Een tip voor hoe je je kinderen echt heel smerig krijgt

‘Dutje doen,’ mompelde Het Kleine Meisje.
Ze drapeerde ijverig een schapenvacht over een houten bankje, trok alles netjes recht en klom er op. Haar wangetje legde ze op de zachte vacht, haar blik werd wat wazig. Ik aaide haar witte haren.
Samen keken we in het vuur waarboven een grote ketel soep hing te koken.


De Grote Dochter en Nichtje I kwamen terug uit het bos met een grote bos brandnetels. De mochten in de soep.
Even later lepelden we met een houten lepel de soep uit onze kommen.
‘Hij prikt helemaal niet op mijn tong!’ riep Nichtje I verbaasd terwijl ze een grote brandnetelsliert naar binnen slurpte.


Nadat de soep op was namen we de trekboot naar de middeleeuwen.
Ach, het is maar een klein eindje, je bent er zo.


In de middeleeuwen poften we een appel.
We luierden wat en keken over het water uit, de wilgen lichtgroen, de lucht blauw met de rookkringels van ons vuurtje.
Een vrekke kauw pikte in de appelenvoorraad onder het afdak, met een schuin oog hield hij ons in de gaten.
‘Mam, iedereen heeft hier die schoenen aan die jij ook hebt gemaakt,’ merkte Dochter op.


Aan het eind van de dag propten we drie schmutzige kinderen in de auto.
Rook in het haar, zandknieën, zwarte vegen in het gezicht.
Zoals zich dat hoort.

Prehistorisch Dorp
Boutenslaan 161 B
Eindhoven