‘Kom, we gaan een stuk fietsen, zei ik tegen De Grote Dochter.
We pompten de banden van haar oude fiets in de schuur bij opa en oma op, bliezen het stof van het zadel en vertrokken.
Naar de kerk, de statige kerk aan het riviertje, en dan achterlangs, langs het stille klooster.
De beukenhaag van de kloostertuin was doorschijnend geworden, al het dorre blad was weggewaaid maar de nieuwe blaadjes waren nog niet gekomen.
In de bocht stonden we even stil, ik tuurde door de haag. ‘Kijk,’ wees ik Dochter. ‘Kijk, daar loopt een begijn door de tuin.’
En ja, als je goed keek, zag je door de kronkelende beukentakken een fragiel nonnetje met een witte kap.
Dochter keek tot het witte kapje achter jong groen verdwenen was. Toen sloot ze haar ogen.’Ruik, ik ruik de lente,’ zei ze. ‘De pinksterbloemen en de boterbloemen. En luister, de bijen en de vogels en de rivier.’
We staken over, het zandpad in, naar het varkensdijkje.
‘Hier kwam ik vroeger heel vaak,’ wees ik.
Vroeger moest je over de sloot springen om op het dijkje te komen, nu was er een aarden walletje gestort.
Bij het varkensdijkje moet je maar gokken of je erdoor kan, als het veel geregend heeft loopt alles onder, dan neemt het moeras de mensenpaden over. Dan breidt het zich uit als een reus die zich lomp en geeuwend uitrekt.
We fietsten weer verder. Ik probeerde het moeras te fotograferen maar het lukte niet.
De diepdonkere oneindige warboel van bomen en planten, vol boomwortels en zompwater liet zich maar moeizaam vastleggen.
Misschien probeerde ik een gevoel op een plaatje te krijgen en was ik telkens teleurgesteld als ik het niet terug zag.
Een gevoel van oer en altijd, van iets, ja, bijna geestelijks.
Soms is het niet gek dat op bepaalde plekken kerken staan.
Langs het water fietsten we terug, langs het witte kasteeltje, voorbij de bronnen in de diepte.
‘Ik voel me zo sterk en zo helder,’ zei Dochter, toen we de fiets weer terug in het schuurtje zetten.
‘Ik ook,’ zei ik.





Hé, daar waren wij ook eens met jou en je grote dochter!
Ja, klopt! Het blijft een bijzonder plek, en zeker nu in de lente, met al die wakker wordende natuur.
Mooi! Mooi verwoord ook. Helder en sterk dat wil iedereen zich wel voelen.
Wat een leuk poncho geval heeft dochter aan! Ook van eigen hand?
Genoten (zoals van elk stukje, maar vooral van dit stukje)!
Wat kan jouw dochter al knap haar gevoel onder woorden brengen. Heel bijzonder.
Mooi log. En ja, die kerkjes en kapellen staan vaak op breuklijnen in de aarde, dit is ook zo’n breuklijn, dat zie je aan het rode water.
Hee, ja dat klopt precies. Hier loopt ook een breuklijn. Hoe weet je dat?
Veel gelezen, samen wonen met een man die veel weet van breuklijnen, wijst etc. Veel kappelletjes aan Willibrodus gewijd, rood water stond symbool voor het bloed van Christus.
Willibrordus dus, r vergeten.
Ja, wijst ja, ik las het. Misschien is het de breuk wel, die je voelt op deze plek.
Let ook maar eens op de grote kloosters, Vlodrop, Achel, Postel etc. Staan allemaal op breuklijnen, zo waren ze altijd verzekerd van water.
Ah wat mooi….. en ik krijg er bijna heimwee van (ben opgegroeid in Zuid-Limburg)….
Wat heeft dochterlief trouwens een prachtige poncho, wauw!
Mooi!! Sommige beelden zijn niet vast te leggen… Ze zitten wel in je hoofd (misschien wel mooier dan de werkelijkheid, maar volgens werken herinneringen zo.)