Dingendiejebeterniettegeneentekenaarkanzeggen en heel veel stripjes

Ik dacht laatst: ik zou eens alle dingendiejebeterniettegeneentekenaarkanzeggen eens op een rijtje moeten zetten. Dat leek me waarlijk hilarisch en nou ja, misschien dat een van u dat op zou pikken en dat ik dan wellicht eens één keer minder op mijn tanden zou hoeven bijten. Maar ja, zoals dat dan gaat, toen kwam er weer van alles tussendoor en toen vergat ik weer de helft en nu kan ik met goed fatsoen nog maar een paar dingendiejebeterniettegeneentekenaarkanzeggen oplepelen.
Vermoeiend hoor, mij zijn.
Maar hoe dan ook. We beginnen met de nummer 1, toppunt van ergernis:
Goh, jij kan echt wel leuk tekenen.
Leuk tekenen?
Léuk tekenen?
Leuk tekenen, dat zeg je tegen een kleuter nondeju! Toch niet tegen ‘ne groten mens die zijn ziel en zaligheid in een kúnstwerk heeft gestoken. Weet u wel hoe hard dat werken is, zo een tekening ineen draaien! Dat moet van diep komen hoor!
Boh, nummer 2 dan maar.
Oh, ben jij tekenaar? Nou, dan ben je zeker heel creatief.
Nee. Koekoek.
Ja, ik zie het al, daar klapperen uw oren ook van.
We gaan gewoon door naar nummer 3.
Neenee, zij mag niet meedoen ons dinges want zij is tekenaar en dus heel creatief en dan wint zij toch en dat is niet eerlijk hè!
Halloho! Weet u hoe we dat noemen?
Discriminaaaaatie!
En dan nummer 4, ook een gezellige op feesten en partijen:
Tekenaar? Leuk, ik tekende vroeger ook heel veel. En goed ook. Iedereen zei altijd tegen mij: jong, wat kan jij goed tekenen. Ja, ik had wel talent hoor, maar ja, toen ben ik toch maar gaan leren voor iets in de zorg.
Dat is fijn.
Mensen in de zorg moeten er ook zijn, tenslotte.
En de nummer 5:
Zeg, jij tekent toch? Kun je eens naar de tekening van mijn kind kijken? Volgens mij heeft hij talent.
Nee.
Dat ziet men zo, daar is geen talent aanwezig. Misschien kan hij gaan leren voor iets in de zorg.
Ja, en dat was alweer het einde. De rest van de lijst zit dus nog ergens in mijn hoofd te jeuken maar het wil er niet uitkomen.
Overigens zijn is er ook nog een lijst van dingendiejealtijdtegeneentekenaarmagzeggen.
Daar horen onder andere onder: gottegottegot, wat heb je dat gewelllldig gemaakt, wat een kunst, wat ben je toch fantastisch, ik wilde dat ik dat kon, en mijn persoonlijke favoriet: jij hebt echt een eigen stijl.
En dan gooi ik nu even mijn stripjes van de Libelle Nieuwscafé van dit seizoen erin, kunt u vast oefenen.
Daag.

Octavie en de nieuwe buurt:

Octavie en de nieuwe vriendschap:

Octavie en de nieuwe zorg:

Octavie en het nieuwe opvoeden:

Dagelijks logje: vrijdag




(Foto 1: er kwamen wat bewoners uit Het Huisje Met De Blauwe luiken aanwaaien. De Viltster en ik legden de laatste hand aan de fotografie voor het nieuwe Kabouterpostpakket. Tussendoor maakten de kindjes brandnetelsoep met Man. En als toetje allemaal ‘nen appel.
Foto 2: troep op mijn bureau. En een Libelle Nieuwscafékrant met mijn stripje. Op 4 juni is er weer een live Nieuwscafé bij Dudok in Den Haag.
Foto 3: als mijn tekenwerk even niet zo lekker loopt, als mijn blik wat troebel is, dan neem ik De jaarfeesten van Bock erbij. Ik vermoed dat Bock een beelddenker was, zijn beschrijvingen komen rechtstreeks en als een film mijn hoofd binnen. Christendom verweven met de natuur en de seizoenen, en hoe de mens daarin reageert en handelt. Daar klaar ik van op.)

Woensdag




(Foto 1: Het Moestuinkabouterpakket stond in Tuin & Co, het bewijsnummer was geadresseerd aan De Kabouterfabriek, daar moet ik om lachen, Foto 2: eerste probeersels voor het nieuwe kabouterproject, Foto 3: al het voorgekiemde plantenspul hangt me binnen de keel uit maar door de kou kan het nog niet naar buiten, Foto 4: als je tekent voor Libelle Nieuwscafé krijg je Libelle’s thuisgestuurd. En ik hou van Libelle, van het concept, van het idee, van wat het uitdraagt.)

De God van de banen

Papieren vogels maken voor etalage stond er op mijn to do-lijstje.
En daaronder nog zowat dingen. Schetsen voor een adoptiekaartje maken. Een kabouterschilderij voor een kinderkamer. Een stripje tekenen voor Libelle Nieuwscafé 4.
Nou, dan denk ik toch wel iets in de trant van: ojongojongojong, ik heb het goed getroffen.
En dan dank ik de God van de banen dat ik de ganse dag mag tekenen en knippen en plakken en meer van die nozele toestanden.
Maar ja, dan ga ik eens beginnen aan de hele mikmak (mikmak. Mikmak. Haha. Mikmak.) en dan komt dat natuurlijk allemaal nooit af en dan ben ik die papieren vogels aan het inschilderen en dan bedenk ik dat er ook nog een papieren vosje bij moet voor in de etalage. Met een kabouter op de rug! Ja! Wunderbar! En zou ik ook nog een groot vel op voorraad hebben waar ik dan een hertje van kan knippen? Oeh, en een konijn! Een konijn, met zo’n staartje, en een eekhoorn kan er ook bij. En dan komen die schetsen voor het adoptiekaartje er weer niet van en dat moet ook af en wanneer was ook weer die deadline voor de Libelle? Nou, en dan slaat dus ongenadig de hysterische paniek toe, want let’s face it, ik ben gewoon een labiele kunstenaar die elke vorm van organisatietalent mist en dan trek ik van totale ellende een zak chips open als lunch en dan denk ik vol schuldgevoel aan de schijf van vijf en dan zie ik het teleurgestelde gezicht van mijn moeder en dan en dan dan…
Denk ik heel eventjes iets in de richting van: waarom zit ik toch nondeju niet de ganse dag in een kantoor.
Maar dat is toch altijd zo weer voorbij hoor.