Gezaag op de kinderkamer

Ze wilde een groot bed. Ons Kleine Meisje.
‘Ik wil geen slaapjurk meer aan, ik wil een deken. En een echt bed,’ zaagde ze, dag in dag uit.
Of meer, nacht in nacht uit.
Gaap.
De slaapjurk is overigens een slaapzakje, zo heet dat hier in huis. En eigenlijk zei ze geen slaapjurk maar slaapturk, maar ja, dat staat meteen zo eh, dinges. Ingewikkeld.
Dus ja, hoe dat dan gaat, dan ben je op een dag het gemekker moe en dan ga je naar de beddenwinkel en dan trek je daar met knipperende ogen de beurs en dan ga je een middag zitten vloeken en tieren op de kinderkamer en dan mondt dat meteen uit in een totale grote schoonmaak en een huwelijkse crisis.
U kent dat wel.
En terwijl Man het uitgewoonde ledikantje uit elkaar schroefde en met lattenbodems sleepte en vuile blikken op mij wierp, mierde ik over kleine kindjes die groot worden en maakte ik nog eens wat foto’s. Ja. Iemand moet dat doen hè.
De kamer van Het Kleine Meisje is een pastellerig geheel van babyroze en zoetigheid, ‘ne mens zou er bijna cupcakes van gaan bakken. Gelukkig hebben we er pal naast de kamer van De Grote Dochter, alwaar het lijkt alsof men de regenboog heeft laten exploderen.
Dat heft elkaar zo lekker op.
En nou, het gevaarte staat, nu hopen we alleen nog op een klein detailke: dat die kuies van ons er ook daadwerkelijk in gaat slapen.