.

Alles is mooi.

Alles is goed.

Dit is het.

Dit is alles.

En ondertussen

En ondertussen moest ons Truitje ook nog even uit haar vachtje verwijderd worden.


De zwarte wol van Trui hangt uit over de rekstok van de meisjes. Daar heb ik een plan mee. De wol van Zökske gaat in de tobbe.
‘Helpen jullie mee de wol wassen?’ vraag ik De Grote Dochter en Vriendinnetje J.
Dat willen ze wel.

Ik sleep gieters lauw water aan, de meisjes pulken de allerergste viezigheden al uit de wol.
Het water is zo zwart dat je er een pollepel in rechtop kan zetten.
Gelukkig zijn Dochters vriendinnen niet al te stads aangelegd.
Stel je eens voor, dalijk krijg ik zo’n wicht met een hond in een tasje over de vloer.
Nee, dat zal toch wel niet.
Of met glitterschoentjes met hakjes.
Nee.


Hoe dan ook.
Het einde van het liedje was dat de wol al aardig proper begon te worden en ik opgezadeld zat met drie vettige kinderen.
En nu maar hopen dat ze er niks van oplopen.