Geen stress en een voorproefje

‘Ik snap er niks van, ik ben heel rustig,’ zei ik.
‘Ja, ik ook, er klopt iets niet,’ antwoordde De Viltster.
Morgen begint de kinderboekenweek en voorgaande jaren rond dit tijdstip kon je me wel zo’n beetje wegdragen van alle stress en miserie.
‘We hebben het gewoon allemaal heel goed onder controle dit jaar,’ zei ik, d’n optimist.
‘Ja, dat moet het zijn,’ knikte De Viltster overtuigend.
En we pakten heel gemoedelijk nog wat kabouterpostpakketten in, deden op ons gemak zo wat laatste knutselinkopen voor de workshops, stopten alle geheime zakjes in een grote rieten mand, maakten het kabouterfabriek-spandoek in orde en dronken in alle rust een kopje thee.
‘En toch heb ik het gevoel dat er iets niet klopt,’ zei ik licht aarzelend.
‘Ja, het kan niet, we móeten iets vergeten zijn,’ opperde De Viltster, met opkomende paniek in de stem.
We zaten zo nog een korte poos peinzend aan de tafel. Ik trommelde met mijn vingers, De Viltster roerde de bodem bijkans uit haar kopje.
Nee. We konden toch echt niks bedenken.
We raakten er feitelijk een beetje van in de stress en miserie, van al die rust.
Maar goed.
Zult u zien dat we morgen het meest essentiële ding van die ganse kabouterfabriekworkshop in Het Huisje Met De Blauwe Luiken hebben laten liggen.
Hebben we dehemelzijgeprezen iets om ons druk over te maken.

Ach, kiek eens, wat ik fijn aan het werk ben, seg! Met mijn sjaaltje op mijn rug gedrapeerd.
Belachelijk.

En die brave peperkoekskes van ons, die spelen toch zo lief.

Slinkende voorraad. Zo zien wij dat graag.

En…alvast een stiekem klein voorproefje van ons DK-textiel.
Een schoon kussentje van beschilderd katoen met een vilten achterkant.
Ach. Hebben wij dat goed gemaakt of wat dan!

Wat ik deed met de stal

Deze week liep ik een beetje verdwaasd door het huis. Ziel onder de arm, wilde blik in de ogen, geen haar maar strooi op de kop van alle stress. De afgelopen twee maanden heb ik ieder vrij moment aan het nieuwe kabouterpostpakket gewerkt maar dinsdagavond is de hele mikmak naar de vormgever gegaan. En toen stond ik daar: de kroontjespen in de vingers, de inkt nog nadruipend op de vloer, ogottegottegot, wat moest ik dan nu aanvangen. Iets met zwart gat en aanvliegende leegte.
Gelukkig duurt dat bij mij nooit zo lang.
Dus vanochtend bond ik mij mijn verfscholk voor en maaide wat in mijn reusachtige verfpottencollectie.
‘We gaan naar de wei,’ zei ik tegen Het Kleine Meisje.

Die stal van ons, die stond al een jaar of twee zo half afgeschilderd mij aan te gapen. Dat was geen gezicht. Ik friste de kozijntjes wat op. Dat was zo gedaan. En toen, toen deed ik iets…



…tja, toch weer iets kabouterigs dus. Maar oeh jong, wat ziet dat er olijk uit.
Daarna plukten we de aardbeien…


…en bekeken de bramen.

En zat er in de brievenbus een geheimzinnig postpakket.
Het was gericht aan Wampus, maar ik mag dat openmaken hè, als directrice van de kabouterfabriek.
Jawel.

U ziet het, al zou ik het willen, die kabouters gaan me niet uit het lijf.
Het Moestuinkabouterseizoen is inmiddels mooi afgesloten (zie www.dekabouterfabriek.nl voor onze bijzondere actie) en ik kan u verheugd mededelen dat ons nieuwe kabouterpostpakket vanaf 15 augustus verkrijgbaar is.
15 augustus, dat is al kei-rap mensen.
Nog maar evekes geduld.
(En als u een web- of boekwinkel, school, of culturele dinges bent en op de mailinglijst wil voor een vooraankondiging eind deze maand, mailt u me dan even via octaviemailt@octaview.nl)