Vijftig tinten literatuur

‘Maaaaaar, Octavie, dat kun je toch niet meeeeenen, je bent Neerlandicus, in hemelsnaam!’
Man rolde met zijn ogen en hief zijn armen ten hemel.
Ik keek verstoord op van mijn boek.
Jawel.
Deel één van de Vijftig Tinten-trilogie.
De Kleine Tovenaar had me de stapel met een knipoog in de handen gedrukt en aarzelend was ik begonnen. En ja, ik moest me even over de vreselijke slechte zinsopbouw en grammatica en woordkeuze en stijl en innerlijke godinnen en toestanden en nouja, vreselijk slechte álles, heen zetten, ja, dat wel.
Maar hee, kom op vrouwen, u heeft het ook allemaal gelezen, die hele grammatica interesseert je na drie hoofdstukken en wat zweepjes echt geen bietje meer, laten we eerlijk zijn. Na drie hoofdstukken wil je gewoon Christian Grey snikkend in je armen nemen, hem door zijn koperkleurige haren woelen en eh…ja.
Uche.
Dinges.
Hele eh literaire dingen doen.
‘Je zou je doctorandustitel moeten inleveren, dit is een literatuurwetenschapper onwaardig,’ mopperde Man.
Hij schudde afkeurend zijn hoofd.
Ik stopte even met lezen.
Mijn innerlijke godin werd wakker en tikte tegen haar cocktailglas.
Ik grijnsde en sloeg mijn boek met een veelbelovende klap dicht.
Ach ja.
De overige delen van de trilogie las ik overigens zonder enig gemekker van Man’s kant uit.